The aim of this study was to assess the feasibility, acceptability and preliminary effectiveness of Mindfulness-Based Compassionate Living (MBCL) as a follow-up intervention to Mindfulness Based Cognitive Therapy in adults with recurrent depression. We conducted an uncontrolled study in 17 patients with recurrent depression, in two successive groups. The first group contained novices to compassion training (N = 14); in the second group, ten of these participated again, in addition to three new participants (N = 13). The overall group contained 15 females and 2 males, aged between 37 and 71. The MBCL program was qualitatively evaluated using post-intervention focus group interviews in both groups. In addition, self-report questionnaires assessing depressive symptoms, worry and both self-compassion and mindfulness skills were administered before and after MBCL. No patients dropped out of the intervention. Average attendance was 7.52 (SD 0.73) out of eight sessions. Helpful elements were theory on the emotion regulation systems, practicing self-compassion explicitly and embodiment of a compassionate attitude by the teachers. Unhelpful elements were the lack of a clear structure, lack of time to practice compassion for self and the occurrence of the so-called back draft effect. We adapted the program in accordance with the feedback of the participants. Preliminary results showed a reduction in depressive symptoms in the second group, but not in the first group, and an increase in self-compassion in both groups. Worry and overall mindfulness did not change. MBCL appears to be feasible and acceptable for patients suffering from recurrent depressive symptoms who previously participated in MBCT. Selection bias may have been a factor as only experienced and motivated participants were used; this, however, suited our intention to co-create MBCL in close collaboration with knowledgeable users. Examination of the effectiveness of MBCL in a sufficiently powered randomised controlled trial is needed.
LINK
In het boek ‘Wat ik nou toch heb meegemaakt!’ Verslag van een jaar dakloosheid neemt Wim de lezer mee in de wereld van dakloosheid in Utrecht. Op zich is dat verhaal niet uniek: Utrecht telt gemiddeld ongeveer 100 dak- en thuislozen, waarvan Wim er dus één was. De voornaamste reden dat iemand dakloos raakt is een conflict in de relationele sfeer. Maar ook huisuitzettingen, bijvoorbeeld als gevolg van schulden, lijken toe te nemen. Tot zo ver past Wim in het plaatje, maar daar houdt het dan ook wel mee op.
DOCUMENT
Baarts presentiebenadering is even inspirerend voor de professionele beroepspraktijk als problematisch in haar theoretische grondslagen. In deze benadering bestaat een fundamentele morele spanning tussen gebroken waardigheid als het kernprobleem van armoede en het goede leven als de overkoepelende oplossing hiervoor. In deze spanning interfereren drie verschillende culturele onderstromen: een optimistisch Griekse, een radicaal christelijke en een gematigd humanistische onderstroom. Terwijl Baart in zijn magnum opus nadrukkelijk stelt dat presentiebeoefenaars het goede oftewel het gelukkige leven centraal behoren te stellen, poneert dit artikel dat de praktijken en paradoxen van de presentiebeoefening beter kunnen worden begrepen als het herstellen van waardigheid.
DOCUMENT
Samenvatting van een onderzoek dat gedaan is in het kader van het project Mores léren. Het is een verslag van een onderzoeksproject waarin de waarden, normen en deugden in de opvoeding centraal staan. Thuis én op school. Een project waarin geluisterd wordt naar de mensen zelf: wat is de overtuiging van de leerkracht, wat zijn de verwachtingen van de ouders en wat vinden de leerlingen ervan? Een project door en voor iedereen die betrokken is bij de betreffende scholen.
