The aim of this study was to evaluate the usability, defined as the effectiveness, efficiency and satisfaction, of the prototype of the DTTSQ for Dutch physical therapy patients with diverse levels of education and experience in using mobile technology.
PURPOSE: The aim of this study was to determine changes in physical activity, nutrition, sleep behaviour and body composition in wheelchair users with a chronic disability after 12 weeks of using the WHEELS mHealth application (app).METHODS: A 12-week pre-post intervention study was performed, starting with a 1-week control period. Physical activity and sleep behaviour were continuously measured with a Fitbit charge 3. Self-reported nutritional intake, body mass and waist circumference were collected. Pre-post outcomes were compared with a paired-sample t-test or Wilcoxon signed-rank test. Fitbit data were analysed with a mixed model or a panel linear model. Effect sizes were determined and significance was accepted at p < .05. RESULTS: Thirty participants completed the study. No significant changes in physical activity (+1.5 √steps) and sleep quality (-9.7 sleep minutes; -1.2% sleep efficiency) were found. Significant reduction in energy (-1022 kJ, d = 0.71), protein (-8.3 g, d = 0.61) and fat (-13.1 g, d = 0.87) intake, body mass (-2.2 kg, d = 0.61) and waist circumference (-3.3 cm, d = 0.80) were found. CONCLUSION: Positive changes were found in nutritional behaviour and body composition, but not in physical activity and sleep quality. The WHEELS app seems to partly support healthy lifestyle behaviour.Implications for RehabilitationHealthy lifestyle promotion is crucial, especially for wheelchair users as they tend to show poorer lifestyle behaviour despite an increased risk of obesity and comorbidity.The WHEELS lifestyle app seems to be a valuable tool to support healthy nutrition choices and weight loss and to improve body satisfaction, mental health and vitality.
Background: Geriatric rehabilitation positively influences health outcomes in older adults after acute events. Integrating mobile health (mHealth) technologies with geriatric rehabilitation may further improve outcomes by increasing therapy time and independence, potentially enhancing functional recovery. Previous reviews have highlighted positive outcomes but also the need for further investigation of populations receiving geriatric rehabilitation. Objective: Our main objective was to assess the effects of mHealth applications on the health status of older adults after acute events. A secondary objective was to examine the structure and process elements reported in these studies. Methods: Systematic review, including studies from 2010 to January 2024. Studies were eligible if they involved older adults’ post-acute care and used mHealth interventions, measured health outcomes and compared intervention and control groups. The adjusted Donabedian Structure-Process-Outcome (SPO) framework was used to present reported intervention processes and structures. Results: After initial and secondary screenings of the literature, a total of nine studies reporting 26 health outcomes were included. mHealth interventions ranged from mobile apps to wearables to web platforms. While most outcomes showed improvement in both the intervention and control groups, a majority favored the intervention groups. Reporting of integration into daily practice was minimal. Conclusion: While mHealth shows positive effects on health status in geriatric rehabilitation, the variability in outcomes and methodologies among studies, along with a generally high risk of bias, suggest cautious interpretation. Standardized measurement approaches and co-created interventions are needed to enhance successful uptake into blended care and keep geriatric rehabilitation accessible and affordable.
Voor zorgprofessionals die met kinderen met overgewicht werken, zoals kinderdiëtisten en -fysiotherapeuten, is het moeilijk om optimale ondersteuning te bieden aan deze kinderen en hun ouders. Dit heeft te maken met de multifactoriële aard van overgewicht, de beperkte vergoede behandeltijd en de benodigde tijd die leefstijlverandering vraagt. Een waardevolle toevoeging voor de huidige zorgpraktijk zou een mHealth-applicatie zijn die zowel voor kinderen en ouders als de professionals ondersteunend werkt bij het ontwikkelen en adopteren van een duurzaam gezondere levensstijl door kinderen. Door deze ‘blended care’ aanpak te ontwikkelen wil De Haagse Hogeschool, DIO Agency, Lijfstijl Diëtisten en TiM Fysiotherapie bijdragen aan het stabiliseren of reduceren van overgewicht van kinderen. Dergelijke leefstijlinterventie-ondersteunende applicaties bestaan al voor volwassenen, maar nog niet voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Er bestaan wel enkele stand-alone applicaties voor deze doelgroep. De Supereters app van DIO Agency is hier een voorbeeld van. Deze app is de afgelopen jaren, in samenwerking met studenten Voeding & Diëtetiek van HHS, gevuld met evidence-based leefstijl informatie. Zorgprofessionals hebben deze app positief geëvalueerd voor integratie in gecombineerde leefstijlinterventies. In dit project willen we gezamenlijk onderzoeken hoe de reguliere zorgaanpak door digitale ondersteuning verrijkt kan worden tot een blended care aanpak. Dit doen wij door in een iteratief cocreatie proces met kinderen, ouders en zorgprofessionals informatie over de wensen, behoeften en leefwereld van de verschillende gebruikers, inhoudelijke kennis over leefstijl en gedragsverandering en technische en ethische randvoorwaarden, te integreren in de Supereters app en blended care aanpak. Hiermee leggen we een goede basis voor het implementeren van de applicatie in de zorgpraktijk en het evalueren van de effecten daarvan in een opvolgend project. Daarnaast krijgt een toekomstige generatie ontwerp- en zorgprofessionals hands-on ervaring met het cocreëren van eHealth oplossingen door te participeren in dit project.
