Een grote oncologische operatie is een ingrijpende gebeurtenis. Voor het lichaam is het een zware inspanning die wordt vergeleken met het lopen van een marathon waarbij dezelfde fysiologische reacties optreden. Met deze vergelijking voor ogen is het vreemd dat patiënten zich op een operatie anders voorbereiden dan sporters op een marathon.Uit de praktijk blijkt dat patiënten in de periode voor de operatie lichamelijk minder actief worden. Dit vanuit de verkeerde gedachte dat rust een goede voorbereiding is op wat hen te wachten staat. Familie en vrienden, maar ook zorgverleners, dragen vaak, vanuit een goed bedoelde bezorgdheid, volop bij aan deze gedachte. Patiënten en zorgverleners kunnen hierin leren van sporters. Patiënten die de operatie met een goede fysieke fitheid ingaan, herstellen daarna beter dan patiënten waarbij de fitheid te wensen overlaat. Niet-fitte patiënten hebben een hoger risico op het krijgen van complicaties en ervaren na de operatie veelal een langdurige of blijvende afname van de fysieke fitheid
DOCUMENT
Dit voorjaar staat in het teken van een groot onderzoek naar vismigratie, omdat het slecht gaat met de visstand, mede door de vele blokkades van dijken, dammen en wegen. Het project 'Vissen voor Verbinding' waarbij tal van organisaties betrokken zijn, waaronder hogeschool Van Hall Larenstein, moet leiden tot een betere verbinding waardoor trekvissen kunnen migreren tussen Waddenzee, Lauwersmeer en achterliggende wateren zoals Eelderdiep en Peizerdiep. In april 2021 werden 140 jonge forellen uitgezet in het Peizerdiep. Voor het eerst zijn de vissen voorzien van zenders.
DOCUMENT
De studies in dit proefschrift onderzochten cognitieve en emotionele factoren die een goede gewichtsuitkomst na bariatrische chirurgie bevorderen of belemmeren. Vrijwel alle variabelen, inclusief de psychologische, laten vóór operatie een veel slechtere toestand zien dan ná operatie. Dit wijst erop dat na bariatrische chirurgie niet alleen het gewicht en bijbehorende chronische ziekten verminderen, maar ook er ook een verbetering optreedt van het algemeen functioneren, de kwaliteit van leven en de cognities.Een uitgangspunt van dit proefschrift was dat handvatten om de gewichtsuitkomst van bariatrische chirurgie te verbeteren gevonden konden worden door het bestuderen van cognities en emotionele factoren die eetgedrag van de patiënten beïnvloeden. De psychologische aspecten, zelfregulatie cognities, uitkomstverwachtingen en tevredenheid met de operatie blijken echter geen voorspellers voor de korte en lange termijn gewichtsuitkomsten na bariatrische chirurgie, terwijl ze dat wel zijn bij patiënten met overgewicht en obesitas die een niet-operatieve behandeling ondergaan. De enige voorspeller voor meer gewichtsverlies op de lange termijn na bariatrische chirurgie is een lage mentale kwaliteit van leven. Patiënten met een lagere mentale kwaliteit van leven vóór operatie en één jaar na operatie (= korte termijn) hadden meer gewichtsverlies op de lange termijn. De eerste implicatie uit het onderzoek van dit proefschrift is dat algemene psychologische theorieën uit de Gezondheidspsychologie niet automatisch gelden voor patiënten bariatrische chirurgie. Morbide obese mensen die zich aanmelden voor bariatrische chirurgie en de operatie ondergaan, verschillen duidelijk van mensen met overgewicht die een niet-operatieve behandeling krijgen. Dat het gewichtsverlies na bariatrische chirurgie onafhankelijk is van preoperatieve zelfregulatie cognities, uitkomstverwachtingen en tevredenheid met de operatie, impliceert dat preoperatieve psychologische variabelen niet gebruikt kunnen worden als criterium om te voorspellen welke patiënten veel gewichtsverlies zullen bereiken dan wel aanvullende zorg, voorlichting of therapie nodig zullen hebben. De tweede implicatie is dat patiënten met een betere mentale kwaliteit van leven vóór en ná operatie het risico lopen minder gewichtsverlies op de lange termijn te bereiken. Het bariatrisch-chirurgisch team zou zich bewust moeten zijn dat het bereiken van gewichtsverlies en gewichtstabilisatie juist voor de patiënten met een betere mentale kwaliteit van leven wat moeilijker kan zijn en dat ook deze patiënten voldoende begeleiding en aandacht nodig hebben.
DOCUMENT
Patiënten die fit een zware operatie in gaan hebben minder kans op complicaties en een betere kans om goed te herstellen na de operatie. Met prehabilitatie worden patiënten in een zo goed mogelijke algehele conditie gebracht voorafgaand aan hun operatie, met als doel de uitkomsten na de operatie te verbeteren. Prehabilitatieprogramma’s zijn bij voorkeur multimodaal. Multimodale prehabilitatie bestaat uit interventies die gericht zijn op het verbeteren van de fysieke fitheid, voedingsstatus, mentale status en eventuele andere leefstijlfactoren.
