Het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht doet onderzoek naar de maatschappelijke effecten van de lokale aanpak extremisme. Centraal staat daarbij de vraag: beschikken eerstelijnswerkers over de nodige kennis en begrip om de mate van bereidheid voor (gewelddadig) extremisme en terrorisme van een individu te beoordelen? Vandaag komt het tweede rapport uit in een reeks van drie. Het verkennende onderzoek richt zich op risico-inschattingen van lokale veiligheidsprofessionals aangaande de volgende vraag: in hoeverre is een jongere over wie signalen van vermeende radicalisering binnenkomen, bereid om geweld te gebruiken? In de meeste gevallen gaat het wellicht om vijandige uitingen of gedrag, maar niet om jongeren die voornemens zijn om daadwerkelijk gewelddadige acties te ondernemen. Als zodanig beslissen eerstelijnsprofessionals bij het adresseren van risico’s of bedreigingen tegelijkertijd ook over het recht op vrijheid van meningsuiting. Dan is het wel van groot belang om in kaart te brengen hoe vermeende signalen gewogen en geduid worden op gemeentelijk niveau.
Deze studie beschrijft de ontwikkeling, het gebruik en de toetsing van een model voor het uitvoeren en beoordelen van onderzoeksjournalistieke projecten. Het model is bedoeld voor het HBO-onderwijs in de journalistiek, waar behoefte is aan een didactisch hanteerbaar en theoretisch verantwoord concept voor het onderwijzen van onderzoeksjournalistiek. Het geconstrueerde model is op zijn conceptuele relevantie getoetst aan onderzoeksjournalistieke projecten zoals beschreven in de jaarboeken van de VVOJ. Dit is gedaan door een interpretatieve inhoudsanalyse. De bruikbaarheid van het model is getoetst in het journalistieke onderwijs. Het model levert zes kwaliteitscriteria op voor het beoordelen van onderzoeksjournalistieke projecten.