EHealth en mHealth maakt het mogelijk om fysiotherapiepatiënten meer bij hun behandeling te betrekken in de tijd tussen behandelingen bij de fysiotherapeut. Tussentijdse dataverzameling en terugkoppeling kan leiden tot meer betrokkenheid en zelfregie bij de patiënt, en bij de behandelaar meer inzicht in de effectiviteit van behandelingen en invloed van leefstijl daarop. Dit maakt beter gepersonaliseerde zorg mogelijk. Een patiënt heeft echter voldoende datageletterdheid nodig om gepresenteerde informatie goed te kunnen aflezen, en voldoende gezondheidsgeletterdheid om ook te kunnen begrijpen wat dit betekent voor de eigen gezondheid en mogelijke te ondernemen acties. Daarnaast heeft hoe data wordt gepresenteerd ook effect op het zelfbeeld van de patiënt-in-herstel, wat weer impact heeft op motivatie en dus op de effectiviteit van de behandeling. Binnen dit project onderzoeken we (1) in focusgroepen met fysiotherapeuten en artrosepatiënten wat hun eisen en wensen zijn voor een dergelijke oplossing en (2) wat voor maten op gebied van leefstijl, behandeling en uitkomsten relevant, bewezen en haalbaar zijn voor deze doelgroep. (3) Op basis van deze opgehaalde behoeften uit de praktijk en ontwerprichtlijnen voor datageletterdheid, gezondheidsgeletterdheid en effect op zelfbeeld vanuit de literatuur worden ontwerprichtlijnen opgesteld voor de terugkoppeling van data in health apps, en (4) komen we via speculative design co-creatiesessies met de stakeholders tot paper prototypes, op basis waarvan de design guidelines nog verder worden aangescherpt. In een vervolgaanvraag zal deze lijn verder worden doorgezet in appontwikkeling (of -uitbreiding), validatie van verschillende maten, inzet van data science t.b.v. decision support, verdere terugkoppeling naar patiënt en fysiotherapeut, en evaluatie van de gebruikerservaring in de praktijk t.b.v. verbetering van de app en de design guidelines. Hiermee willen we het maken van betere behandelbeslissingen ondersteunen door fysiotherapeuten en patiënten via inzicht in behoeften en mogelijkheden, en willen we ontwikkelaars van health apps ondersteunen met ontwerprichtlijnen t.b.v. datageletterdheid, gezondheidsgeletterdheid en gedragsverandering.
In het postdoc-onderzoek gaat Dr. Machteld van Lieshout, hogeschooldocent bij de opleiding Voeding en Diëtetiek en onderzoeker in het lectoraat Gezonde Leefstijl in een Stimulerende Omgeving (GLSO) en het onderzoekscentrum van Voeding en Diëtetiek van De Haagse Hogeschool (HHs), kennis ontwikkelen over de wijze waarop persoonsgerichte mHealth ingezet kan worden ter bevordering van een gezonde(re) leefstijl van kwetsbare groepen. Dit is zeer belangrijk omdat mensen met een lage sociaaleconomische status en/of een niet-Nederlandse achtergrond een veel groter risico hebben op leefstijl-gerelateerde aandoeningen als hart- en vaatziekten, diabetes en kanker. De huidige mHealth leefstijl-activatie-tools sluiten onvoldoende aan op de wensen, behoeften en mogelijkheden van kwetsbare groepen (hier: jonge moeders en Hindoestanen) om het risico te verlagen. Het project bestaat uit vier, deels in de tijd overlappende, fasen gericht op de volgende onderzoeksvraag: Hoe kunnen kwetsbare doelgroepen gemotiveerd worden tot een gezonde(re) leefstijl middels een in co-creatie ontwikkelde mHealth leefstijl-activatie-tool? Binnen het project is een grote verwevenheid tussen onderzoek en onderwijs. Het project draagt bij aan de kennisagenda’s van het platform Kwaliteit van Leven: Mens en Technologie van de HHs, SPRONG Vitale Delta, alsmede aan de NWA-route Gezondheidszorgonderzoek, preventie en behandeling. De opgedane kennis vloeit rechtstreeks terug naar het onderwijs en werkveld. Deelonderzoeken zullen aangeboden worden als praktijkopdrachten in het reguliere curriculum. De ontwikkelde mHealth tool zal tevens ter beschikking worden gesteld aan de kwetsbare doelgroepen en het werkveld. Met haar achtergrond als voedingswetenschapper, haar ruime multidisciplinaire project- en onderzoekservaring en netwerk in binnen- en buitenland is Machteld de juiste kandidaat voor dit postdoc-onderzoek. Machteld wordt in dit onderzoek bijgestaan door de lector GLSO en het hoofd van het onderzoekscentrum van Voeding & Diëtetiek en de hierbij aangesloten onderzoeksgroepen. Daarnaast is een groot netwerk beschikbaar van samenwerkingspartners betrokken bij de thematiek van deze aanvraag.