Sommige mensen hebben psychiatrische of ernstige psychische problemen én leveren gevaar op voor anderen. Het betreft bijvoorbeeld mensen die lijden aan schizofrenie of een antisociale persoonlijkheidsstoornis, die anderen schade berokkenen, leed veroorzaken of strafbare feiten plegen. Goed omgaan met deze mensen is een moeilijke opgave. Ze maken deel uit van twee werelden. Die van de zorg en die van justitie, die zich in de praktijk moeizaam tot elkaar verhouden. Allereerst kampt een aanzienlijk deel van de gedetineerden in Nederlandse gevangenissen met psychi(atri)sche problemen, die niet altijd behandeld worden. Ten tweede zijn de recidivecijfers hoog. Binnen vier jaar na ontslag uit de gevangenis is 66% opnieuw veroordeeld voor een misdrijf. Ten derde en in samenhang daarmee zijn er knelpunten in het begeleiden van (ex-)gedetineerden bij hun terugkeer naar de maatschappij. Als beter en langer nazorg zou worden verleend, zou het risico op terugval kunnen worden verkleind. Tot slot komen psychiatrische patiënten die overlast veroorzaken niet altijd tijdig in beeld bij de hulpverlening. Daardoor kunnen zij terechtkomen in situaties waarin zij delicten plegen die mogelijk hadden kunnen worden voorkomen. De vraagstelling van het advies luidt: hoe kunnen we beter omgaan met delictplegers met psychi(atri)sche problemen?
Het rapport ‘SJD in 2020’ biedt zicht op inhoudelijke trends en ontwikkelingen die voor functies in de SJD-beroepspraktijk relevant zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Landelijk opleidingsoverleg Sociaal Juridische Dienstverlening (LOO SJD), door het lectoraat Legal management van de Hogeschool van Amsterdam en docent-onderzoekers van alle aan het LOO verbonden SJD-opleidingen. Het LOO volgt ontwikkelingen in de SJD-beroepspraktijk op de voet, om te borgen dat de opleiding blijft voldoen aan de eisen van het werkveld. In 2014 was het LOO daarom al eerder opdrachtgever voor het voorafgaande onderzoek SJD in beweging. In dit voorafgaande onderzoek stond het in kaart brengen van de omvang van de SJD-beroepspraktijk en de verschillende functies hierbinnen centraal. In dit vervolgonderzoek ligt de nadruk op inhoudelijke ontwikkelingen. Speciale aandacht bestond in het onderzoek voor een drietal thema’s: certificering en (kwaliteits- en beroeps)registers, de impact van digitalisering en het belang dat organisaties hechten aan het onderzoekend vermogen van SJD-professionals.
Er is veel geschreven over de rol van sport in het bevorderen van sociaal, psycho‐ logisch en fysiek welbevinden van mensen. Deze literatuur is echter grotendeels gericht op het sociaal domein en daarbinnen veel op jonge mensen, maar weinig op contexten binnen een justitieel kader, bijvoorbeeld de gevangenis of reclasse‐ ring. De wetenschappelijke aandacht voor de meerwaarde van sport en bewegen voor delinquenten is beperkt. In een lopend onderzoeksproject onderzoeken wij de belangrijkste factoren om sport in te zetten ter bevordering van participatie van mensen in een kwetsbare positie (in detentie, de reclassering en de maatschappelijke opvang). Daarbinnen is een literatuurstudie uitgevoerd naar de meerwaarde van sport en bewegen, specifiek voor delinquenten. Dit betreft dus personen die binnen een justitieel kader sport- en beweegactiviteiten ondernemen of binnen een sportcontext re-integreren (denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan vrijwilligerswerk op een sportclub in de laatste fase van detentie). In dit artikel wordt antwoord gegeven op de vraag: wat is in de literatuur bekend over de meerwaarde van sport en bewegen voor het reintegreren van delinquenten?
In 2021 deden drie studenten van de master Forensisch Sociale Professional onderzoek in twee penitentiaire inrichtingen naar de opvattingen van penitentiair inrichtingswerkers naar zorg en veiligheid in hun werk. Op grond van die data is in het voorjaar 2021 in een penitentiaire inrichting een vervolgonderzoek uitgevoerd.Doel Meer inzicht verwerven in hoe penitentiaire inrichtingswerkers hybride werken (balans vinden tussen zorg en veiligheid) vormgeven. Resultaten Een overzicht van geclusterde opvattingen over zorg en veiligheid onder inrichtingswerkers; Handvatten hoe daar in wering en in scholing/training/begeleiding op in te spelen. Looptijd 01 mei 2021 - 30 september 2022 Aanpak Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens de Q methodologie. 32 penitentiair inrichtingswerkers sorteren 43 uitspraken over het werken op het continuüm van zorg en veiligheid naar belangrijkheid en brengen zo hun opvatting daarover in beeld. Op basis van een statistische en inhoudelijke analyse volgt een schets van drie profielen (clusters van gedeelde opvattingen) die te onderscheiden zijn.