De eerste wadi's (water afvoer, drainage en infiltratie van regenwater) en doorlatende verharding zijn al enkele decennia geleden geïmplementeerd in Nederland. Veel gemeenten en waterschappen vragen zich af of deze regenwatervoorzieningen nog goed functioneren na al die jaren en of onderhoud benodigd is. Tijd om de balans op te maken.
DOCUMENT
Veel waterschappen en gemeenten vragen zich af of de regenwatervoorzieningen die de laatste decennia op veel plaatsen zijn aangelegd, op lange termijn goed functioneren en of de implementatie kosteneffectief is. Onderzoek in Almere leert dat de infiltratiecapaciteiten van wadi’s voldoende zijn om het water binnen enkele uren te verwerken. Bij doorlatende verharding wordt vaak dichtslibbing aangetoond, maar ook na enkele jaren kunnen de infiltratiecapaciteiten nog boven de ingrijpmaatstaf liggen. Bij goed ontwerp, aanleg en beheer kunnen deze regenwatervoorzieningen een goede bijdrage leveren aan het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater in het stedelijk gebied.
DOCUMENT
Veel waterschappen en gemeenten vragen zich af of de regenwatervoorzieningen die de laatste decennia op veel plaatsen zijn aangelegd, op lange termijn goed functioneren en of de implementatie kosteneffectief is. Onderzoek in Almere leert dat de infiltratiecapaciteiten van wadi’s voldoende zijn om het water binnen enkele uren te verwerken. Bij doorlatende verharding wordt vaak dichtslibbing aangetoond, maar ook na enkele jaren kunnen de infiltratiecapaciteiten nog boven de ingrijpmaatstaf liggen. Bij goed ontwerp, aanleg en beheer kunnen deze regenwatervoorzieningen een goede bijdrage leveren aan het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater in het stedelijk gebied.
MULTIFILE
Overheden, kennisinstituten en adviesbureaus vragen zich af of de klimaatadaptieve regenwatervoorzieningen die de laatste decennia op veel plaatsen zijn aangelegd, ook op lange termijn goed zullen functioneren. Onderzoek in Dalfsen leert dat de infiltratiecapaciteiten van wadi’s voldoende zijn om het water binnen enkele uren te verwerken. De infiltratiecapaciteit kan bij opeenvolgende buien echter tot een derde van de initiële capaciteit afnemen. Dit effect is bij velen onbekend en wordt vrijwel nooit in hydraulische modellen opgenomen. Hierdoor wordt het functioneren van regenwatervoorzieningen bij opeenvolgende (grote) buien vaak overschat.
LINK
Onderzoek in Arnhem leert dat de infiltratiecapaciteiten van doorlatende verharding en regenwatertuinen voldoende is om forse buien te verwerken maar verschillen in tijd en ruimte. Bij goed ontwerp, aanleg en beheer kunnen deze regenwatervoorzieningen een goede bijdrage leveren aan het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater in het stedelijk gebied.
LINK
Dit artikel bepleit te leren door te kijken wat anderen al hebben bedacht en te leren van hun ervaring op het gebied van klimaatbeheersing. Een manier die daarbij kan helpen is 'mappen' (in kaart brengen)van voorbeeldprojecten. Dat is precies wat via Climatescan.nl mogelijk is.
DOCUMENT
De zomer van 2018 gaat de geschiedenis in als ‘de droogste zomer’ en dit zal vaker voorkomen. (Inter-)nationale overheden, kennisinstituten en adviesbureausvragen zich af of de klimaatadaptieve regenwatervoorzieningen die de laatstedecennia op veel plaatsen zijn aangelegd, de intensievere buien na deze droge perioden goed kunnen verwerken.
DOCUMENT
In het kader van klimaatsverandering is het van groot belang om inzicht te krijgen in de impact van intensievere buien, langdurige droogte en hitte dat grote effecten kan hebben op de economie en kwaliteit van de leefomgeving. Om deze reden hebben diverse projectpartners en Fries Bestuursakkoord WaterKeten (FBWK) met de doelgroep (water)wethouders en ambtenaren van de Friese gemeenten samengewerkt aan de volgende vragen in de Friese regio: - Hoeveel schade ondervindt de regio bij een flinke bui? - Waar bevinden zich hitte-eilanden in de gebouwde omgeving in Friesland? - Welke maatregelen kunnen we nemen om de negatieve effecten van klimaatverandering te voorkomen en welke middelen zijn hiervoor nodig? Dit project leverende de volgende producten op: Wateroverlastkaart (WOLK), hittestresskaart, kennisclips, expertkaart die werden besproken bij diverse masterclasses klimaatadaptatie. Met deze producten is inzicht verkregen in de toekomstopgave ten aanzien van het klimaatbestendig maken van de regio en in de mogelijke schade en benodigde middelen om dit te voorkomen.
