Tallinn University in co-operation with Tartu University has conducted a four month long research on deinstitutionalisation policies, financed by the Estonian Ministry of Social Affairs, between August and November 2015. The research programme consisted of an international review on the experiences of seven selected European countries and on focus groups and individual interviews among Estonian stakeholders related to deinstitutionalisation and community based services in the field of disability care and mental health. Based on the research the international research group suggested a number of considerations for the Estonian Case. Some of the most relevant are reported in this Research note.
Het woord ‘bias’ komt naar voren in zowel maatschappelijk als wetenschappelijk debat over de inzet van artificiële intelligentie (ai). Het verwijst doorgaans naar een vooroordeel dat iets of iemand vaak onbedoeld heeft. Wanneer dit vooroordeel leidt tot een afwijking in besluitvorming vergeleken met een situatie wanneer dit vooroordeel er niet zou zijn, dan is een bias doorgaans onwenselijk.
LINK
A research theme examining diversity and inclusion in video games, using an intersectional perspective and typically addressing issues related to the representation of gender, race, and LGBTQ+ people, but also touching broader topics such as class, age, geographic privilege, physical and neurodiversity, the (unevenly distributed) impacts of the climate crisis, and other aspects of identity.
Bij erfgoed horen emoties. Maar wanneer deze emoties schadelijk blijken te zijn en voor (meer) polarisatie in de samenleving zorgen, wordt het tijd om te kijken of in de omgang met erfgoed veranderingen aangebracht kunnen worden. Hierin kan de erfgoedprofessional een rol spelen. Het onderzoek ‘Precaire spanning’ kijkt naar de herdenkingspraktijken van de Shoah en van het slavernijverleden. Die praktijken tonen en creëren spanning. Deze spanning komt naar voren en wordt gecreëerd op verschillende plekken en op verschillende momenten, gerelateerd aan de herdenkingen, zoals in discussies over excuses of restituties en bij tentoonstellingen en educatieve programma’s. In het project wordt onderzocht hoe de erfgoedprofessional de componenten kan herkennen en wegnemen die in de bredere herdenkingscontext bijdragen aan de spanning tussen herdenkers van de Shoah en van het slavernijverleden. Het onderzoek bestaat uit interviews en expertmeetings met stakeholders zoals herdenkers, beleidsmedewerkers, kunstenaars en erfgoedprofessionals, en uit observaties van woordkeuzes, kunstuitingen en rituelen die de herdenkingspraktijken mee vormgeven. Aan de basis van het onderzoek ligt het idee dat de spanning voortkomt uit een gevoel van ongelijkwaardigheid in de strijd om een plek in het Nederlands herdenkingslandschap. Dit is niet los te zien van het ontbreken van herkenning en erkenning van nog bestaande trauma’s, van de aanwezigheid van antisemitisme en racisme in de samenleving, en van het bestaan van verschillende repertoires aan historische kennis. Het onderzoek beoogt een handelingskader te ontwikkelen waarmee de erfgoedprofessional kan bijdragen aan sensitievere herdenkingspraktijken, teneinde de spanning tussen herdenkers van de Shoah en van het slavernijverleden onderling weg te nemen of tenminste te verminderen. Het onderzoek valt onder het lectoraat van de Reinwardt Academie, onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Hier worden de inzichten van dit onderzoek ingezet in een breder onderzoeks- en onderwijsdomein van erfgoed en kunsten.