We report on a first field test in which miniaturized sensor motes were used to explore and inspect an operational pipeline by performing in situ measurements. The spherical sensor motes with a diameter of 39 mm were equipped with an inertial measurement unit (IMU) measuring 3-D acceleration, rotation, and magnetic field, as well as an ultrasound emitter. The motes were injected into the pipeline and traversed a 260-m section of it with the flow of water. After the extraction of the motes from the pipeline, the recorded IMU data were read out for the off-line analysis. Unlike dead-reckoning techniques, we analyze the IMU data to reveal structural information about the pipeline and locate pipe components, such as hydrants and junctions. The recorded data show different and distinct patterns that are a result of the fluid dynamics and the interaction with the pipeline. Using the magnetic data, pipe sections made from different materials and pipe components are identified and localized. A preliminary analysis on the motes' interaction with the pipeline shows differences in pipe wall roughness and locates structural anomalies. The results of this field test show that sensor motes can be used as a versatile and cost-effective tool for exploration and inspection of a wide variety of pipelines.
DOCUMENT
De Nederlandse kust dreigt haar open en landschappelijke karakter te verliezen door de bouw van steeds meer vakantieparken. Betrokken gemeenten en provincies hebben samen met ondernemers, natuur- en milieuorganisaties en waterschappen afgelopen februari in een Kustpact toegezegd dat er buiten gebouwd gebied en bestaande projecten geen nieuwe recreatieve bebouwing mag komen. Maar projecten in de pijplijn gaan gewoon door.
LINK
1e alinea column: Hoofdpijn of een wondermiddel? Huidige zorg efficiënter. Over weinig onderwerpen in de zorg is meer geschreven dan over hoe internet, mobiele data en sociale media de zorg goedkoper, beter en leuker zouden kunnen maken. Heel veel zaken zijn al beschreven de laatste 15 jaar en zitten in de pijplijn. Het inzicht is er. Het wachten is op de implementatie.
LINK
In het werkveld van Life Sciences & Chemistry heeft Innovative testing te maken met het testen van stoffen op hun werking en veiligheid. Met stoffen wordt hier bedoeld alle mogelijke chemicaliën waar aan we blootgesteld worden, zoals chemicaliën in onze leef- en werkomgeving, medicijnen (inclusief biologicals), maar ook stoffen in de voeding (inclusief voedselbestanddelen en natuurlijke stoffen). Mijn les zal echter voornamelijk gaan over de laatste twee categorieën, medicijnen en stoffen in de voeding. Ik wil in mijn openbare les eerst uiteenzetten waarom het zo belangrijk is om vast te stellen wat de werking en veiligheid van stoffen is. Vervolgens wil ik beschrijven welke innovaties op dit moment al plaatsvinden, in de toxicologie en de farmacologie. Dit wil ik doen om aan te geven waar de parallellen en mogelijkheden voor synergie liggen. Daarna zal ik aan de hand van een aantal voorbeelden aangeven tegen welke grenzen men zoal aanloopt bij het testen van werking en veiligheid van stoffen, om daarbij ook aan te geven dat er duidelijk aanwijzingen zijn voor het vervagen van grenzen tussen farmacologie en toxicologie. Tot slot zal ik aangeven welke rol het Kenniscentrum Life Sciences & Chemistry van Hogeschool Utrecht op het gebied van onderzoek én onderwijs in het werkveld van Innovative testing in Life Sciences & Chemistry wil gaan spelen.
DOCUMENT
In de openbare les van mijn collega lector Raymond Pieters, is het domein van het lectoraat ‘Innovative Testing in Life Sciences & Chemistry’ toegelicht. Kort samengevat richt dit lectoraat zich op de ontwikkeling en toepassing van innovatieve teststrategieën om geneesmiddelen, voedingsmiddelen of chemicaliën (stoffen) te beoordelen op hun werkzaamheid (effectiviteit) en veiligheid. De nadruk ligt op de ontwikkeling van snelle, kosteneffectieve testmethoden die een relevante voorspelling van effecten op de gezondheid van de mens en het milieu opleveren én waarbij geen of minder proefdieren worden gebruikt. In mijn les zal ik u laten zien waar proefdieren voor gebruikt worden. Hierbij zal ik mij voornamelijk richten op de Nederlandse situatie. Ik zal ingaan op de wetenschappelijke en maatschappelijke wens om minder proefdieren te gebruiken en op de vraag wat we verstaan onder ‘alternatieven voor dierproeven’. Daarna zal ik bespreken waarom er in Nederland en Europa recentelijk meer aandacht is voor dit onderwerp. Het overzicht zal niet uitputtend zijn, maar zal u een goede indruk geven van het landschap. Ook zal ik stil staan bij de vraag: Waarom zijn we tot nog toe zo weinig succesvol geweest op het gebied van alternatieven voor dierproeven? Wat zijn de obstakels en wat kunnen we hier van leren? Hoe zouden we in de praktijk de toepassing van alternatieven kunnen stimuleren? Wat moet er beter, en hoe gaan we dat doen? Als we slimmer willen testen moeten we de huidige grenzen verleggen, of beter over de grenzen van ons vakgebied heen kijken. Ik zal aangeven waar prioriteiten liggen en hoe we de meeste ‘winst’ kunnen behalen in termen van proefdiervermindering in relatie tot productinnovatie. Tot slot zal ik aangeven welke bruggen we moeten bouwen en wat de rol is van de Hogeschool Utrecht
DOCUMENT
Een nadeel van de toegenomen populariteit van talentmanagement is de grote mate van conceptuele onduidelijkheid (Collings & Mellahi, 2009). Op hoofdlijnen zijn er twee brede stromingen te onderscheiden (Visser, 2002). Binnen de eerste stroming ligt het accent op talent als zijnde een eigenschap. De tweede stroming richt zich vooral op de vraag wie er binnen een organisatie als een talent wordt beschouwd. Het hebben van talent staat hier dus niet gelijk aan het zijn van een talent. Dit artikel zet beide benaderingen helder tegen elkaar af.
