Types
0Institute
26File type
9Language
5Publication year
12Themes
14Product Type
14Publications including file / URL
2Projectstatus
3How come Open Science is a well-shared vision among research communities, while the prerequisite practice of research data management (RDM) is lagging? This research sheds light on RDM adoption in the Dutch context of universities of applied sciences, by studying influencing technological, organizational, and environmental factors using the TOE-framework. A survey was sent out to researchers of universities of applied sciences in the Netherlands. The analyses thereof showed no significant relation between the influencing factors and the intention to comply with the RDM guidelines (p-value of ≤ .10 and a 90% confidence level). Results did show a significant influence of the factor Management Support towards compliance with a p-value of 0.078. This research contributes towards the knowledge on RDM adoption with the new insight that the factors used in this research do not seem to significantly influence RDM adoption in the Dutch context of universities of applied sciences. The research does show that the respondents have a positive attitude in their intention to change, increase or invest time and effort towards RDM compliance. More research is advised to uncover factors that do significantly influence RDM adoption among universities of applied sciences in the Netherland for stakeholders in Open Science and RDM to enhance their strategies.
MULTIFILE
Vanuit Fontys Hogescholen wordt veel onderzoek gedaan, met name door onderzoekers van de verschillende lectoraten. Vanzelfsprekend worden er binnen deze onderzoeken veel data verzameld en verwerkt. Fontys onderschrijft het belang van zorgvuldige omgang met onderzoeksdata en vraagt daarom van onderzoekers dat zij hun Research Data Management (RDM) op orde hebben. Denk hierbij aan veilige opslag en duurzame toegankelijkheid van data. Maar ook (open access) publiceren en archiveren van onderzoeksdata maken onderdeel uit van RDM. Hoe je hier als onderzoeker invulling aan geeft kan soms best een zoektocht zijn, mede doordat nog niet iedereen even bekend is met het onderwerp RDM. Met dit boek hopen we onderzoekers binnen Fontys de belangrijkste informatie te bieden die nodig is om goed invulling te geven aan Research Data Management en daarbij ook te wijzen op de ondersteuning die op dit gebied voorhanden is.
DOCUMENT
In de regio IJsselland hebben tien organisaties middels subsidie van ZonMw het project 'Met Elkaar, Uit Elkaar' ontwikkeld om een samenhangende aanpak in (complexe) scheidingsproblematiek met betrokken organisaties en professies te realiseren. Deze publieksversie beschrijft de conclusies en uitkomsten van de onderzoeksgegevens die uit de drie pilots in Dalfsen, Deventer en Zwolle zijn gekomen.
DOCUMENT
Begin 2022 heeft het iXperium Centre of Expertise Leren met ict de monitor Leren en lesgeven met ict afgenomen in het mbo, in samenspraak met het ministerie OCW, de MBO Raad, MBO Digitaal en het programma ‘Doorpakken op Digitalisering’. Het betrof een landelijke meting waaraan 32 mbo-instellingen deelnamen. In totaal zijn van ruim zesduizend mbo-docenten bruikbare onderzoeksgegevens verzameld. De monitor is vooral bedoeld als een ontwikkelingsgericht instrument dat instellingen, opleidingen en teams kan helpen de visie en ambities aan te scherpen, aanknopingspunten voor gerichte onderwijsontwikkeling en professionalisering te vinden en, bij herhaalde afname, de opbrengsten van ingezette interventies te volgen en waar nodig bij te sturen. Elke instelling kan de eigen resultaten online, via een portal, op een fijnmazig niveau binnen de eigen organisatie bekijken en vergelijken, aansluitend bij de manier waarop de instelling is georganiseerd. Deze manier van terugkoppeling is bedoeld om het gesprek op teamniveau over ict en de eigen ontwikkelbehoeften te faciliteren en vormt een startpunt voor verdere professionalisering. Ondersteunende werkvormen worden door de partners (iXperium, MBO Digitaal) geboden. De rapportage is verdeeld in drie katernen. In Katern B worden op basis van de gegevens van de mbo-instellingen die al vaker deelnamen, de ontwikkelingen over de afgelopen vijf jaar in het lesgeven met en over ict en de bijbehorende competenties geschetst en wordt ingegaan op de effecten van ingezette professionalisering.
