In an era of rapidly escalating teacher shortages, primary school administrators are increasingly confronted with the dual challenge of maintaining operational efficiency and upholding educational standards. In response to this new reality, many school administrators across Europe have devised innovative strategies to restructure education without compromising on its quality. Probably one of the most promising yet challenging initiatives to date is the introduction of a four-day school week. However, several questions linger about the essential factors primary school administrators should consider when implementing a four-day school week. To help them in this quest, we will delve into the conditions under which the four-day school week might be successful, and describe the benefits it may offer to teachers, parents, and school administrators.
Limited evidence is available about (non)-representativeness of participants in health-promoting interventions. The Dutch Healthy Primary School of the Future (HPSF)-study is a school-based study aiming to improve health through altering physical activity and dietary behaviour, that started in 2015 (registered in ClinicalTrials.gov on14-06-2016, NCT02800616). The study has a response rate of 60%. A comprehensive non-responder analysis was carried out, and responders were compared with schoolchildren from the region and the Netherlands using a cross-sectional design. External sources were consulted to collect non-responder, regional, and national data regarding relevant characteristics including sex, demographics, health, and lifestyle. The Chi-square test, Mann-Whitney U test, or Student's t-test were used to analyse differences.
Bij de ontwikkeling van kinderen speelt de omgeving waarin zij opgroeien en de wijze waarop zij zich verbonden voelen met hun buurt een belangrijke rol (Owens, 2004; 2016). Om als basisschool goed bij te kunnen dragen aan de ontwikkeling van kinderen is het van belang dat scholen de omgeving en de buurt waarin hun leerlingen opgroeien kennen en kunnen benutten voor hun onderwijs. In het bijzonder gaat het daarbij om de betekenis die deze omgeving voor hun leerlingen heeft. Voor basisscholen in wijken met een grote diversiteit aan inwoners kan de betekenis van eenzelfde omgeving voor verschillende leerlingen ook zeer verschillend zijn. Naar de wijze waarop kinderen zich verbonden voelen met de fysieke en sociale ruimte is nog weinig onderzoek gedaan (Tani, 2016). Naast inzicht in de bestaande verbinding van kinderen met hun omgeving is het voor het onderwijs belangrijk om inzicht te verkrijgen in de wijze waarop kinderen in staat kunnen worden gesteld om zich te binden aan een plek en om deze plek te benutten bij hun ontwikkeling. De capability approach (Nussbaum, 2014) en een perspectief op de veerkracht van kinderen (Enthoven, 2007) bieden een kader om naar dit vraagstuk te kijken. Het onderzoek richt zich op wat het primair onderwijs kan doen om de aan de omgeving gerelateerde vermogens van kinderen te ontwikkelen. Onderwijs waarin de leefomgeving van kinderen wordt betrokken of waarin de leefomgeving op enige wijze een rol speelt kan hiertoe een middel zijn. Dit vanuit de notie dat door het ontwikkelen van een ‘sense of place’ (Dolan, 2016) de kennis, persoonlijke verbondenheid en verantwoordelijkheid voor de lokale omgeving versterkt kunnen worden. Het onderzoek zal na een verkennende fase een ontwerpgericht karakter krijgen, waarbij op onderzoeksmatige wijze materiaal wordt ontwikkeld dat bruikbaar is op basisscholen en lerarenopleidingen basisonderwijs.