DOCUMENT
Achtergrond: Er is in de literatuur over morfodysforie al uitgebreid onderzoek gedaan naar de invloed van heersende schoonheidsidealen op het lichaamsbeeld vanuit de psychologie, sociologie en filosofie, maar nog niet naar de vraag hoe de stoornis volgens de genoemde zienswijzen cultuurhistorisch en technologisch wordt ‘gemedieerd’. Doel: Betogen dat de heersende normen en waarden rondom het uiterlijk die voorschrijven hoe lichaam en geest zich tot elkaar moeten verhouden, in verschillende tijdsperioden door het gebruik van de op dat moment in zwang zijnde technologieën, invloed hebben op de totstandkoming of het verloop van de stoornis. Methode: Literatuurstudie. Resultaten: Een cultuurhistorische vergelijking tussen de glasziekte en de morfodysfore stoornis. Conclusie: Het voert te ver om te zeggen dat de glasziekte van toen de morfodysforie van nu is als we kijken naar het type patiënten of hun symptomen. Echter, als we de relaties vergelijken tussen de notie van een verstoord lichaamsbeeld, en de technologische mediatie van de heersende normen en waarden rondom het perfecte lichaam, kunnen we toch stellen dat beide ziektes gemeenschappelijke kenmerken vertonen. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/elkemuller/
DOCUMENT
Tijdens de rede behandelt Gerard Schepers een aantal actuele ontwikkelingen in de windenergie wereld omdat deze ontwikkelingen de randvoorwaarden bepalen waarbinnen het lectoraat opereert. Vervolgens wordt een aantal speerpunten gedefinieerd waar het lectoraat zich mee bezig houdt. Ook houdt het lectoraat zich bezig met de Human Capital Agenda waarvoor op verzoek van het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Wind op Zee, een plan van aanpak is gedefinieerd. Tijdens de rede wordt het feit dat windenergie gewoon een leuk en interessant vak is, zeker niet onberoerd gelaten!
MULTIFILE
Belevingen maken een landschap interessant om vrije tijd in te besteden. Een vrijetijdslandschap is een gebied waar ontspanning, vermaak en belevenissen een centrale rol in nemen. Maar is elk gebied een potentieel vrijetijdslandschap? En hoe ontstaat zo’n gebied? Gebeurd dit autonoom of zitten er partijen achter de knoppen? Dit essay gaat in op deze aspecten en richt zich specifiek op het Vechtdal en de rol van het programmabureau Ruimte voor de Vecht. Leidend voor de structuur van dit essay zijn de volgende onderzoeksvragen: • Wat zijn vrijetijdslandschappen en hoe komen deze tot ontwikkeling? • Met welke maatregelen zijn de ontwikkeling van vrijetijdslandschappen te ondersteunen? • Hoe zijn de ideeën van een vrijetijdslandschap toe te passen op het Vechtdal? • Welke rollen en acties zijn weggelegd voor het programmabureau Ruimte voor de Vecht om de transitie naar een vrijetijdslandschap te ondersteunen? volgende onderzoeksvragen.
DOCUMENT
-De opbrengst van het Omgevingslab Fries Platteland bestaat uit drie delen: 1. De “SYNTHESE” van omgevingslabs. De Synthese is een beknopt overzicht van de resultaten en een overzicht van de meest opvallende punten die uit de Omgevingslabs Fries Platteland naar voren komen. 2. Het “PROCESVERSLAG” van de opbrengsten van het Omgevingslab Fries Platteland. Dit verslag is bedoeld als terugkoppeling naar de deelnemers aan de omgevingslabs. Voor de leesbaarheid is deze opgenomen in bijlage 1. 3. Het “MENGPANEEL FRIES PLATTELAND” met bijbehorende gebruiksaanwijzing. Dit hoofdstuk kent als doelgroep/lezerspubliek de opstellers van omgevingsvisies die in samenspraak met hun bestuurders tot een passend invulling van de omgevingsvisie moeten. Het Mengpaneel Fries Platteland is het instrument dat de overheidspartijen in Fryslân kunnen (gaan) gebruiken om hun omgevingsvisies te maken. Het mengpaneel geeft relevante informatie en kan aangevuld worden met andere informatiebronnen zoals om in het onderdeel ‘gebruiksaanwijzing wordt uitgelegd.
DOCUMENT