DOCUMENT
De jeugdzorg wordt in de komende jaren door elkaar geschud. De Nederlandse overheid is vastbesloten om een stelselherziefing door te voeren,waarbii het grootste gedeelte van de jeugdzorg community based wordt.Eenvoudig gezegd: na de stelselherziening wordt jeugdzorg voornamelijk uitgevoerd in gezinnen, in scholen en op straat. De financiering en aansturingvan deze zorg komt dan ook logischerwijs in handen van gemeenten.De gemeenten worden in deze plannen verantwoordelijk voor de huidige provinciale jeugdzorg, de huidige geestelijke gezondheidszorg, de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten én de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Een giga-operatie: er wordt met 3 miljard euro geschoven.
DOCUMENT
In maart 2011 dreigde Muammer Gaddafi van Libya duizenden onschuldige burgers van de stad Benghazi uit hun huizen te halen om hen te vermoorden. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties verwees de situatie door naar het Internationaal Strafhof in Den Haag, dwong een no-flyzone af en gaf de NAVO een mandaat om burgers te beschermen with all necessary means, met de uitzondering van grondtroepen. Deze operatie was snel, robuust en effectief. Het principe van The Responsibility to Protect (R2P) -de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap om genocide, misdaden tegen de menselijkheid, etnische zuivering en oorlogsmisdaden te voorkomen en te stoppen- werd voor het eerst volledig toegepast. Is R2P daarmee een norm geworden? Dit onderzoek plaatst de casus Libië in het model van de "Norm Life Cycle" (de levenscyclus van een norm) van de Constructivistische theoretici Finnemore en Sikkink (1998). Libië toont aan dat R2P nu een tipping point (omslagpunt) heeft bereikt, en zich van de fase norm emergence (opkomende norm) naar de fase norm cascade heeft verplaatst. Er is echter een spanning ontstaan: de terughoudendheid van de Veiligheidsraad om R2P toe te passen in Syrië (2012) wijst de andere kant uit. Er is dus nog een lange weg te gaan, voordat R2P als een internalised norm (vanzelfsprekende norm) kan worden beschouwd. ABSTRACT In March 2011, Muammar Gaddafi of Libya threatened to pull thousands of civilian protesters in the city of Benghazi out of their homes and kill them. The Security Council of the United Nations referred the crisis to the International Criminal Court, imposed a no-fly zone and provided NATO with a mandate to protect civilians by all necessary means, with the exception of ground troops. This operation was fast, robust and effective. It also marked the first time that the Responsibility to Protect (R2P) principle was fully implemented, being the responsibility of the international community to prevent and respond to genocide, crimes against humanity and war crimes if the state in question is not able or not willing to protect its citizens itself. Has R2P become a new norm? This study situates the case of Libya in the 'Norm Life Cycle' model of Constructivist theorists Finnemore and Sikkink (1998). It suggests that R2P has reached a tipping point and has moved from the stage of norm emergence to the stage of norm cascade. However, a certain tension still exists: the reluctance of the Security Council to implement R2P again in the crisis in Syria (2012)points in the opposite direction. This suggests there is still a long way to go before R2P becomes an internalised norm in the international community.
DOCUMENT
Hoofdstuk in The history of youth work in Europe and its relevance for youth policy today. Youth work in the Netherlands goes back a long way and since the 1970s has taken on a rather strong professional image. During the last decades, it went through some hard times, but recently it has undergone a revival and revaluation. (Griensven & Smeets, 2003). The first section of this paper is about how the characteristics of the Dutch affect social work and youth work concepts. The second part discusses the Dutch framework for youth work: definition, fields of activities, core tasks and the ambiguous relationship between youth work and social work. The third section deals with the history of youth work. The paper concludes with a reflection on the future directions that youth work could take. The article is based on Dutch historical research, some by the author, and the author’s involvement in youth work, both as a youth worker and editor- in- chief of the semi-scientific journal Jeugd en samenleving.
DOCUMENT
Dit artikel beschrijft hoe je met (voorlopers van) 5G en slimme programmeertechnieken een sensor-gebaseerde oplossing kun maken waarbij standaardbatterijen voldoende vermogen leveren voor jaren operatie (en dus zonder menselijke interventie die hoort bij het vervangen van batterij)
DOCUMENT
Vernieuwing van het onderwijs is inzet van felle debatten. De aandacht gaat nu vooral uit naar het mbo, dat het competentiegericht onderwijs gaat invoeren. Dat zou op 1 augustus 2008 gebeuren, maar mede onder druk van klagende leerlingen is de operatie twee jaar uitgesteld.
DOCUMENT
Drie Van Hall Larenstein-studenten, locatie Velp, ontwikkelden onlangs in opdracht van de gemeente Rheden een methode om verstening van privétuinen in kaart te brengen. Het doel hiervan is het in kaart brengen welke buurten het meest zijn versteend. Aan de hand van die informatie gaat de gemeente aan de slag met Operatie Steenbreek.
DOCUMENT