Dit publieksonderzoek is een voortzetting van het onderzoek: Inventarisatie en analyse cultuuronderzoek Provincie Utrecht (2018). De opdracht voor beide onderzoeken is voortgekomen uit de cultuurnota Alles is NU, cultuur- en erfgoednota 2016 (Provincie Utrecht, 2016). De provincie Utrecht wil inzicht krijgen in de beleving en waardering van de culturele profilering van streken en gemeenten en de bekendheid en publiekswaardering van culturele voorzieningen en erfgoed-locaties.
De journalistiek heeft het de laatste jaren zwaar te verduren. De media, zo kan één van de kritiekpunten worden samengevat, kunnen onvoldoende uit de voeten met de ontzuilde multiculturele samenleving. In dit artikel wordt, na een inventarisatie van praktijken en onderzoeksgegevens, gesteld dat meer aandacht voor 'interculturele journalistiek' een goede zaak zou zijn. Maar wat is interculturele journalistiek precies? Wat is het méér dan journalistiek over de multiculturele samenleving? En waarom zou daarvan een positief effect verwacht mogen worden? Wat kunnen redacties en opleidingen in dit verband doen? Aan welke kwaliteitseisen zou een "intercultureel competente journalist" moeten voldoen?
In de laatste decennia kunnen we internationaal een trend waarnemen tot vergroting van de autonomie van scholen, gepaard gaand aan decentralisatie. Scholen krijgen meer beleidsruimte, moeten meer eigen keuzes maken en moeten verantwoording afleggen over behaalde resultaten (accountability). Schoolleiders krijgen meer verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit, voor de effectiviteit van de school. De noodzaak hiervoor ligt in maatschappelijke ontwikkelingen. De betekenis van kennis is door de snelle ontwikkelingen en de komst van ICT en Internet sterk veranderd. Ook de jeugd is veranderd. Dit vraagt om andere wijzen van leren, tegenwoordig het nieuwe leren genoemd. Scholen zullen moeten inspelen op deze veranderingen en op nieuwe inzichten m.b.t. kennis en didactiek. Scholen zijn tegenwoordig dus voortdurend in ontwikkeling. Veel van de onderwijsvernieuwingen worden echter van bovenaf geïnitieerd door overheid en schoolleidingen. Dit heeft kritiek bij leraren opgeroepen: ze zouden als professionals te weinig ruimte krijgen om sturing te geven aan hun eigen beroepskwaliteit en hun eigen leren. Zij zouden het eigenaarschap met betrekking tot het onderwijs en de eigen professionele kwaliteit steeds meer kwijtraken (Snoek & Krüger, 2007). Dit tezamen heeft internationaal geleid tot het idee om professionele leergemeenschappen te creëren in scholen. Scholen ontwikkelen een cultuur die niet alleen gericht is op het leren van de leerlingen, maar waarin iedereen leert en waarbinnen het vanzelfsprekend is om kritisch te kijken naar de kwaliteit en de effectiviteit van het handelen. Dit vergt een onderzoekende cultuur in scholen, waarbij de ruimte van leraren voor het richting geven aan de onderwijsvernieuwingen in de school wordt gerespecteerd en vergroot (Krüger, 2007). De schoolleider heeft een expliciete rol gekregen in het op gang brengen en in stand houden van schoolontwikkeling en dus in het creëren van een onderzoekende cultuur in de school. Dit vraagt om nieuwe vormen van leiderschap. Het lectoraat ‘leren en innoveren’ van de Hogeschool van Amsterdam speelt in op de recente ontwikkelingen die hierboven zijn beschreven. Voor de kenniskring is de wijze waarop leraren leren en hoe dat leren tot stand komt belangrijke kennis. Hoofdvraag in de kenniskring is immers: hoe kunnen leraren competenter worden in veranderen? Met andere woorden: hoe kan hun professionele leren leiden tot een vergroting van hun veranderingscapaciteit? Leraren zullen weer meer eigenaar moeten worden van hun onderwijspraktijk en van hun eigen beroepskwaliteit. In de loop der jaren is daarom binnen het lectoraat de aandacht toegenomen voor een onderzoekende houding bij leraren teneinde veranderprocessen op gang te brengen en te onderbouwen met evidenties. Ook de vraag welke rol schoolleiders daarin spelen is daarbij aan de orde. Het kenniskringonderzoek waarvan hier het eindrapport voorligt, richt zich op de vraag naar de invloed van schoolleiderschap op het bevorderen van onderzoeksmatig handelen van leraren. Hoe kunnen schoolleiders een onderzoekende cultuur stimuleren, het eigenaarschap van leraren vergroten en de professionalisering in de school koppelen aan schoolontwikkeling?