LINK
Begin 2022 heeft het iXperium Centre of Expertise Leren met ict de monitor Leren en lesgeven met ict afgenomen in het mbo, in samenspraak met het ministerie OCW, de MBO Raad, MBO Digitaal en het programma ‘Doorpakken op Digitalisering’. Het betrof een landelijke meting waaraan 32 mbo-instellingen deelnamen. In totaal zijn van ruim zesduizend mbo-docenten bruikbare onderzoeksgegevens verzameld. De monitor is vooral bedoeld als een ontwikkelingsgericht instrument dat instellingen, opleidingen en teams kan helpen de visie en ambities aan te scherpen, aanknopingspunten voor gerichte onderwijsontwikkeling en professionalisering te vinden en, bij herhaalde afname, de opbrengsten van ingezette interventies te volgen en waar nodig bij te sturen. Elke instelling kan de eigen resultaten online, via een portal, op een fijnmazig niveau binnen de eigen organisatie bekijken en vergelijken, aansluitend bij de manier waarop de instelling is georganiseerd. Deze manier van terugkoppeling is bedoeld om het gesprek op teamniveau over ict en de eigen ontwikkelbehoeften te faciliteren en vormt een startpunt voor verdere professionalisering. Ondersteunende werkvormen worden door de partners (iXperium, MBO Digitaal) geboden. De rapportage is verdeeld in drie katernen. Katern A bevat een overzicht van de belangrijkste resultaten. Het schetst een beeld van de stand van zaken rond leren en lesgeven met ict in het mbo anno 2022 en geeft een benchmark. Ook geven de data overkoepelende inzichten in verschillen tussen instellingen, opleidingen, groepen docenten en in de samenhang tussen competenties en het handelen.
LINK
Op basis van onderzoek worden de vrijetijdspatronen (georganiseerde en ongeorganiseerde vrijetijd) van kinderen tussen 10 en 15 jaar uit verschillende sociale milieus beschreven. Uit de resultaten blijkt dat de ongerustheid over de te drukke agenda's van kinderen en jonge tieners niet terecht is. Nog geen 12% van de onderzochte leeftijdsgroep blijkt vier of meer vaste afspraken c.q. georganiseerde activiteiten per week te hebben (sporttraining, gitaarles, buitenschoolse opvang e.d.). Zij zijn meestal afkomstig uit gezinnen met hoogopgeleide ouders. 47% blijkt en of twee vaste afspraken te hebben en ruim 27 % neemt deel aan geen enkele activiteit die wekelijks georganiseerd wordt. Verder wordt uit het onderzoek duidelijk dat bij jonge adolescenten zeer gedifferentieerde patronen van vrijetijdsbesteding te onderscheiden zijn. Op basis van de onderzoeksgegevens wordt een typologie gegeven van ongeorganiseerde vrijetijdsbesteding (welke groepen jongeren onderscheiden naar klasse en gender doen wat?)En ook is onderzocht hoe onderscheiden groepen jongeren ongeorganiseerde activiteiten en georganiseerde activiteiten combineren.
DOCUMENT
Begin 2022 heeft het iXperium Centre of Expertise Leren met ict de monitor Leren en lesgeven met ict afgenomen in het mbo, in samenspraak met het ministerie OCW, de MBO Raad, MBO Digitaal en het programma ‘Doorpakken op Digitalisering’. Het betrof een landelijke meting waaraan 32 mbo-instellingen deelnamen. In totaal zijn van ruim zesduizend mbo-docenten bruikbare onderzoeksgegevens verzameld. De monitor is vooral bedoeld als een ontwikkelingsgericht instrument dat instellingen, opleidingen en teams kan helpen de visie en ambities aan te scherpen, aanknopingspunten voor gerichte onderwijsontwikkeling en professionalisering te vinden en, bij herhaalde afname, de opbrengsten van ingezette interventies te volgen en waar nodig bij te sturen. Elke instelling kan de eigen resultaten online, via een portal, op een fijnmazig niveau binnen de eigen organisatie bekijken en vergelijken, aansluitend bij de manier waarop de instelling is georganiseerd. Deze manier van terugkoppeling is bedoeld om het gesprek op teamniveau over ict en de eigen ontwikkelbehoeften te faciliteren en vormt een startpunt voor verdere professionalisering. Ondersteunende werkvormen worden door de partners (iXperium, MBO Digitaal) geboden. De rapportage is verdeeld in drie katernen. In Katern C zoomen we in op factoren die docenten motiveren om zich te professionaliseren op het gebied van onderwijs en ict. We kijken daarbij naar de toekomst: op welke thema’s willen docenten zich de komende twee jaar professionaliseren, wat motiveert hen hierbij en zien we hierin verschillen tussen docenten?
