Om historische concepten effectiever te doceren dan via traditionele leerstofoverdracht mogelijk is, pleiten de auteurs voor het creëren van een krachtige leeromgeving en het aanbieden van een groter, betekenisvoller geheel. Op deze wijze zouden de leerlingen in het voortgezet onderwijs een dieper besef krijgen van historische concepten. Deze opzet is gebaseerd op de leertheorie van Vygotsky die uitgaat van een gezamenlijk, probleemgericht leren waarbij studenten in overleg en debat deelnemen aan het leerproces om samen verder te ontwikkelen
Het gebruik van historische begrippen door de geschiedenis (van ideeën) heen kan problemen opleveren als je kijkt naar het begrip zelf. Het begrip verandert met de tijd en is niet meer onderling inwisselbaar met hetzelfde begrip in een andere periode. Maar hoe is dan een geschiedschrijving (van ideeën) mogelijk als de begrippen die gebruikt worden niet hetzelfde zijn? Kuukkanen verdedigt de stelling dat een begrip bestaat uit een onveranderlijke kern en een veranderende, context en tijdsafhankelijke „schil‟. Hierdoor is praten over het veranderen van begrippen „conceptual change‟ mogelijk. Mocht echter de kern van het begrip veranderen dan gaat het niet meer om „change‟ maar om „replacement‟
Hoofdstuk 8 in Wat werkt als je samenwerkt - deel 2 In dit afsluitende hoofdstuk worden inzichten en voorbeelden uit deze publicatie gekoppeld aan de uitkomsten van een Delphimethode, een onderzoeksmethode waarbij experts anoniem worden bevraagd, in dit geval over effectieve samenwerking tussen schoolvakken.
LINK
Democratieonderwijs wordt steeds belangrijker in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Ervaringsleren, waarbij studenten door sociale interactie bekend raken met democratische concepten, is hiervoor een goede benadering. Binnen die benadering zijn democratiesimulaties een potentieel effectieve manier van werken waar nog beperkt onderzoek naar is gedaan. Simulaties maken de lesstof levendig en stimuleren studenten om verschillende perspectieven te ontdekken en gezamenlijk problemen op te lossen. Mbo-burgerschapsdocenten onderschrijven de meerwaarde van democratiesimulaties, maar voelen zich vaak niet bekwaam om ermee les te geven, vanwege gebrek aan scholing. Docenten gebruiken de werkvorm dus relatief weinig. Met dit onderzoek willen we meer inzicht krijgen in de pedagogisch-didactische competenties die docenten nodig hebben voor het uitvoeren van democratiesimulaties en in de manieren waarop docenten hierin kunnen worden geprofessionaliseerd. Een consortium bestaande uit Hogeschool van Amsterdam (HvA), Universiteit van Amsterdam (UvA), Noorderpoort Practoraat Burgerschap en tien mbo-scholen zal het onderzoek uitvoeren, samen werkveldpartijen: Expertisepunt Burgerschap, ProDemos, Nederlandse Vereniging Leraren Maatschappijleer, Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken en JOB-mbo. Het levert twee producten op. Ten eerste een overzicht van concrete pedagogisch-didactische competenties die nodig zijn voor het gebruiken van democratiesimulaties. Ten tweede een evidence-informed docentprofessionaliseringstraject (DPT) om docenten te professionaliseren in deze competenties. Hiervoor worden professionaliseringsactiviteiten, professionaliseringsmaterialen en handelingsprotocollen ontwikkeld en wordt bestaand simulatielesmateriaal aangescherpt. Deze producten worden ontworpen met het oog op brede toepasbaarheid, ook binnen het voortgezet onderwijs, hbo en universiteit, en specifiek voor lerarenopleidingen. Het project bestaat uit drie onderzoeksfasen: in fase 1 worden de pedagogisch-didactische competenties geconcretiseerd en een DPT ontwikkeld, gebaseerd op wetenschappelijke literatuur en in samenwerking met een expertgroep. In fase 2 wordt het DPT gepilot bij mbo-docenten. In fase 3 doen 40 docenten mee met het DPT en geven zij simulatielessen. Het DPT zal kwalitatief worden geëvalueerd (via observaties, docent-interviews en student-focusgroepen) en het effect op docentcompetenties zal worden gemeten via experimenteel onderzoek.
In Nederland wordt onderwijs in de M&M- en de zaakvakken op verschillende manieren vormgegeven. Voor deze invulling zijn er twee uitgangspunten: de landelijke doelen en de doelen en overtuigingen van de docenten of school. De landelijke doelen voor het PO en de onderbouw van het VO zijn per leergebied geformuleerd in de Kerndoelen. Voor de bovenbouw van het VO zijn er examenprogramma’s per schoolvak. Het tweede uitgangspunt zijn de doelen en overtuigingen van de docenten, of de school. Deze maken, net als kennis van het leren van leerlingen, didactische strategieën, toetsing en curriculum deel uit van hun Pedagogical Content Knowledge (PCK). In ons onderzoek maken we veel gebruik van dit concept.Doel De onderzoeksgroep wil: Inzicht krijgen in de verschillende manieren waarop vakoverstijgende curricula voor de M&M- en zaakvakken zijn vormgegeven. Inzicht krijgen in hoe docenten (gezamenlijk) een vakoverstijgend curriculum ontwerpen. Inzicht krijgen in hoe docenten omgaan met frictie in de klas, als onderdeel van burgerschap als vakoverstijgend onderdeel van het curriculum. Inzicht krijgen in de ontwikkeling van de PCK van docenten en van studenten aan de lerarenopleiding, die deze (vakoverstijgende) curricula ontwikkelen en uitvoeren. Een visie ontwikkelen op vakoverstijgend werken binnen de M&M- en zaakvakken. Inzicht krijgen in hoe docenten vanuit het curriculum bijdragen aan inclusief onderwijs en het verkleinen van kansenongelijkheid in het onderwijs. Resultaten Dit onderzoek levert handreikingen op met beschrijvingen van (vakoverstijgende) curricula van verschillende scholen waar M&M- en zaakvakken worden vormgegeven. In de handreikingen staan ontwerp- en succescriteria waarmee docenten aan de slag kunnen gaan om (vakoverstijgend) onderwijs te ontwerpen en uit te voeren. Het bevat praktische handvatten aan de hand van voorbeelden van goed bruikbaar (les)materiaal. Looptijd 01 september 2021 - 09 januari 2025 Aanpak Het onderzoek wordt gezamenlijk uitgevoerd in verschillende deelprojecten op scholen en lerarenopleidingen. De deelprojecten leiden tot gedeelde inzichten die worden gebundeld.