Het Godivapp Applied in Pediatric Primary care (GoAPP) project ontwikkelt, onderzoekt en realiseert de implementatie van een e-health applicatie voor uitwisseling van videomateriaal in zelfstandige praktijken (MKB) in de eerstelijnsgezondheidszorg. Voor een goede analyse van bewegingsproblemen bij baby?s uit risicogroepen is het van belang de motorische ontwikkeling te meten en te volgen in de tijd. Kinderfysiotherapeuten gebruiken hiervoor een observatie-instrument, de Alberta Infant Motor Scale (AIMS). In 2014 en 2015 heeft de GODIVA-onderzoeksgroep (GrOss motor Development of Infants using home Video registration with the AIMS) van Hogeschool Utrecht een methode ontworpen, waarbij de ontwikkeling gevolgd kan worden aan de hand van video?s gemaakt door ouders. De methode wordt door professionals gezien als een aanvulling op bestaande methoden, die het monitoring van kinderen doelmatiger en transparanter maakt. De methode past uitstekend in de huidige e-health ontwikkeling en zelfmanagement/empowerment van ouders. Voor research met de videomethode is een prototype applicatie ontwikkeld waarmee op veilige wijze de filmbeelden verstuurd kunnen worden en opgeslagen. Het prototype is nog niet geschikt voor gebruik binnen de beroepspraktijk. Eerstelijns Kinderfysiotherapiepraktijken zouden graag de applicatie gebruiken. Zij verwachten dat het een waardevolle uitbreiding is van hun mogelijkheden en een kans om als praktijk te innoveren. Zij zien, als zelfstandige ondernemers, echter ook belemmeringen, zoals ICT-ondersteuning en een passende tarifering van een videoconsult. Voor deze kleine bedrijven spelen ook betaalbaarheid en gebruiksgemak een essentiële rol. Binnen GoAPP zijn vijf perspectieven voor innovatie en implementatie van e-health bij elkaar gebracht: eindgebruikers, zorginhoudelijk, harde technologie, zachte technologie en bedrijfskundig perspectief. Georganiseerd rondom drie werkpakketten wordt interdisciplinair onderzoek gedaan naar (1) optimalisatie van het videoportal, (2) implementatie, en (3) bedrijfskundige haalbaarheid, via ontwerpgericht onderzoek, literatuuronderzoek, implementatieanalyse en business-case onderzoek. Een vierde werkpakket richt zich op doorgroei van het netwerk kinderfysiotherapeuten naar een Community of Practice. Doel: Een innovatieve videomethode voor het observeren van de motoriek van zuigelingen, geschikt voor eerstelijnspraktijken kinderfysiotherapie, met een passend implementatieplan en business modelling.
HTIT-EN (Hospitality, Tourism, Innovation & Technology Experts Network) unites professors and researchers from five leading academies in hospitality and tourism (Hotelschool The Hague, Hotel Management School Maastricht / Zuyd, Breda University of Applied Sciences, Saxion Hogeschool, NHL Stenden). Our primary goal is to coordinate efforts in setting a joint research agenda, focused on the overall question: "How can the Dutch hospitality and tourism sector, which has a profound societal presence and encompasses a diverse range of workers and stakeholders, leverage its transversal character to generate extensive societal impact through the utilization of emerging technological innovations?" Early industry adoption of emerging technologies, including robotics, immersive experiences, and artificial intelligence, make hospitality and tourism ideal contexts to serve as a catalyst for innovation and societal impact. By integrating complementary expertise of the leading professors in areas like strategic foresight, disruptive transformations, technology management, and digital transformation and by engaging in collaboration with external knowledge institutions (MBO, HBO, WO), the Centre of Expertise Leisure, Tourism & Hospitality, business professionals, and industry associations, our vision is to acknowledge the hospitality and tourism industry as a dynamic basis for generating technology-driven, positive societal change. HTIT-EN's ultimate goal is to rise to the status of a globally renowned knowledge platform, specializing in technological innovation within the domain of hospitality and tourism, within the next 5 years. To achieve this aspiration, we are committed to fostering collaboration and aligning expertise across the participating institutions, as well as extending an invitation to additional partners from both the practical and academic fields related to this network. This collaborative effort will enable us to leverage each other’s expertise and resources and fully utilize the transversal characteristics of the Dutch tourism and hospitality industry, developing it to a catalyst for technology-driven innovation with wide and lasting societal implications across the Netherlands.