MULTIFILE
In lerarenopleidingen in Nederland wordt gezocht naar mogelijkheden om een flexibel curriculum te ontwerpen dat vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch, een goede weergave is voor het beroep van leraar. Landelijk zijn ontwikkelingen gaande in zowel primair- als voortgezet onderwijs om het leren vanuit onderwijs zo passend mogelijk te maken voor leerlingen. Elke schoolorganisatie doet dit op eigen wijze en binnen aanwezige mogelijkheden. In een groeiend aantal netwerken van opleidingsinstituten en daaraan verbonden scholen is men in gezamenlijkheid op zoek naar opleidingsroutes voor leraren die aansluiten bij die veranderingen in de onderwijspraktijk. Het doel van dit onderzoek is om in netwerken van Samen Opleiden zicht te krijgen op de dynamiek en uitdagingen van het ontwerpen, uitvoeren van nieuwe opleidingsroutes en de opbrengsten daarvan in termen van beoogd, uitgevoerd en gerealiseerd curriculum. Hiervoor worden drie jaar lang vijf innovatieve opleidingsinitiatieven gevolgd en geportretteerd door middel van documentanalyses, storylines en interviews met betrokkenen van lerarenopleidingen en scholen. Op basis van deze onderzoeksgegevens worden in elke fase casus overstijgende dilemma’s, uitdagingen en opbrengsten geïnventariseerd en beschreven. We willen deelnemers de tot nu toe gevonden data voorleggen vanuit Fase 1 en in gesprek gaan over de manier waarop samen opleiden in balans blijft tussen lerarenopleidingen en de praktijk.
MULTIFILE
In een door het lectoraat Revalidatie uitgevoerd onderzoek bij jongeren met niet aangeboren hersenletsel (NAH) hebben veertien studenten van de Academie voor Gezondheid geparticipeerd. Bij jongeren hebben zij, twee jaar na het oplopen van hersenletsel door een ongeval of hersenaandoening, tijdens een huisbezoek, verschillende vragenlijsten over sociaal-maatschappelijke participatie afgenomen. In de periode voorjaar 2010 tot najaar 2012 zijn in vier wervingsrondes hoofdfase studenten via drie methoden geworven voor participatie in het NAH-onderzoek. In dit artikel worden werkwijze werving, voorbereiding en begeleiding van de studenten beschreven. De voorbereiding bestond uit informatieverstrekking en training. De begeleiding vond plaats in de vorm van supervisie. Studenten kwamen in dit onderzoek rechtstreeks en intensief met deelnemers in contact. Bij dit contact worden (beroeps)competenties op de proef gesteld: in vele opzichten een belangrijke aanvulling op hun opleiding. De belangrijkste aanbeveling is, dat studentenparticipatie in praktijkgericht onderzoek goed voorbereid en ondersteund moet worden en aanzienlijk makkelijker verloopt als dit onderdeel is van het curriculum van de opleiding. Ook zal participeren in analyse en verwerking van de onderzoeksgegevens naast dataverzameling meerwaarde voor de student hebben. ABSTRACT Fourteen students of the Academy of Health participated in a research about the social impact of acquired brain injury (ABI) in adolescents. This research was performed by the research group Rehabilitation. The students conducted several questionnaires about social functioning while visiting the adolescents with ABI at home, two years after the youths had suffered from brain injury, through accident or brain illness. During four selection rounds that took place between Spring 2010 and Autumn 2012, students were recruited by three methods to participate in the data collection of the ABI research. This article describes methods of recruitment, preparation and supervision of the selected students. The preparation consisted of education and training. The supervision consisted of feedback and encouragement. Students were in direct and intensive contact with participants during this research. Their (professional) competencies were therefore put to the test and in many respects this was an important addition to their education. The most important recommendation is that student participation be properly prepared and supported in practically oriented research and be a much more integrated component of the programme curriculum. In addition to data collection, participation in the analysis and processing of research data will also be of added value for the student.
DOCUMENT
In 2016 adviseert Platform Onderwijs2032 staatssecretaris Dekker een betere balans tussen persoonsvorming, kennisontwikkeling en maatschappelijke vorming in het onderwijs. Dat betekent dat er in de kerndoelen meer aandacht voor persoonsvorming moet komen. Dit advies is meegenomen in het ontwikkelproces van Curriculum.nu. Transformatief leren heeft deze persoonsvorming als belangrijkste doelstelling. Met een ontwerponderzoek is onderzocht hoe kunstdocenten in het voortgezet onderwijs transformatief leren vorm en invulling kunnen geven. Op basis van literatuuronderzoek is een model geconstrueerd waarmee de kunstdocenten transformatieve lessen hebben ontwikkeld en uitgevoerd in de voorexamenklassen van havo en mavo. De verzamelde onderzoeksgegevens uit interviews en learner reports zijn geanalyseerd op de mogelijkheden en onmogelijkheden van dit type beeldend kunstonderwijs in het voortgezet onderwijs, vanuit docent- en leerling-perspectief. Deze data hebben bijgedragen aan een verbeterd en hanteerbaar ontwikkelmodel dat naast een theoretische onderbouwing nu ook een empirische basis heeft.
DOCUMENT