The city of Amsterdam wants to have an emission free taxi sector by 2025. In order to reach that goal, the city has taken a number of measures which favour clean taxis above conventional taxis. In 2017, as part of this policy, the city of Amsterdam decided to allow only clean taxis at the Leidseplein taxi stand, one of the busiest taxi stands in the city. This taxi stand is characterized by large numbers of passengers within very short periods at social evenings and nights on Thursdays, Fridays and Saturdays. The municipality wanted to know if the number of clean taxis in Amsterdam would be sufficient to handle these high peaks of passengers.In this study, Amsterdam University of Applied Sciences (AUAS) presents a monitoring tool that was developed to follow the visiting behaviour of clean (electric and green gas vehicles) and regular (diesel) taxis at the Leidseplein taxi stand. The tool served as a basis for the municipality to evaluate the feasibility of making this taxi stand completely clean. As such this tool aims to contribute to a better understanding of the effect of this privilege measure and to provide input for policy makers to introduce privilege schemes to stimulate clean taxis in cities.
Continuous monitoring, continuous auditing and continuous assurance are three methods that utilize a high degree of business intelligence and analytics. The increased interest in the three methods has led to multiple studies that analyze each method or a combination of methods from a micro-level. However, limited studies have focused on the perceived usage scenarios of the three methods from a macro level through the eyes of the end-user. In this study, we bridge the gap by identifying the different usage scenarios for each of the methods according to the end-users, the accountants. Data has been collected through a survey, which is analyzed by applying a nominal analysis and a process mining algorithm. Results show that respondents indicated 13 unique usage scenarios, while not one of the three methods is included in all of the 13 scenarios, which illustrates the diversity of opinions in accountancy practice in the Netherlands.
The use of growth monitoring and promotion (GMP) has become widespread. It is a potential contributor towards achieving the Millennium Development Goals of halving hunger and reducing child mortality by two-thirds within 2015. Yet, GMP appears to be a prerequisite for good child health but several studies have shown that there is a discrepancy between the purpose and the practice of GMP. The high prevalence of malnutrition in many developing countries seems to confirm this fact. A descriptive qualitative study was carried out from April to September 2011. Focus group discussions and in-depth interviews were conducted amongst mothers and health workers. Data were analyzed using a qualitative content analysis technique, with the support of ATLAS.ti 5.0 software. The results suggest that most mothers were aware of the need for regular weight monitoring while health workers also seemed to be well-aware and to practise GMP according to the international guidelines. However, there was a deficit in maternal knowledge with regard to child-feeding and a lack of basic resources to keep and/or to buy healthful and nutritionally-rich food. Furthermore, the role of the husband was not always supportive of proper child-feeding. In general, GMP is unlikely to succeed if mothers lack awareness of proper child-feeding practices, and if they are not supported by their husbands.
In het project werken onderzoekers van het Lectoraat samen met publieke organisaties toe naar een tool waarmee onderstromen in het publieke debat rondom issues eerder kunnen worden opgemerkt. We exploreren met welk algoritme we patronen in geruchtvorming en mobilisatie kunnen opsporen, en tevens hoe we de interactie tussen newsroom-analisten en de output van een monitoring tool het beste kunnen vormgeven.Doel Het doel van dit project is een brede en structureel toepasbare aanpak van het issuemanagement: Hoe kunnen de communicatieprofessionals van publieke organisaties potentiële issues op sociale media vroegtijdig opmerken? Resultaten We willen dit bereiken door enerzijds kennis en inzicht te vergaren en anderzijds de uitkomsten daarvan voor publieke organisaties te vertalen in praktische handgrepen: tools, handleiding, training. Looptijd 01 oktober 2022 - 30 september 2024 Aanpak Via cases ingebracht door de praktijkpartners en focusgroepen staan we in nauw contact met het consortium. In de eerste werkpakketten onderzoeken we de verschillende cases aan de hand van discoursanalyse. De inzichten die we hierbij opdoen, gebruiken we vervolgens om te bekijken hoe we de interactie tussen mens en machine het beste kunnen vormgeven en wel zo dat er ten behoeve van de communicatie en het management van issues via interactieve visualisaties steeds weer triggers afgegeven worden. Op basis van de opgedane inzichten richten we een interface in. Deze maakt het analisten en communicatieprofessionals mogelijk om vroegtijdig issues te signaleren.