HKU wil Impuls 2020 inzetten voor de doorontwikkeling en versterking van de onderzoeksomgeving binnen de kunsthogeschool als onderwijs- en kennisinstelling enerzijds; Anderzijds voor de ontwikkeling en versteviging van netwerken en samenwerkingsverbanden in de regio en met andere (kunst)hogescholen in duurzame en kansrijke initiatieven met maatschappelijke impact. Het hbo-postdoc onderzoek ‘Common Ground, Praktijk, filosofie en ethiek van onderzoek aan HKU’ dat bijdraagt aan de articulatie van de verschillende methodologieën aan HKU, wordt verlengd. Om nieuwe en bestaande onderzoeksgroepen kwalitatief goed te ondersteunen, willen we het fundament van de ondersteunende onderzoeksinfrastructuur aan HKU verder versterken. Door opdrachtmatige uitbreiding van het team van kennismedewerkers zorgen we voor een goede verankering van nieuwe onderzoeksposities in het functiehuis en professionalisering van de bedrijfsvoering van het onderzoek. We brengen een versnelling op gang in ons traject “HKU Op weg naar Open Science” door een extra investering in menskracht en een online platform voor HKU Press. Strategisch zijn we actief betrokken bij het ontwikkeljaar van de pilot derde cyclus in het hbo vanuit het cluster Kunst + Creatief. HKU heeft de ambitie om de samenwerking met het brede zorgdomein in Utrecht te intensiveren. We willen investeren in een stevige onderzoeksomgeving en het regionaal kennis-ecosysteem op het gebied van Health, met aandacht en ruimte voor de specifieke rol en meerwaarde die praktijkgericht kunstonderzoek heeft in onderzoeksprojecten in (samenwerking met) dit domein. Dit doen we door een Kwartiermaker aan te trekken. Samen met AHK willen we de mogelijkheden voor meer samenwerking tussen de kunsthogescholen, en specifiek tussen onze beide instellingen concreet gaan onderzoeken. Om de thematische en methodologische raakvlakken in kaart te brengen, en kennismaking en uitwisseling tussen onderzoeksgroepen te organiseren, stellen we gezamenlijk een verkenner/aanjager aan. Onderdeel van de verkenningsopdracht is om te kijken naar aansluiting op de landelijke beleidsagenda’s en de haalbaarheid van gezamenlijke aanvragen.
In het convenant ‘Schone taxi’s voor Amsterdam’ sprak de gemeente eind 2015 met de Toegelaten Taxiorganisaties (TTO’s) af om gezamenlijk te werken aan schoner taxivervoer met als doel om eind 2025 alleen nog met schone taxi’s te rijden. De gemeente faciliteert de overgang van diesel naar elektrisch door te zorgen voor voldoende snellaadpalen, voorrangsregelingen voor schone taxi’s, vrij parkeren bij laadpalen voor elektrische taxi’s en aanschafsubsidies en reguleert door een milieuzone in te stellen voor oude dieseltaxi’s. U-SMILE (onderdeel B) onderzocht de effectiviteit van enkele van de in het convenant afgesproken maatregelen en zocht op antwoord op de volgende vragen: 1) Hoe effectief is de voorrangsregeling op Centraal Station voor het aantrekken van schone taxi’s? 2) Zijn er op uitgaansavonden bij Leidseplein voldoende schone taxi’s beschikbaar voor de grote aantallen passagiers? 3) Zijn er voldoende snelladers in de stad om elektrische taxi’s snel op te laden? 4) Hoe denken de taxichauffeurs over de maatregelen van de gemeente en hebben de maatregelen effect op het gedrag van de taxichauffeurs? Geanonimiseerde gegevens van pasjes- en kentekenscanners bij de taxistandplaatsen Centraal Station en Leidseplein werden wekelijks opgeslagen in de database van HvA en geanalyseerd. Met een web based taximonitor kan de gemeente de actuele analyseresultaten inzien. Ook interviewde U-SMILE taxichauffeurs en stuurde in samenwerking met de afdeling psychologie van Rijksuniversiteit Groningen vragenlijsten uit om te onderzoeken hoe de taxichauffeurs dachten over de maatregelen en of deze zou leiden tot ander gedrag. Wij vragen deze Top-up aan om: 1) Onderzoeksgegevens en gelieerde onderzoeksfaciliteiten beter toegankelijk te maken voor onderzoekers, zowel voor interne als externe onderzoekers; 2) Het bereik van de beschikbare onderzoeksresultaten sterk te vergroten in de taxi-sector en onder taxichauffeurs