Background: Patient involvement in interprofessional education (IPE) is a new approach in fostering person-centeredness and collaborative competencies in undergraduate students. We developed the Patient As a Person (PAP-)module to facilitate students in learning from experts by experience (EBEs) living with chronic conditions, in an interprofessional setting. This study aimed to explore the experiences of undergraduate students, EBEs and facilitators with the PAP-module and formulate recommendations on the design and organization of patient involvement in IPE. Methods: We collected data from students, EBEs and facilitators, through eight semi-structured focus group interviews and two individual interviews (N = 51). The interviews took place at Maastricht University, Zuyd University of Applied Sciences and Regional Training Center Leeuwenborgh. Conventional content analysis revealed key themes. Results: Students reported that learning from EBEs in an interprofessional setting yielded a more comprehensive approach and made them empathize with EBEs. Facilitators found it challenging to address multiple demands from students from different backgrounds and diverse EBEs. EBEs were motivated to improve the personcentredness of health care and welcomed a renewed sense of purpose. Conclusions: This study yielded six recommendations: (a) students from various disciplines visit an EBE to foster a comprehensive approach, (b) groups of at least two students visit EBEs, (c) students may need aftercare for which facilitators should be receptive, (d) EBEs need clear instruction on their roles, (e) multiple EBEs in one session create diversity in perspectives and (f) training programmes and peer-to-peer sessions for facilitators help them to interact with diverse students and EBEs.
Home care patients often use many medications and are prone to drug-related problems (DRPs). For the management of problems related to drug use, home care could add to the multidisciplinary expertise of general practitioners (GPs) and pharmacists. The home care observation of medication-related problems by home care employees (HOME)-instrument is paper-based and assists home care workers in reporting potential DRPs. To facilitate the multiprofessional consultation, a digital report of DRPs from the HOME-instrument and digital monitoring and consulting of DRPs between home care and general practices and pharmacies is desired. The objective of this study was to develop an electronic HOME system (eHOME), a mobile version of the HOME-instrument that includes a monitoring and a consulting system for primary care.
The aim of this study was to describe patients' experiences of, and preferences for, surgical wound care discharge education and how these experiences predicted their ability to self-manage their surgical wounds. A telephone survey of 270 surgical patients was conducted across two hospitals two weeks after discharge. Patients preferred verbal (n = 255, 94.8%) and written surgical wound education (n = 178, 66.2%) from medical (n = 229, 85.4%) and nursing staff (n = 211, 78.7%) at discharge. The most frequent education content that patients received was information about follow-up appointments (n = 242, 89.6%) and who to contact in the community with wound care concerns (n = 233, 86.6%). Using logistic regression, patients who perceived that they participated in surgical wound care decisions were 6.5 times more likely to state that they were able to manage their wounds at home. Also, patients who agreed that medical and/or nursing staff discussed wound pain management were 3.1 times more likely to report being able to manage their surgical wounds at home. Only 40% (107/270) of patients actively participated in wound-related decision-making during discharge education. These results uncovered patient preferences, which could be used to optimise discharge education practices. Embedding patient participation into clinical workflows may enhance patients' self-management practices once home.
Hart- en Vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer 1, wereldwijd. Het is een aanzienlijk probleem. In de grote stad, in Nederland, en ook daarbuiten. Aan dit probleem is wel wat te doen, het is belangrijk om gezonde leefgewoonten te hebben, daar zit heel veel gezondheidswinst in. We weten hoe we gezond moeten leven: niet roken, een gezond gewicht hebben en voldoende lichaamsbeweging elke dag. Richtlijnen voor zorgprofessionals geven deze doelen aan, maar deze doelen worden, bijvoorbeeld door hartpatiënten, bij lange na niet gehaald. Richtlijnen in de zorg benadrukken ook het belang van het concept ‘personalised prevention’ en ’patient centered care’, om doelen te behalen, maar geven deze concepten tot op heden geen concrete, wetenschappelijk onderbouwde betekenis. Met het toenemende aantal beschikbare behandelingen voor leefstijlverandering, neem de complexiteit toe, niet alleen voor hulpverleners, maar ook voor patiënten. Consistentie in de behandeling van alle betrokken hulpverleners in alle fasen van de zorg en deze laten leiden door de voorkeur van de patiënt kan beter en lijkt noodzakelijk voor het volhouden van een leefstijlaanpassing. De keuze voor een behandeling laten leiden door de voorkeuren en waarden van de patiënt kan beter en is noodzakelijk voor het volhouden van leefstijlaanpassingen in het dagelijks leven. Er is schrijnend tekort aan kennis en hulpmiddelen om leefstijlverandering op patiëntniveau te realiseren, om de (hart)patiënt te bereiken. Mijn hypothese is dat de kans op het aannemen van een gezonde leefstijl groter is wanneer de voorkeur van de individuele patiënt meer leidend is in de afweging van behandelstrategieën. Voor toetsing van deze hypothese ontbreekt nog veel kennis, bijvoorbeeld over wat de behandelvoorkeuren van patiënten zijn, in hoeverre deze afwijken van de voorkeuren van de behandelende hulpverleners (medisch specialisten, huisarts, verpleegkundige, fysiotherapeut, diëtist, psycholoog) en op welke manier technologie de behandelvoorkeuren kan verhelderen.
IC-verpleegkundigen van het Radboudumc, Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede en Rijnstate Arnhem hebben het lectoraat Acute Intensieve Zorg van de HAN gevraagd met hen een project te starten om familieparticipatie in de basiszorg vorm te geven. Het ontbreekt verpleegkundigen aan handvatten en ondersteunende tools hoe ze familie hierbij kunnen betrekken. Daar moet dit project een antwoord op geven. Het doel is te komen tot een werkwijze en tools die voor IC-verpleegkundigen en naasten ondersteunend zijn voor het betrekken van naasten bij de basiszorg voor de IC-patiënt en het praktisch handelen te verbeteren. In dit project wordt ontwerpgericht onderzoek toegepast om gedurende het onderzoekstraject met IC-professionals en naasten een geschikte tool en werkwijze te onderzoeken, zo nodig te ontwikkelen en deze te pilottesten op toepasbaarheid. Deelvraag 1 omvat een diagnosticerend deel met een kwalitatief explorerende studie. Deze fase bestaat uit focusgroepinterviews met professionals en individuele interviews met ex-IC-patiënten en hun naasten. Deelvraag 2 omvat een ontwerp-/ontwikkelgericht deel en is gericht is op “het ondersteunen van het professioneel handelen in kennisintensieve beroepen”. Het ontwerpgerichte deel bestaat uit het opstellen van ontwerpcriteria, een literatuurstudie naar beschikbare tools, ontwerpen van werkwijze en tools, testen van de werkwijze en tools, evalueren en zo nodig bijstellen van de werkwijze en tools. Deelvraag 3 omvat de testfase met voorlichting en scholing, het (pilot-)testen van de werkwijze en tools, analyse van de testresultaten, vragenlijstonderzoek en een focusgroepinterview. Dit project wordt gestart met consortiumpartners (HAN en 3 ziekenhuizen). Als niet-consortiumpartners zijn ervaringsdeskundigen (via Stichting Family and Patient Centered Intensive Care), professionals uit andere instellingen (Santeonziekenhuizen en het Reinier de Graaf Gasthuis), beroepsvereniging V&VN IC, en kennispartner IQ Healthcare betrokken. De ontwikkelde kennis en producten zullen via alle partners en hun netwerken verder worden verspreid om toepassing van familieparticipatie in de basiszorg aan IC-patiënten te vergroten.