Protocollair gestuurde zorg en individuele afstemming van verpleegkundige zorg lijken op gespannen voet te staan met elkaar, maar is dit ook zo? In de evidence-based practice (EBP) zijn drie componenten belangrijk voor een zorgvuldige besluitvorming: bewijs uit wetenschappelijk onderzoek, kennis over best practices en kennis over voorkeuren en waarden van zorgvragers. Veel belang wordt toegekend aan bewijs uit wetenschappelijk onderzoek dat vooral zichtbaar is in de toepassing in richtlijnen en protocollen. In de huidige regelgerichte zorg ligt veel nadruk op het naleven van die protocollen, veel minder aandacht gaat uit naar het afstemmen op de individuele voorkeuren van de patiënt.
Het is essentieel dat cliënten na een opname in een ziekenhuis of revalidatiecentrum blijven werken aan een actieve leefstijl die bijdraagt aan preventie, participatie en kwaliteit van leven. Hoewel gezondheid en gedrag primair de verantwoordelijkheid is van mensen zelf, is niet iedereen in staat na thuiskomst het geleerde zelfstandig voort te zetten. Na een opname wordt de transitie naar de thuissituatie door patiënten als moeilijk ervaren, soms met achteruitgang en heropnames als gevolg. Zorgprofessionals herkennen dit ook en willen de transitie naar huis beter vormgeven. De centrale vraag die Hogeschool Leiden (Lectoraat Eigen Regie bij Fysiotherapie en Beweegzorg), Haagse Hogeschool (Lectoraat Revalidatie en Technologie), Hanze Hogeschool (Lectoraat Healthy Ageing, Allied Health & Nursing Care), zorginstellingen Basalt (revalidatiecentrum) en Nij Smellinghe (ziekenhuis) en fysiotherapiepraktijken Medifit en Havenfysio (MKB-bedrijf) willen beantwoorden is: WAT is, gezien vanuit het perspectief van de ervaringsdeskundige cliënt, bepalend voor het fysiek actief blijven en integreren van duurzaam beweeggedrag in de eigen thuissituatie tot 1 jaar na transitie vanuit de intramurale zorg. Vanuit positieve gezondheid wordt breed onderzocht hoe mensen de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen in relatie tot fysieke activiteit hebben benaderd en ervaren in hun thuissituatie na intramurale zorgopname. Cliënten wordt gevraagd naar hun meest waardevolle en frustrerende ervaringen en activiteiten met betrekking tot fysiek actief blijven in de eerste 3 tot 12 maanden na thuiskomst. Door het gebruik van storytelling worden de ervaringsdeskundigheid en dieperliggende motivaties van cliënten centraal gesteld binnen hun persoonlijke thuissituatie. We brengen vervolgens beïnvloedbare factoren van fysieke activiteit in de thuissituatie van mensen in kaart vanuit de perspectieven positieve gezondheid, eigen regie en gedrag. Op basis van de bevindingen wordt in co-creatie een innovatieve interventie agenda opgeleverd over hoe de betrokken partners fysieke activiteit in de thuissituatie kunnen ondersteunen en hoe de samenwerking in de zorgketen beter georganiseerd kan worden.
Het ProIntens project (RAAK.PRO02.143) onderzoekt hoe de voedings- en beweegzorg voor ouderen van 65 jaar en ouder met een risico op ondervoeding verbeterd kan worden. Niet alleen gedurende een ziekenhuisopname, maar ook na ontslag is aandacht voor voeding en beweging voor deze kwetsbare groep belangrijk. Optimale voedingsinname en voldoende beweging draagt bij aan het herstel van de patiënt. Een spoedig herstel kan leiden tot een kortere opname duur, minder heropnames, een verbeterde kwaliteit van leven en daarmee draagt het ook bij aan het verlagen van de zorgkosten. Samen met zorgprofessionals uit de praktijk is er gekeken naar hoe deze zorg er optimaliter uit zou zien. Dit heeft samen met de laatste wetenschappelijke inzichten als basis gediend voor de ontwikkeling van het Zorgpad Intensieve Diëtetiek. Het zorgpad ondersteunt de diëtist in het behandelen van de patiënt, biedt ruimte aan multidisciplinair samenwerken en zorgt voor een continuïteit van begeleiding na ontslag uit het ziekenhuis. Voor het zorgpad is verschillende informatie materiaal ontwikkeld, passend bij de doelgroep. Tevens zijn er scholingen ontwikkeld voor de zorgprofessionals die bij deze patiënten doelgroep betrokken is. Naast de diëtisten zijn dit ook de fysiotherapeuten, verpleegkundigen, voedingsassistentes en wijkverpleegkundigen. Verder biedt het project studenten vanuit verschillende opleidingen, hogescholen en universiteiten de mogelijkheid om ervaring op te doen bij praktijk gericht onderzoek. Daarnaast zijn er samenwerkingen aangegaan met andere onderzoeksgroepen om valide meettechnieken te onderzoeken die ook voor de praktijk inzetbaar zijn. ProIntens is hard geraakt door COVID-19. Het betreft een onderzoek in de (ziekenhuis)zorg en in lockdown is non-COVID onderzoek niet mogelijk. Dit heeft ons genoodzaakt om het design en protocollen aan te passen om verdere vertraging in ons onderzoek te voorkomen. Het is ons gelukt een haalbaar, flexibel en effectief plan te maken zonder al te veel concessies te doen in het originele projectplan.