“Zonder mobiele telefoons zijn er geen financiële problemen onder jongeren”. Op verjaardagen maar ook in de Tweede Kamer lijkt men te denken dat mobiele telefoons en andere “luxe” artikelen de belangrijkste oorzaak zijn van financiële problemen onder jongeren. Uit recent onderzoek blijkt echter dat bij vrijwel alle kwetsbare jongeren overbestedingsschulden een rol spelen, maar dat schulden bij de zorgverzekering en DUO een groter probleem vormen (Barendrecht en Rodenburg, 2013). Uit ons onderzoek onder studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) blijkt dat de drang naar luxe artikelen een signaal, en niet de oorzaak, van financiële problemen is. Als we financiële problemen bij jongeren willen voorkomen, is het belangrijk de mentaliteit van de jongere als uitgangspunt te nemen en daar op in te spelen.
De uitingen van de crossmedia dringen zich steeds nadrukkelijker aan ons op. Een toenemend aantal crossmedia diensten en producten doet een beroep op onze aandacht en financiën: van interactieve televisieprogrammas op websites, tot themakanalen op mobiele apparaten, fysieke bijeenkomsten van online communities, en virtuele werelden waarin wordt gehandeld, gestolen en waarin je echte schulden kan maken. Oude en nieuwe media vinden elkaar in IPTV en podcasts. Traditionele spelers worden links en rechts ingehaald door creatieve pioniers en actieve consumenten die zich niets aantrekken van bestaande marktverdelingen en gevestigde namen. De ene baanbrekende dienst valt over de andere innovatie heen: nog maar net gewend aan het bloggen of iedereen slaat aan het twitteren. Zelfs een achteloze journaalkijker kan de hysterische taferelen die hiermee soms gepaard gaan niet ontlopen, blijkens de nieuwe introductie van een oud apparaat zoals de telefoon: de iPhone.
We laten steeds meer sporen na: door op internet te surfen, door onze mobiele telefoon te gebruiken, door RFID-labels bij ons te dragen of door ons binnen het blikveld van camera’s te bewegen. Door de contextuele informatie die dit genereert te gebruiken als aanvulling op de ‘klassieke’ methode van gezichtsherkenning kunnen we de identificatie van personen sterk verbeteren. Bob Hulsebosch en Wouter Teeuw van het Telematica-instituut leggen uit hoe. Identificatie is het herkennen van een specifiek persoon – van wie de identiteit bekend is – in de menigte. Gezichtsherkenning speelt hierbij een grote rol. Uit camerabeelden leiden we een aantal gelaatskenmerken af, die we vergelijken met profielen in een database. Een match is mede afhankelijk van de tolerantie die we instellen. Bij een strenge instelling, met weinig ruimte voor onnauwkeurigheid, is de kans klein dat iemand ten onrechte wordt herkend (een lage false acceptance rate, of FAR), maar wordt de kans groter dat iemand uit de database ten onrechte niet wordt herkend (hogere false rejection rate, of FRR).
MULTIFILE
Dit project is een haalbaarheidsstudie naar de benodigde eigenschappen van een flood early warning system in het stroomgebied van de Rode Rivier in noordwest Vietnam. In het project wordt zowel de gebiedskennis verzameld als een lokaal netwerk gevormd, zodanig dat een smart sensor system voor waterbeheer ingericht kan worden dat de lokale bevolking in staat stelt om tijdig te anticiperen op plotselinge overstromingen. Door extreme weersituaties die zich regelmatiger voor zullen doen zullen de effecten van overstromingen verergeren. Met name vanwege het zeer korte tijdsbestek waarbinnen overstromingen op kunnen treden, is het voor de bevolking noodzakelijk om zelfstandig hierop te kunnen anticiperen. Door de effecten van klimaatverandering en grootschalige ontbossing is het risico op overstromingen in de gehele regio sterk toegenomen. Daarom zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden van opschaling van voornoemd systeem. In dit project wordt ook de basis gelegd voor een nieuw samenwerkingsverband tussen het HAN/VHL lectoraat Sustainable River Management, Eijkelkamp Soil & Water, Prins Land, Water & Food Consult en het World Agroforestry Centre (ICRAF). Deze partners hebben de gedeelde ambitie om een pilot project te realiseren voor een early warning systeem, waarmee op basis van real-time empirische data over neerslag en rivierafvoer automatisch een waarschuwingssignaal naar mobiele telefoons in een bepaald gebied gegenereerd kan worden, zodat de bevolking tijdig maatregelen kan nemen voor evacuatie en/of om ernstige schade te beperken bij verhoogd risico op zogenaamde 'flash floods'. Deze ambitie zal gezamenlijk uitgewerkt worden in een voorstel voor een pilotproject onder bijv. de Partners voor Water regeling.
