Sport kan bijdragen aan de re-integratie van delinquenten. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? En waar moet je als professional en organisatie bij de inzet van sport voor deze mensen rekening mee houden? In dit artikel beschrijven we enkele projecten uit het foren sische werkveld en refl ecteren we op mogelijkheden en aandachtspunten voor dit soort projecten.
DOCUMENT
Hoe pakt de nieuwe wetgeving in de praktijk uit bij de re-integratie van een langdurig zieke werknemer? Dat valt nogal tegen. Volgens dr. Leni Beukema, lector Duurzaam HRM aan de Hanzehogeschool Groningen, is het een belangrijk onderwerp, omdat in de wetgeving sinds de jaren negentig een grote verschuiving in verantwoordelijkheden heeft plaatsgehad: van het collectieve domein naar de individuele werkgever en werknemer. Beukema vat voor PW De Gids het proefschrift ‘Re-integratie bij langer durend ziekteverzuim. Een longitudinaal onderzoek naar (inter)acties van werknemer, leidinggevende en bedrijfsarts’ samen en noemt de plus- en minpunten.
LINK
Mensen die in het buitenland gevangen hebben gezeten en terugkeren naar Nederland hebben een slechte startpositie. Ze hebben doorgaans meerdere problemen en de aansluiting en overdracht tussen betrokken instanties zijn verre van optimaal. In dit project maken we inzichtelijk hoe deze mensen terugkeren naar Nederland, welke stakeholders betrokken zijn en waar het in dit traject kan misgaan.
DOCUMENT
Dit rapport is het derde deel van een drieluik. In deel één staat de visie van de bijstandsmoeders centraal. In deel twee komen de WIZ-consulenten van de gemeente Maastricht aan het woord. In deel drie staat de vraag centraal hoe de medewerkers van re-integratiebureaus hun werk ervaren, toegespitst op de doelgroep bijstandsmoeders. Het gaat om een kwalitatief onderzoek waarin vier kwesties centraal staan namelijk: het werken vanuit een commerciële setting binnen een juridische context; kennis van- en affiniteit met de doelgroep, methodisch repertoire en samenwerking met de gemeente. Er valt op gebied van beleid, maar ook in de praktijk van re-integratiebureaus en gemeente nog een en ander te verbeteren. In dit rapport worden een aantal aanbevelingen gedaan, die de status hebben van discussiepunten.
DOCUMENT
Deze quick scan heeft als centrale vraag hoe er in Europese landen wordt omgegaan met arbeidstoeleiding in de aanpak van schulden. De hypothese die onder deze quick scan ligt is dat de aanpak van schulden belemmerd kan worden door het ontbreken van betaald werk (want doorgaans minder inkomsten). In voorliggend document is uitgewerkt wat de quick scan heeft opgeleverd. Door zowel vanuit de arbeidstoeleiding als vanuit de aanpak van schulden te kijken, heeft UWV een breed inzicht verkregen van hetgeen Nederland kan leren uit de manier waarop andere landen omgaan met de samenloop van financiële problemen en werkloosheid. De opbouw van deze quick scan is als volgt. 1 Schets van de samenhang tussen schuldenproblematiek en re-integratie 2 Omvang van de schuldenproblematiek in relatie tot werkloosheid. 3 Kenmerken van Europese stelsels om schulden op te lossen. 4 Hoe wordt re-integratie ingezet in de verschillende landen? 5 Concluderende overweging Bijlage 1 Enquête die is verstuurd om inzichten te verkrijgen. Bijlage 2 Belangrijkste constateringen per land.
DOCUMENT
In oktober 2006 werd het onderzoek ‘kosten en moeite, re-integratie van bijstandsmoeders in Maastricht’ afgerond. In dit artikel worden de belangrijkste aanbevelingen aangeboden aan Ahmed Aboutaleb, de staatssecretaris die in het kabinet Balkenende 4 verantwoordelijk is voor WWB, arbeidsmarktbeleid, sociale werkvoorziening en de leer-en werkplicht.
DOCUMENT
Re-integratieprofessionals ervaren het belang van zachte matchingsfactoren. De ervarings- en intuïtieve kennis die daarvoor nodig is, gedijt het best in een leervriendelijke omgeving. Hoe ziet zo’n leervriendelijke omgeving eruit? En hoe kunnen re-integratieprofessionals elkaars ervarings- en intuïtieve kennis versterken?
DOCUMENT
IJmond werkt! geeft groepsgewijze trainingen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In dit onderzoek komt naar voren op welke manier er wordt gewerkt aan empowerment bij de deelnemers. Het versterken van empowerment draagt bij aan een succesvollere re-integratie en aan de duurzaamheid daarvan. Uit het onderzoek blijkt dat er in de trainingen geen expliciete aandacht is voor het begrip empowerment. Toch zit het werken hieraan in alle bijeenkomsten en gesprekken verweven. Het is manier van benaderen en contact leggen en het zit in kleine dingen. Empowerment is overal bij IJmond werkt!
DOCUMENT
In 2007 werd in de Tweede Kamer een - door Krista van Velzen (SP) ingediende - motie aangenomen over het bestrijden van de bureaucratie binnen de reclassering en het vergroten van de professionele ruimte van reclasseringswerkers. De motie werd ingediend omdat er geluiden zijn dat professionals bij de reclassering niet meer aan het ‘echte werk’ toekomen. De verantwoordingsplicht en het productmatig werken zouden de reclasseringswerkers belemmeren om te doen wat nodig is om recidive te verminderen en re-integratie te bevorderen. Bovendien lijkt het financieringssysteem meer gericht op producten en beheersing dan op kwaliteit en flexibiliteit. Als professionals hun werk meer naar eigen professioneel inzicht kunnen invullen, zal het werk effectiever en doelmatiger worden uitgevoerd. In de motie Van Velzen werd de keuze gemaakt om het geheel bij wijze van experiment vorm te geven als pilot. Deze wordt belegd in de regio Den Bosch/Eindhoven van de samenwerkende reclasseringsorganisaties.
DOCUMENT
De Zuid-Limburgse bevolking heeft een sociaal-economische achterstand vergeleken met de rest van Nederland (Jansen & Meisters, 2018). Volgens Jansen & Meisters (2018) is in Limburg al enig tijd sprake van achterstanden in onderwijs, gezondheid en arbeidsparticipatie. Onder de potentiële Limburgse beroepsbevolking zijn relatief veel mensen zonder werk (Künn & Poulissen, 2019). Het meerjarenprogramma 4Limburg wil een bijdrage leveren aan het verkleinen van deze sociaal-economische achterstand (4-Limburg.nl, 2020). De betrokken partijen willen dit bereiken door de arbeidsparticipatie én de vitaliteit in Limburg naar een hoger niveau te tillen. Een van de Zuid-Limburgse gemeenten met een relatief lage arbeidsparticipatie is de gemeente Heerlen. In 2019 heeft het ROA de omvang van de risicogroepen in deze gemeente in kaart gebracht. Hieruit kwam naar voren dat één op de drie inwoners van de gemeente Heerlen in de leeftijd van 15-67, met of zonder een arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids- of bijstandsuitkering, niet actief is op de arbeidsmarkt. Ook toonde dit onderzoek aan dat de Heerlense wijken duidelijk verschillen in het percentage van inwoners met een uitkering (Künn & Poulissen, 2019).
DOCUMENT