Mensen die in het buitenland gevangen hebben gezeten en terugkeren naar Nederland hebben een slechte startpositie. Ze hebben doorgaans meerdere problemen en de aansluiting en overdracht tussen betrokken instanties zijn verre van optimaal. In dit project maken we inzichtelijk hoe deze mensen terugkeren naar Nederland, welke stakeholders betrokken zijn en waar het in dit traject kan misgaan.
Het rapport ‘SJD in 2020’ biedt zicht op inhoudelijke trends en ontwikkelingen die voor functies in de SJD-beroepspraktijk relevant zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Landelijk opleidingsoverleg Sociaal Juridische Dienstverlening (LOO SJD), door het lectoraat Legal management van de Hogeschool van Amsterdam en docent-onderzoekers van alle aan het LOO verbonden SJD-opleidingen. Het LOO volgt ontwikkelingen in de SJD-beroepspraktijk op de voet, om te borgen dat de opleiding blijft voldoen aan de eisen van het werkveld. In 2014 was het LOO daarom al eerder opdrachtgever voor het voorafgaande onderzoek SJD in beweging. In dit voorafgaande onderzoek stond het in kaart brengen van de omvang van de SJD-beroepspraktijk en de verschillende functies hierbinnen centraal. In dit vervolgonderzoek ligt de nadruk op inhoudelijke ontwikkelingen. Speciale aandacht bestond in het onderzoek voor een drietal thema’s: certificering en (kwaliteits- en beroeps)registers, de impact van digitalisering en het belang dat organisaties hechten aan het onderzoekend vermogen van SJD-professionals.
Er verschijnen doorgaans minder vrouwen dan mannen voor de rechter en het overgrote deel van de justitiële en forensisch psychiatrische instellingen wordt bevolkt door mannen. In de literatuur naar voorspellers van crimineel gedrag komt ‘man zijn’ steevast naar voren als één van de sterkste voorspellers. Hoewel vrouwen en meisjes een duidelijke minderheid vormen binnen justitiële en forensische psychiatrische instellingen (tussen de 6 en 10%), lijkt hun aandeel in de criminaliteit de laatste 20 jaar toe te nemen. Wereldwijd wordt gezien dat er meer vrouwen worden veroordeeld en gedetineerd of opgenomen in de forensische zorg (zie de Vogel & Nicholls, 2016; Walmsley, 2015). De laatste jaren is er dan ook beduidend meer aandacht gekomen voor de vrouw als dader.1 Het meeste onderzoek naar criminologische en forensisch psychologische vraagstukken is echter nog altijd verricht binnen mannelijke populaties. De vraag is dan ook of de huidige theoretische en empirische kennis over mannelijke daders wel voldoende van toepassing is op vrouwelijke daders en wat mogelijke verschillen betekenen voor de sanctietoepassing.
In 2021 deden drie studenten van de master Forensisch Sociale Professional onderzoek in twee penitentiaire inrichtingen naar de opvattingen van penitentiair inrichtingswerkers naar zorg en veiligheid in hun werk. Op grond van die data is in het voorjaar 2021 in een penitentiaire inrichting een vervolgonderzoek uitgevoerd.Doel Meer inzicht verwerven in hoe penitentiaire inrichtingswerkers hybride werken (balans vinden tussen zorg en veiligheid) vormgeven. Resultaten Een overzicht van geclusterde opvattingen over zorg en veiligheid onder inrichtingswerkers; Handvatten hoe daar in wering en in scholing/training/begeleiding op in te spelen. Looptijd 01 mei 2021 - 30 september 2022 Aanpak Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de Q methodologie. 32 penitentiair inrichtingswerkers sorteren 43 uitspraken over het werken op het continuüm van zorg en veiligheid naar belangrijkheid en brengen zo hun opvatting daarover in beeld. Op basis van een statistische en inhoudelijke analyse volgt een schets van drie profielen (clusters van gedeelde opvattingen) die te onderscheiden zijn.