Trainers/coaches van sporttalenten hebben een complexe taak. Sporttalenten moeten hard trainen om de volgende stap te maken in hun sportcarrière of om de aansluiting bij de top te halen. Complexe taken waarmee de trainer te maken krijgt zijn onder andere: het vinden van de juiste balans tussen techniek, tactiek, mentale en andere trainbare factoren; stellen van grenzen aan fysieke en mentale vermogen van sporters; afstemmen op pieken in groei, lichamelijke en mentale ontwikkeling; bepalen van trainingsbelasting in relatie tot (individuele) belastbaarheid; afstemmingsproblemen tussen studie, sport en privéleven. Het risico van een disbalans tussen belasting en belastbaarheid is continu aanwezig met alle negatieve gevolgen van dien. Hierbij valt te denken aan sportblessures, niet optimaal presteren als gevolg van over- of ondertraining of drop out. Om goede sturing te kunnen geven aan dit proces, monitoren veel trainers de individuele belasting en belastbaarheid van hun sporters. Echter ontbreekt het hen aan de kennis, knowhow en tijd om de verzamelde data te verwerken, te interpreteren en om te zetten naar onderbouwde trainingsaanpassingen. Deze handelingsverlegenheid van trainers/coaches is vertaald naar de volgende onderzoeksvraag die centraal staat in het huidige RAAK-project: Hoe kunnen trainers/coaches beter toegerust worden om een optimale balans tussen individuele belasting en belastbaarheid van sporttalenten te realiseren met gebruikmaking van feedback van trainingsdata en trainingssturing. In dit project gaan we, mede op basis van input van trainers/coaches, een scholing ontwikkelen ter bevordering van trainingssturing. Parallel hieraan wordt een feedback dashboard ontwikkeld (Coach in Control dashboard) dat data van individuele sporter geautomatiseerd en betekenisvol rapporteert, visualiseert en beschikbaar maakt voor trainers/coaches. Dit gebeurt in de context van de cyclische sporten waarbij de casus plaatsvindt binnen het langebaanschaatsen en shorttrack. De trainers/coaches worden doorlopend actief betrokken bij de ontwikkeling en het testen van prototypes van de scholing (blended) en het feedback dashboard.
Wereldwijd luiden de alarmbellen over de afname in biodiversiteit. Ook in Nederland zijn er steeds minder verschillende soorten planten en dieren. De groeiende verdichting van steden gaat dit alleen maar versterken. Om het tij te keren werken de grote gemeenten zoals Rotterdam en Den Haag met monitoringsplannen en inrichtingsmaatregelen om de biodiversiteit in steden te versterken. De gemeenten stellen echter vast dat een breed draagvlak bij burgers voor deze maatregelen ontbreekt; het sluit niet aan bij hun huidige waarden en belevingswereld. Maar juíst de inzet van bewoners is nodig om impact te maken, omdat zij invloed hebben op het relatief grote aandeel van private ruimte in steden (»60% tegenover 40% publieke ruimte). Daarom is het consortium van onderzoekers, steden en bedrijven voornemens om een lerend ecosysteem van en voor wijkbewoners te ontwikkelen, die met hun voorkeurstools zoals interactieve dataplatformen en passende interfaces samenwerken aan biodiverse steden, en die gemeenten helpen meer real-time inzicht in biodiversiteit te verkrijgen. Het beoogt onderzoek bouwt voort op inzichten uit een pilot begin 2022: het alleen beschikbaar maken van databases en meetinstrumenten (zogenaamde sensoren) is niet aantrekkelijk genoeg voor de meeste bewoners om ook zelf te zorgen voor meer biodiversiteit. Data-tools moeten aansluiten bij leefwereld en interesses van burgers. Hiervoor moeten kennis en praktijk van ‘citizen science’ en nieuwe vormen van burgenparticipatie gekoppeld worden. Dit gebeurt in de praktijk en in de huidige wetenschappelijke literatuur nog onvoldoende. Met kwalitatief onderzoek en actiegericht ontwerponderzoek worden inzichten en een gereedschapskist inclusief technische prototypes gegenereerd waarmee wijkbewoners en gemeenten middels passende technologie samen kunnen werken voor meer biodiversiteit. In twee wijken in Rotterdam en Den Haag worden Urban Living Labs opgezet om samen met alle relevante betrokkenen de Wijk als Biotoop aanpak te ontwikkelen. Onderzoeksresultaten worden opgeschaald van Rotterdam naar Den Haag en vanuit de provincie verder verspreid.