DOCUMENT
Veel gemeenten waterschappen vragen zich af of de klimaatadaptieve maatregelen die de laatste decennia op veel plaatsen zijn aangelegd, op lange termijn goed functioneren. Onderzoek in het Drents Overijsselse Delta gebied bij 5 gemeenten waaronder Raalte leer dat de infiltratiecapaciteiten van blauwgroene maatregelen sterk verschillen in ruimte en tijd, maar voldoende zijn om het water binnen enkele uren tot een dag te verwerken. Bij goed ontwerp, aanleg en beheer kunnen deze regenwatervoorzieningen een goede bijdrage leveren aan het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater in het stedelijk gebied
DOCUMENT
In Nederland en omringende landen zijn in de afgelopen jaren en decennia verschillende projecten gerealiseerd rond decentrale innovatieve concepten voor afvalwaterbehandeling en gebruik van re-genwater. Om gemeenten, waterschappen en andere belanghebbenden een rationele grondslag te bieden voor keuzes m.b.t. de inrichting van de stedelijke waterketen (wel of niet decentraal, wel of niet brongescheiden), is in dit KIEM project de potentie en beperkingen onderzocht van nieuwe en circulaire sanitatieconcepten, zoals brongescheiden sanitatie en lokaal (her)gebruik van regenwater op woonwijk schaal. De vraag is wat we kunnen leren van ervaringen bij gerealiseerde projecten, en welke rationele basis er is om, met name bij nieuwbouwplannen, een trendbreuk teweeg te brengen in de richting decentrale oplossingen voor waterzuivering en waterhergebruik op wijkniveau, als al-ternatief voor de huidige, centrale systemen. Daartoe zijn negen verschillende gerealiseerde pro-jecten, operationeel op praktijkschaal, verkend aan de hand van literatuurstudie, data-analyse, inter-views, enquêtes en scenarioberekeningen. Verschillende prestatie-indicatoren, o.a. met betrekking tot terugwinning van grondstoffen, waterkwaliteit, hergebruik en kosten zijn inzichtelijk gemaakt. Bo-vendien is onderzoek gedaan naar de acceptatie van burgers m.b.t. governance structuren (top-down versus bottom-up) als het gaat om de stedelijke waterketen en diensten m.b.t. waterlevering en wa-terbehandeling.Uit dit verkennende onderzoek is gebleken dat alternatieve systemen (brongescheiden sanitatie met vacuümriolering en lokaal gebruik van regenwater) voor toiletspoeling, evt. tuin en wasmachine tot substantieel minder gebruik van drinkwater leiden. Bovendien wordt met separate inzameling en be-handeling van zwart- en grijswater de terugwinning van nutriënten (N, P, C) gestimuleerd en is er bij decentrale behandeling van grijswater jaarrond aanvoer van schoon water wat met name in droge periodes meerwaarde heeft. Daarentegen leiden systemen op wijkschaal, mede vanwege de relatief kleine schaal, tot relatief hoge financiële kosten, d.w.z. in vergelijking met de kosten voor aanleg en beheer van reguliere systemen. Daarbij wordt benadrukt dat vergelijking van kleine, decentrale sys-temen met de huidige, grootschalige centrale (afval)watersystemen lastig is vanwege de relatief ge-ringe hoeveelheid data die beschikbaar is m.b.t. prestatie-indicatoren van decentrale systemen. We kunnen daarom slechts voorlopige en minder harde uitspraken doen over een aantal prestaties van decentrale concepten, bijv. m.b.t. waterkwaliteit. Bovendien is de beoordeling van prestatie-indicato-ren problematisch vanwege ongelijksoortigheid. De huidige grootschalige systemen zijn goeddeels uit-ontwikkeld (innovatie was gericht op kostenefficiency), terwijl decentrale, nieuwe vormen van sani-tatie nog volop in ontwikkeling zijn, met duurzaamheid als drijfveer.Aandachtspunten en vragen liggen met name op het gebied van governance. In de huidige inrichting en organisatie van de waterketen zijn de verantwoordelijkheden, beleidsontwikkeling en operatie in-stitutioneel geborgd en sectoraal verdeeld (waterbedrijf, gemeente en waterschap). Nieuwe vormen van sanitatie en gebruik van regenwater op wijkschaal brengen de noodzaak tot vergaande samen-werking en nieuwe vraagstukken met zich mee.Om de prestaties van grootschalige, centrale systemen m.b.t. afvalwaterbehandeling en watervoor-ziening beter te kunnen vergelijken met decentrale systemen op wijkschaal wordt aanbevolen om gelijktijdig te innoveren op beide schalen, waarbij de innovatie (ook op grote, centrale schaal) gericht is op klimaatadaptatie en aansluiting bij de circulaire economie. Belangrijk daarbij is langjarige data-verzameling en monitoring, zodat de integrale prestaties van concepten en systemen kunnen worden gevolgd, beoordeeld en verbeterd, in de context van integrale duurzaamheid. Daarnaast wordt aan-bevolen om, indien mogelijk, decentrale (afvalwater)systemen op wijkniveau op te schalen naar een grootte van minimaal 3.000 inwoners, om het (op berekeningen gebaseerde) veronderstelde break-evenpoint (kosten decentraal vergelijkbaar met grootschalige, centrale systemen) in de praktijk te ve-rifiëren. Gerealiseerde projecten, bijv. Reitdiep in Groningen of Waterschoon in Sneek, kunnen wor-den benut voor verdere innovatie gericht op kringloopsluiting en circulaire economie.
DOCUMENT