Conform de tendens naar steeds meer gespecialiseerde generalisten – ook wel ‘T-shaped social professionals’ genoemd – specialiseren professionals zich in een bepaalde richting. In bij- en nascholingen wordt gretig geïnvesteerd in onder meer trauma, systemisch werken en mindfulness. Het arsenaal oogt onuitputtelijk en de specifieke expertise hangt deels af van de (type) vooropleiding en de vigerende opvattingen en wetenschap binnen een bepaald vakgebied. Sociaal werkers hebben sinds een aantal jaren ook een nieuw type kennis tot hun beschikking: ervaringsdeskundigheid. Zij kunnen deze deskundigheid inzetten bij de begeleiding van bijvoorbeeld mensen met ernstige psychiatrische klachten. Wat is de kern van deze geprofessionaliseerde inzet van ervaringsdeskundigheid? Wat dit oplevert voor cliënten en hoe dit precies werkt in de praktijk zullen wij mede aan de hand van een praktijkcasus illustreren
Background: Medically unexplained symptoms (MUS) are highly prevalent and pose a burden both on patients and on health care. In a pilot study psychosomatic therapy delivered by specialised therapists for patients with MUS showed promising results with regard to patient’s acceptability, feasibility and effects on symptoms. The aim of this study is to establish whether psychosomatic therapy by specialised psychosomatic exercise therapists is costeffective in decreasing symptoms and improving functioning in patients who frequently consult their general practitioner (GP) with MUS. Methods: A randomised effectiveness trial with an economic evaluation in primary care with 158 patients aged 18 years and older who are frequently consulting their GP with MUS. Patients will be assigned to psychosomatic therapy in addition to usual care or usual care only. Psychosomatic therapy is a multi-component and tailored intervention, aiming to empower patients by applying psycho-education, relaxation techniques, mindfulness, cognitive approaches and/or graded activity. Patients assigned to the psychosomatic therapy receive 6 to 12 sessions of psychosomatic therapy, of 30–45 min each, delivered by a specialised exercise or physical therapist. Primary outcome measure is patient-specific functioning and disability, measured with the Patient-Specific Functional Scale (PSFS). Secondary outcome measures are symptom severity, consultation frequency and referrals to secondary care, patient satisfaction, quality of life and costs. Assessments will be carried out at baseline, and after 4 and 12 months. An economic evaluation alongside the trial will be conducted from a societal perspective, with quality-adjusted life years (QALYs) as outcome measure. Furthermore, a mixed-methods process evaluation will be conducted. Discussion: We expect that psychosomatic therapy in primary care for patients who frequently attend the GP for MUS will improve symptoms and daily functioning and disability, while reducing consultation frequency and referrals to secondary care. We expect that the psychosomatic therapy provides value for money for patients with MUS.Trial registration: Netherlands Trial Register, ID: NL7157 (NTR7356). Registered 13 July 2018.Keywords: Psychosomatic therapy, Study protocol, Primary care, Randomised controlled trial, Medically unexplained symptoms, Cost-effectiveness
MULTIFILE
Veel gemeenten kampen met een hoge werkdruk door de ingrijpende veranderingen in het publieke domein. Het lukt de hr-afdeling niet om de werkdruk met ‘algemene’ interventies terug te dringen, zoals bijvoorbeeld het aanbieden van een cursus timemanagement of mindfulness. Dit blijkt uit onderzoek. Verschillende oorzaken, die ook nog eens met elkaar samenhangen, vragen om een toegesneden aanpak. We beschrijven zes inzichten die bijdragen aan het kiezen van de juiste interventiemix.
In Nederland lijden 1,4 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten. Dit aantal zal oplopen tot 1,9 miljoen in 2030 . Hevige of langdurige stress is een belangrijk risicofactor voor hart- en vaatproblemen. Cardiologen hebben vastgesteld dat omgaan met stress nu als een belangrijk onderdeel van de behandeling wordt beschouwd. In 2020 publiceerde de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie de richtlijn voor de behandeling van pijn op de borst, waarin stressmanagement wordt beschreven als een belangrijke pijler. De invulling is daarentegen nog niet uitgewerkt. In 2019 is het Radboudumc gestart met het project Blue Zone, één ontspanningsprogramma dat zich richt op gezonde, ontspannen en zinvolle levensstijl . Het Blue Zone programma zorgt voor een verbetering van kwaliteit van leven; zowel tijdens de behandeling als daarna. Hiermee komt er een structureel betere gezondheid en minder snelle terugval van de patiënt. Op dit moment is Blue Zone voornamelijk gericht op ontspanningsprogramma’s binnen het Radboudumc en wordt er geen data verzameld. Binnen het KIEM project “Wavy Zone - stressreductie voor een beter herstel bij hartpatiënten” wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van stressmanagement en reductie door middel van de Blue Zone interventies in combinatie met biofeedback bij hartpatiënten gedurende de ziekenhuisopname en revalidatie in de eigen leefomgeving. Het doel is om de kwaliteit van zorg bij hartpatiënten te vergroten, waarbij er minder stress, angst en symptomen ontstaan. Het project draagt bij aan de KIA Gezondheid en Zorg, waaronder missie II en III. De kracht van dit project betreft de directe samenwerking tussen het Radboudumc, twee innovatieve MKB-ondernemingen Wavy Assistant B.V. en Imagine AI B.V., en de stichtingen Hart voor Vrouwen en Lindenberg Cultuurhuis. Daarnaast participeert het lectoraart Personalised Digital Health van de Hanzehogeschool als betrokken partij mee. De samenwerking in dit consortium met deze diversiteit aan kennis, vaardigheden en achtergronden is nieuw.