Zeker in de stad? is het tweede deel van de reeks Haagse Sociale en Culturele Verkenningen van het lectoraat Grootstedelijkentwikkelingen van De Haagse Hogeschool. Deze bundel van verschillende onderzoeken, uitgevoerd door de kenniskringleden van dit lectoraat, richt zich op de dagelijkse woon- en leefomgeving in Den Haag. In bepaalde delen van de stad komen we armoede tegen, een lage arbeidsparticipatie, grote druk op het onderwijs, rommelige woonomgeving en veel nieuwe initiatieven van verschillende partijen om daar iets aan te doen. Hoe gaat dit? Hoe werken de talloze aanwezige instituties aan de verbetering van het woon- en leefklimaat? De verkenningen vinden plaats in de Schilderswijk, de Stationsbuurt en Morgenstond/Zuidwest, waarbij de thema's illegaliteit, opgroeimogelijkheden, klimaat, prachtwijken, beheren en bouwen aan de orde komen.
BACKGROUND: There is a growing interest in empowering older adults to age in place by deploying various types of technology (ie, eHealth, ambient assisted living technology, smart home technology, and gerontechnology). However, initiatives aimed at implementing these technologies are complicated by the fact that multiple stakeholder groups are involved. Goals and motives of stakeholders may not always be transparent or aligned, yet research on convergent and divergent positions of stakeholders is scarce. OBJECTIVE: To provide insight into the positions of stakeholder groups involved in the implementation of technology for aging in place by answering the following questions: What kind of technology do stakeholders see as relevant? What do stakeholders aim to achieve by implementing technology? What is needed to achieve successful implementations? METHODS: Mono-disciplinary focus groups were conducted with participants (n=29) representing five groups of stakeholders: older adults (6/29, 21%), care professionals (7/29, 24%), managers within home care or social work organizations (5/29, 17%), technology designers and suppliers (6/29, 21%), and policy makers (5/29, 17%). Transcripts were analyzed using thematic analysis. RESULTS: Stakeholders considered 26 different types of technologies to be relevant for enabling independent living. Only 6 out of 26 (23%) types of technology were mentioned by all stakeholder groups. Care professionals mentioned fewer different types of technology than other groups. All stakeholder groups felt that the implementation of technology for aging in place can be considered a success when (1) older adults' needs and wishes are prioritized during development and deployment of the technology, (2) the technology is accepted by older adults, (3) the technology provides benefits to older adults, and (4) favorable prerequisites for the use of technology by older adults exist. While stakeholders seemed to have identical aims, several underlying differences emerged, for example, with regard to who should pay for the technology. Additionally, each stakeholder group mentioned specific steps that need to be taken to achieve successful implementation. Collectively, stakeholders felt that they need to take the leap (ie, change attitudes, change policies, and collaborate with other organizations); bridge the gap (ie, match technology with individuals and stimulate interdisciplinary education); facilitate technology for the masses (ie, work on products and research that support large-scale rollouts and train target groups on how to use technology); and take time to reflect (ie, evaluate use and outcomes). CONCLUSIONS: Stakeholders largely agree on the direction in which they should be heading; however, they have different perspectives with regard to the technologies that can be employed and the work that is needed to implement them. Central to these issues seems to be the tailoring of technology or technologies to the specific needs of each community-dwelling older adult and the work that is needed by stakeholders to support this type of service delivery on a large scale. KEYWORDS: aged; eHealth; focus groups; health services for the elderly; implementation management; independent living; project and people management; qualitative research; technology
LINK