MULTIFILE
De prioriteit t.a.v. werkelijkheid verandert van extern naar intern
DOCUMENT
In het met landelijke expert-loopbaanprofessionals gezamenlijk geschreven boek 'U doet het maar' besteedt Admiraal aandacht aan de waarden en normenontwikkeling binnen de opleiding van loopbaanprofessionals door de dialoog over ethische kwesties als essentieel studieonderdeel te benoemen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'persoonlijke, maatschappelijke en morele identiteit' en 'persoonlijke, professionele en publieke ethiek' zoals van Es (2000) die heeft uitgewerkt. Admiraal beschrijft op drie niveaus hoe zijn denkkader ook voor loopbaanprofessionals ingezet kan worden: de vrij gevestigde loopbaanprofessional met zijn cliënten, loopbaanprofessionals die in een organisatie werkzaam zijn en tenslotte loopbaanprofessionals en hun verantwoordelijkheid in de samenleving. Waarbij het steeds duidelijker wordt dat er niet zoiets is als een vaststaand kader voor moreel handelen, ook niet qua terminologie, maar dat het een zoektocht is van individuen die steeds in samenspraak met anderen hierover afspraken maken. De conclusies over wat ethisch, moreel handelen is, worden in kritische dialoog gevormd en na verloop van tijd weer bijgesteld, geactualiseerd. Net zoals het vormgeven aan loopbanen volgens Admiraal niet langer het zoeken naar de juiste match - de beste fit- is, omdat het werken aan onze loopbanen nooit echt klaar is, maar om voortdurende alertheid, een leven lang leren met oog op duurzame inzetbaarheid, om 'loopbaanfitness' vraagt. Door dit artikel heen speelt de vraag: "zijn we als loopbaanprofessionals bereid om met open blik in de spiegel te kijken en ons af te vragen of wat we daar zien aan moreel, ethisch handelen van onszelf in de dagelijkse praktijk, verantwoord is? Zijn we bereid het goede voorbeeld te geven?
DOCUMENT
In deze afscheidsrede worden verschillende onderwijsthema’s en onderzoeken besproken die in een lectoraatsperiode van 2004 tot 2018 de revue zijn gepasseerd. De kern van het onderzoeksprogramma was, met accentverschillen in de loop der jaren, opgebouwd rond een aantal thema’s, die in dit boek aan de orde komen: − Maatschappelijke, culturele en persoonlijke vorming (Bildung & burgerschap); − Pedagogisch klimaat en omgaan met verschillen; − Samen pedagogisch handelen (ouders, brede school, IKC); − Activerend, onderzoekend en ontwerpend leren. Daarnaast is er aandacht voor onderzoek in en samen met het werkveld, opleiden in de school en beroepsvorming.
DOCUMENT
Lia van Doorn, lector Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening bij de Hogeschool Utrecht hield op 19 november vorig jaar de Marie Kamphuislezing. Hier een beknopte weergave.
DOCUMENT
Wat jeugdigen weten, vinden en kunnen wordt vaak niet serieus genomen. Jeugdigen worden systematisch onderschat als personen met waardevolle kennis en als competente beslissers. Dit heeft tot gevolg dat de stem van jeugdigen niet altijd gehoord wordt en hun belangen daardoor niet altijd goed meegewogen (kunnen) worden. Ook beleidsmakers en politici weten vaak niet goed hoe jeugdigen over maatschappelijke thema’s denken. Dat betekent dat waardevolle perspectieven ontbreken en dat niet altijd goed rekening wordt gehouden met de belangen van jeugdigen. In de samenleving wordt de kracht van maatschappelijk geëngageerd actorschap van jeugdigen veelal onderschat en in elk geval nog weinig benut. In dit onderzoek schetsten we daarom een beeld van hoe jeugdigen tussen de 7 en 25 jaar denken, voelen en handelen ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken waarvan zij vinden dat deze met voorrang moeten worden aangepakt.
DOCUMENT
Met grote blijdschap presenteert het bijzonder lectoraat Geschiedenis van het sociaal werk dit boek. Hiermee onderbouwen we het programma voor praktijkgericht historisch onderzoek en onderwijs. Het onderzoek van het lectoraat omvat de geschiedenis van het brede werkveld van het sociaal werk en wordt mede gevoed door actuele vraagstellingen. Het gaat om historisch onderzoek naar duurzame waarden en praktijken in het sociaal werk. De onderwijspraktijk van het lectoraat komt voort uit en is primair gericht op de bacheloropleidingen Social Work en op de nascholing. Daarbij gaat het om kennis van de geschiedenis als onderdeel van de beroepsvorming. Het bijzonder lectoraat Geschiedenis van het sociaal werk is aangehaakt bij het lectoraat Innovatieve Maatschappelijke Dienstverlening. Het is ingebed in het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht.
DOCUMENT