Bij de pabo van de Hogeschool Utrecht zijn twee cursussen ontworpen op basis van de principes van programmatisch toetsen. In de voltijd jaar 1 van de propedeuse is dit experiment in het studiejaar 2022-2023 gestart. Met het experiment wil de opleiding onderzoeken of de principes van dit onderwijsconcept passend zijn bij de pabo. Studenten nemen bewijsmateriaal op in een portfolio systeem en verschillende feedbackgevers geven daar feedback op. Na het geven van feedback wordt zo’n bewijsstuk een datapunt. Een datapunt is niet meer dan 1 brokje informatie die iets zegt over het functioneren van de student. De examinator beoordeelt in het portfolio niet het bewijsmateriaal zelf, maar integreert de feedback die is gegeven door experts (vakdocenten en praktijkopleider) en combineert dit met de feedback van de student zelf en zijn medestudenten. Tijdens deze workshop hebben deelnemers ervaring opgedaan met dit experiment. Hoe beoordelen onze examinatoren het programmatische portfolio. De deelnemers hebben zelf een beoordeling uitgevoerd enkel op basis van feedback van anderen. Lukt het zonder inhoudelijk expert te zijn tot een holistisch oordeel te komen van de leeruitkomsten die centraal staan.
Om professionals en organisaties bewust te maken hoe een sterke professionele identiteit verworven kan worden is een conceptueel model ontwikkeld. Het bestaat uit zes ontwikkelingstaken en diverse deeltaken. Het model is toegepast op de student van het Fast Switch onderwijs. Opleiders en werkgevers kunnen ondersteunend zijn bij dit proces en hebben ieders hun eigen taken en verantwoordelijkheden.
MULTIFILE
Er bestaan talloze verschillende benaderingen en uitwerkingen van de onderzoeksstrategie gevalsstudie. Al deze verschillende benaderingen hebben met elkaar gemeen dat we met een gevalsstudie een sociaal verschijnsel bestuderen door ons te concentreren op één geval. Een uitgebreide beschrijving luidt als volgt: een gevalsstudie is een intensief kwalitatief onderzoek van één geval dat in al zijn complexiteit wordt onderzocht. De nadruk ligt op het proceskarakter van het te onderzoeken geval in de natuurlijke setting waarbij de onderzoeker vaak participatief en explorerend te werk gaat. Deze explorerende werkwijze als ook het procesmatige karakter van het geval resulteren in het vervlechten van waarnemen en analyse gedurende een langere waarnemingsperiode en leiden tot een gedetailleerde beschrijving van het verschijnsel. Het geval kan bestaan uit een individu, gebeurtenis, organisatie, cultuur of samenleving. Algemene methodische principes van zowel de gevalsstudie als de meervoudige gevalsstudie zijn: aandacht voor leefwereld/praktijk van de betrokkene(n); concrete handelingspraktijken vanuit leefwereld/intenties/begrippen; triangulatie als kwaliteitscontrole voor de verzamelde data.
De Wijkgerichte Energie Transitie (WET) krijgt uitvoering door intensieve lokale samenwerking: gemeenten maken nu wijkgerichte plannen om met lokale partijen de gebouwen in de wijk aardgasvrij te maken. Dit projectvoorstel omvat een pilot voor het versterken van methoden voor co-creatie bij de WET op een wijze die bijdraagt aan de overdraagbaarheid van opgedane inzichten tussen wijken. Hiervoor introduceren we de methode future narative tools. De pilot richt zich op Mariahoeve (Den Haag) en Spijkerkwartier (Arnhem), waar vanuit Stadslabs met een sterke rol voor bewoners wordt gewerkt aan de WET. De beoogde opbrengst van de pilot is tweeledig 1. Systematische aanpak voor verbetering lokale co-creatie 2. Analyse en reflectie op ingezette methode om tools te identificeren waarmee lessons learned overdraagbaar zijn tussen professionals in verschillende wijken. Op basis van de ervaringen willen we in een volgend project de narratieve methode door-ontwikkelen voor toepassing in breder verband in meer wijken.
De praktijk van de ruimtelijk ontwerper is fundamenteel aan het veranderen: de ontworpen omgeving is in toenemende mate een technische omgeving, ontworpen om vorm te geven aan ervaringen en gedrag. Nieuwe ruimtelijke vraagstukken dienen zich aan op het vlak van openbare ruimte en social design, welzijn en interieur, storytelling en navigatie; vraagstukken waarbij zich nieuwe vormen van ruimte en interactie voordoen en technologie een snel groeiende rol speelt. Ruimtelijk ontwerpers staan voor de uitdaging om deze vraagstukken te verkennen en ideeën te ontwikkelen voor de ontworpen omgeving van de toekomst. Het postdoc project Spatial Narratives onderzoekt de inzet van Extended Reality (XR) om precies dit te doen. In de afgelopen jaren zijn narratieve ontwerpmethoden ontwikkeld die verbeelding en kritische reflectie als uitgangspunt nemen in het verkennen van ruimtelijke vraagstukken. Narratieve vormen en technieken stimuleren de verbeelding, helpen de ontwerper om zich in (hypothetische) situaties te verplaatsen en gebruikers bij het ontwerpproces te betrekken. Extended Reality biedt ontwerpers hierbij nieuwe kansen: de mogelijkheid om te experimenteren met immersieve interacties en representaties van ruimte maakt XR bij uitstek geschikt om aspecten van de ontworpen omgeving in een ervaarbare vorm te verbeelden en vanuit een directe, lichamelijke ervaring te verkennen. Met Spatial Narratives ontwikkelt de postdoc scenario’s voor omgevingsontwerp in Extended Reality. De postdoc organiseert een ontwerpstudio waarin wordt geëxperimenteerd met XR-tools en narratieve ontwerpmethoden naar aanleiding van concrete ruimtelijke vraagstukken uit het onderwijs en werkveld van HKU Design. Kennis op het grensvlak van ruimtelijk ontwerp, omgevingspsychologie en game design wordt bij elkaar gebracht in een onderbouwd conceptueel kader. Met de scenario’s schetst de postdoc nieuwe mogelijkheden in het ontwerpproces van de ruimtelijk ontwerper en biedt hij praktische handvatten voor de ontwerppraktijk.