The relevance of citizen participation in regeneration projects, particularly in shrinking cities, is widely acknowledged, and this topic has received a great deal of policy and academic attention. Although the many advantages of citizen participation in regeneration projects have been identified, its current forms have also received considerable criticism. In short, this criticism boils down to the conclusion that the ideal of citizen participation is not put into practice. This paper considers why this is the case, asking whether current participatory practices enable citizens to exercise influence as political actors in urban regeneration projects. In this paper, we examine this question based on Mouffe’s conception of the political, coupled with findings from our empirical research conducted in Heerlen North, The Netherlands. We conducted qualitative research on urban regeneration in the shrinking old industrial city of Heerlen. The findings reveal two distinct perspectives on citizen participation. Professionals see the existing context of citizen participation as a reasonable and practical but, in some respects, insufficient practice. Citizens’ views on participation are organized around feelings of anger, shame, and fear and are grounded in experiences of a lack of recognition. These experiences limit citizens’ abilities to exert true influence on regeneration projects. We conclude that efforts to regenerate shrinking cities should strive to recognize these experiences so as to create conditions that generate respect and esteem and, as such, enable urban social justice.
LINK
Column over de vraag: wil het Nederlandse “sociaal werk” nog wel een internationaal perspectief? Onder de titel "Social work in een international perspectief" is deze column uitgesproken tijdens het symposium “Samenleven is geen privézaak” op 29 maart 2012, ter gelegenheid van het afscheid Hans van Ewijk (lector sociale innovatie).
De verschillen in belangen, betrokkenheid, gebruiksvormen en gebruiksdoeleinden van de publieke ruimte tussen volwassenen en jongeren brengt spanningen met zich mee. Deze spanningen dragen niet bij aan een gezonde leefomgeving. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken hoe we de publieke ruimte zo kunnen vormgeven dat iedereen er zich welkom, veilig en thuis voelt. In dit rapport wordt dit onderzocht vanuit de positie van jongeren. De leidende vraag voor dit rapport is: Hoe kan op democratische wijze met jongeren een inclusieve publieke ruimte gecreëerd worden? Deze vraag roept ook een tweetal deelvragen op: Wat zijn de voorwaarden voor de inclusieve publieke ruimte voor jongeren? Hoe krijgt jongerenparticipatie vorm in het creëren van inclusieve democratische publieke ruimte?