De gemeente Kerkrade wil in de wijk Eygelshoven aan slag met producten van het RAAK-mkb project “Naar levensloopbestendige particuliere woningen: een integrale aanpak door MKB ondernemingen” (RAAK.MKB05.012). Doel is om particuliere woningbezitters tussen 40-70 jaar te stimuleren de woning levensloopbestendig te maken. Dit streven biedt de gelegenheid om de ontwikkelde aanpak, bestaande uit een integrale dienst van ondernemers en marketing-communicatie-strategieën door te ontwikkelen. Nieuwe aspecten in Kerkrade betreffen het van de grond af opstarten van een samenwerking tussen ondernemers en de inzet van onafhankelijk adviseurs van de gemeente. De vraag is; Hoe realiseren we in de gemeente Kerkrade (en specifiek de wijk Eygelshoven) een integrale dienst voor advisering over en realisatie van aanpassingen aan de woning in het kader van levensloopbestendigheid en werken strategieën (in het bijzonder onafhankelijke adviseurs) om de doelgroep 40 t/m 70 jaar tot een investeringsbeslissing aan te zetten? Actie-onderzoek met kennis en producten uit het RAAK-mkb project staan centraal; deze worden aangepast aan de lokale situatie en door te doen leren we of het werkt. Twee onderdelen staan centraal. - Marketingcommunicatie - Integrale dienst Dit project levert de gemeente Kerkrade geïmplementeerde marketingcommunicatie-strategieën, voorlichting en een dienst voor MKB-ondernemingen op. Woningbezitters kunnen zich hiertoe wenden voor ondersteuning bij advies en het daadwerkelijk aanpassen van de woning. Specifiek is nieuwe kennis ontwikkeld over de inzet van onafhankelijk adviseurs en strategieën om een samenwerkingsverband op te starten. Deze kennis wordt tevens in het onderwijs van Ergotherapie en Built Environment verwerkt.
Het Platform Stad en wijk: participatie en veerkracht stelt zich ten doel om samenwerking en uitwisseling van lectoraten op het gebied van stad en wijk te intensiveren om van hieruit stapsgewijs tot gezamenlijke meerjarige onderzoeksprogramma’s te komen. De lectoraten willen met praktijkgericht onderzoek in steden, in nauw overleg met diverse stakeholders en vertegenwoordigers van de topsector Creatieve Industrie, gezamenlijk bijdragen aan het begrijpen en aanpakken van maatschappelijke vraagstukken in de stad: ongelijkheid en sociale uitsluiting, gezondheid, arbeid en inkomen, duurzaamheid en milieu, wonen, wijk- en gebiedsontwikkeling, relatie tussen overheid en burger.
De samenleving vergrijst. Dit is een verworvenheid, maar levert ook een aantal maatschappelijke problemen op. De verpleeghuiszorg en de thuiszorg staan zwaar onder druk. Er is sprake van personeelstekorten en er zijn grote zorgen over de betaalbaarheid van de zorg. In toenemende mate zullen ouderen langer thuis moeten blijven wonen. Technologische hulpmiddelen zijn daarbij in toenemende mate onmisbaar. Een belangrijk probleem bij de acceptatie van dit soort hulpmiddelen is dat ouderen ze niet willen gebruiken omdat ze zich door het hulpmiddel gepositioneerd voelen als afhankelijk, ziek en in verval. Het zelfbeeld van ouderen is vaak veel positiever. Ouderen leggen vaak juist de nadruk op zaken die nog goed gaan in hun leven. In dit project willen we uitgaan van de creativiteit, competentie en energie van ouderen. We weten uit een eerder onderzoek dat ouderen in hun alledaagse leven praktische problemen oplossen door vindingrijke oplossingen te maken. Voortbouwend op dit onderzoek waarin de theoretische en empirische basis gelegd is voor analyses van vindingrijkheid, en op inzichten van creatieve professionals, willen we nu focussen op de vertaling van de inzichten rondom vindingrijkheid in het ontwerp van toolkits, concepten, prototypes of producten. De vraagstelling van het project luidt: hoe kan de vindingrijkheid en zelfstandigheid van ouderen versterkt worden door middel van het ontwerpen van toolkits, concepten en/of producten die gebaseerd zijn op oplossingen die door ouderen bedacht zijn in hun alledaagse leven? In dit project vormen sociaal wetenschappers, ontwerpers en fotografen samen een nieuw netwerk. De relevantie van het project zit in de vorming van het netwerk, de ontwikkeling van praktische toolkits, concepten en prototypes (die eventueel later doorontwikkeld kunnen worden in vervolgprojecten) én in het beïnvloeden van de beeldvorming rondom ouderen door te laten zien dat ouderen niet persé ziek, zwak en afhankelijk zijn, maar vaak juist energiek, creatief en onafhankelijk.