Valongelukken zijn een groot én groeiend probleem onder thuiswonende ouderen. Ze vormen een acute bedreiging voor een zelfredzaam leven. ‘Valpreventie’ is effectief om het valrisico en daarmee het aantal valongelukken te verkleinen. Slechts een klein deel van de ouderen neemt deel aan valpreventieprogramma's. Dit komt onder andere doordat mensen zich pas laat bewust worden van hun verhoogde valrisico. Valpredictie kan bijdragen aan het tijdig inzetten van valpreventie. Doel Het doel van OudFIT is inzicht krijgen in de haalbaarheid van het automatisch monitoren van loopsnelheid, om zo laagdrempelig vorm te geven aan valpredictie in de wijk bij pré-kwetsbare ouderen. Relevantie Dit onderzoek heeft de volgende meerwaarde voor de praktijk: De huidige wijze van het monitoren van loopsnelheid vindt plaats in een laboratoriumsetting en is niet volledig realistisch voor loopsnelheid in het dagelijks leven Monitoring van loopsnelheid inclusief een indicatie voor ‘actie’ wordt nu pas gedaan als ouderen al onder behandeling zijn van een fysiotherapeut De app wordt beheerd door de burger, die zelf kan bepalen met wie hij zijn gegevens deelt. Dit maakt dat álle zorgverleners kunnen profiteren van dit project Resultaten Een getest prototype van een technologische oplossing die laagdrempelig ingezet kan worden door thuiswonende ouderen om hun loopsnelheid te monitoren. Inzicht in haalbaarheid om dit prototype toe te passen in de wijk voor valpredictie, vertaald naar een praktisch implementatieplan. Intensivering bestaande, regionale samenwerkingsverbanden op het gebied van valpreventie in de keten Verbinding van onderwijs en praktijkgericht onderzoek over de grenzen van het eigen domein (fysiotherapie en ICT) Looptijd 01 oktober 2021 - 01 juli 2023 Aanpak In de eerste fase van het project wordt een, voor dit project specifieke, app ontwikkeld die GPS-data uit sensoren van een IOS/Android-based mobiele telefoon kan uitlezen en hieruit loopsnelheid kan berekenen. Ook wordt een gebruikersinterface ontwikkeld voor het weergeven van de loopsnelheid. In de tweede fase wordt de ontwikkelde app getest onder de doelgroep. Eerst in een kleine groep op gebruiksvriendelijkheid en haalbaarheid, daarna in een grotere groep om betrouwbaarheid en validiteit te kunnen meten ten opzichte van huidige manieren op loopsnelheid te meten. De derde fase van het project is gericht op het genereren van aanbevelingen voor implementatie.
In het forensisch werkveld staan drie vragen centraal. Het gaat dan om “wie is het”, “wat is er gebeurd” en “wanneer is het gebeurd”. Alle informatie die bijdraagt aan het beantwoorden van deze vragen is waardevol in zaakonderzoeken. Vaak wordt er wel een biologisch spoor gevonden, maar is er geen “match” met de databank. In dit geval kan profileringsinformatie helpen bij het zoeken naar de juiste persoon. Met profilering wordt hier bedoeld een serie stoffen, ook markers genoemd, die informatie geven over de levensstijl van mensen. De levensstijl kan bestaan uit kenmerken, voeding, gewoonten en activiteiten. Een recent voorbeeld van een profileringsmethode is het analyseren van de buitenzijde van mobiele telefoons. Door het hanteren van de telefoon laten mensen zweet en stoffen achter die gekarakteriseerd kunnen worden. Het profiel van deze stoffen geeft een beschrijving van de levensstijl van de eigenaar. In veel zaken zijn er echter geen mobiele telefoon aanwezig, maar wel andere sporen zoals haar. Daarom is er behoefte aan een methode om haar te gebruiken voor profilering. Bovendien geeft haar een indicatie van tijd en gebeurtenissen uit het verleden omdat het langzaam groeit. In principe kan er dan informatie over de drie vragen (wie, wat, wanneer) verzameld worden. Haren worden op dit moment vooral gebruikt voor het meten van drugs, alcohol gebruik, cortisol en nicotine. Er is echter behoefte aan een breder palet van stoffen dat in één keer in haar kan worden gemeten. Het doel van dit onderzoek is daarom het ontwikkelen van een methode waarmee in één analysegang een profiel van circa 15 uiteenlopende markers kan worden gemeten.