Het lectoraat Kwaliteit en Effectiviteit in de Zorg voor Jeugd onderzoek heeft in het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar het ondersteuningsaanbod bij scheidingen voor gezinnen in de jeugdhulpregio’s Haarlemmermeer, Zuid-Kennemerland en IJmond. Het huidige en gewenste hulpaanbod en de samenwerking tussen jeugdhulporganisaties in de regio’s is in kaart gebracht. Door dit onderzoek is meer duidelijkheid over waar professionals, ouders en jongeren behoefte aan hebben op het gebied van scheidingen. In het rapport staan adviezen op welke wijze het hulpaanbod in de praktijk gerealiseerd kan worden.
Openbare les van dr. Katerina Jerkovic-Cosic. De belangrijkste mondziekten zoals cariës (tandbederf), parodontitis (tandvleesontsteking) en mondkanker, worden net als welvaartsziekten veroorzaakt door een ongezonde leefstijl en zijn door middel van preventie te voorkomen. Een groot deel van de Nederlandse bevolking gaat minimaal één keer per jaar naar een tandarts of mondhygiënist voor een controle. Toch is mondzorg in Nederland nog steeds veelal gericht op curatie en minder op preventie. Het overgrote deel van de geleverde mondzorg is gericht op herstel, terwijl veel minder activiteiten zijn gericht op het voorkomen van mondziekten, door bijvoorbeeld aanpassing in de leefstijl of mondverzorging. De noodzaak voor preventie wordt steeds duidelijker. Een van de redenen is de enorme stijging van de zorgkosten.
Zorg op maat voor patiënten met het post-intensive care syndroom: Dankzij verbeteringen in de zorg overleven steeds meer Intensive Care (IC) patiënten een levensbedreigende ziekte. De keerzijde is dat steeds meer patiënten met langdurige lichamelijke en mentale klachten als gevolg van het Post-Intensive Care Syndroom (PICS) uit het ziekenhuis worden ontslagen. Positieve gezondheid: een nieuw concept met focus op de kracht en eigen regie van mensen: In 2012 introduceerde arts onderzoeker Huber een nieuwe definitie van gezondheid, namelijk “Gezondheid als het vermogen van mensen zich aan te passen en een eigen regie te voeren in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven”. Het concept Positieve gezondheid bevordert persoonsgerichte zorg en sluit goed aan bij wat voor de patiënt belangrijk is. Patiënten na een IC opname willen thuis een eigen regie kunnen voeren: De meeste patiënten met PICS ontvangen na ontslag uit het ziekenhuis fysiotherapie bij een 1e lijns fysiotherapeut. Deze ontvangen niet alle noodzakelijke informatie van het ziekenhuis over het ziekteverloop van de patiënt en zijn onvoldoende bekend met de gevolgen van PICS. Feitelijk heeft het zorgveld te maken met een nieuw ziektebeeld waarvoor nog geen revalidatiebehandeling bestaat. De diversiteit aan klachten worden niet op een juiste manier geïnterpreteerd en/of in een logische volgorde geadresseerd in een behandelplan. Bij PICS komen de dimensies van het concept van Huber naar voren en zal de zorgverlener – primair de fysiotherapeut - in overleg met de patiënt de terreinen moeten identificeren waarop ondersteuning noodzakelijk is. Het doel van dit RAAK project is om in een Community of Practice van professionals, studenten en patiënten een transmuraal fysiotherapieprogramma te ontwikkelen om patiënten die met PICS naar huis worden ontslagen optimaal te ondersteunen. Aan het einde van het project is een fysiotherapieprogramma ontwikkeld voor PICS en geïmplementeerd volgens het concept ‘Positieve gezondheid’. Daarnaast is kennis over de behandeling van patiënten met PICS gedissemineerd binnen de 1e lijns fysiotherapie en het (post)HBO onderwijs.
Het creëren van gelijke kansen bij de start van het leven staat hoog op de Nederlandse agenda maar is nog niet gerealiseerd. Verschillen in perinatale uitkomsten worden veroorzaakt door cumulatie van medische én niet-medische risico’s. Armoede en achterstand hebben een substantieel effect op perinatale uitkomsten. Dit effect lijkt zwaarder te wegen bij Nederlandse zwangeren zonder migratieachtergrond. Juist in Groningen en in Limburg is vaker sprake van de combinatie zwangeren zonder migratieachtergrond en armoede. Om bovenstaand probleem het hoofd te bieden wordt gepleit voor een uitbreiding van de medisch-verloskundige zorg voor kwetsbare zwangere vrouwen met sociale en welzijnszorg: sociale verloskunde. Deze ontwikkeling wordt niet eenduidig, landelijk gestuurd maar krijgt regionaal vorm. Dit resulteert in variatie van zorg voor kwetsbare zwangere vrouwen zoals een diversiteit aan screeningsinstrumenten voor identificatie van kwetsbaarheid en bemoeilijkte samenwerking rondom doorgeleiding van kwetsbare zwangere vrouwen naar het sociale en welzijnsdomein dat per gemeente anders is georganiseerd. In Groningen is de Alpha-NL als screeningsinstrument inclusief zorgpaden voor doorgeleiding geïmplementeerd maar niet geëvalueerd. Vraagarticulatie leverde wisselende geluiden op over deze aanpak. In Zuid-Limburg is nog geen structureel beleid ingevoerd en in de vraagarticulatie kwam behoefte aan een holistisch instrument voor identificatie van kwetsbare zwangere vrouwen en aan doorgeleiding naar het sociale domein via één aanspreekpunt naar voren. Doel van dit project is om samen met professionals uit de geboortezorg en het sociale domein kennis te ontwikkelen en te delen over twee verschillende aanpakken gericht op zorg voor kwetsbare zwangeren, in twee regio’s met een vergelijkbare populatie van overwegend Nederlandse vrouwen zonder migratieachtergrond met een verhoogde kans op achterstand en armoede. We richten ons daarbij op twee - door het werkveld gesignaleerde – belangrijke vraagstukken: het identificeren van kwetsbare zwangere vrouwen enerzijds en het organiseren van een goede doorgeleiding naar en samenwerking met het sociale domein indien relevant, anderzijds.
Aanleiding Door de constante verbetering van de kwaliteit van de zorg leven mensen langer en wordt de populatie ouderen groter. Met deze groei stijgt ook het aantal ouderen dat mogelijk mishandeld wordt. Naar schatting krijgt 1 op de 20 ouderen te maken met mishandeling. Het is een maatschappelijk probleem waar nog altijd een groot taboe op rust. In de ambulancezorg en spoedeisende hulp (SEH) meldt zich een groot aantal ouderen met verwondingen. Dit maakt verpleegkundigen in de acute zorgketen poortwachters wat betreft het signaleren van ouderenmishandeling. Verpleegkundigen geven echter aan niet te weten hoe ze ouderenmishandeling precies kunnen vaststellen. Dit terwijl een melding en adequate opvolging daarvan kan voorkomen dat kwetsbare ouderen thuis of in een instelling onnodig (lang) lijden of gezondheidsschade oplopen. Doelstelling Het RAAK-project stelt zich tot doel ambulance- en SEH-verpleegkundigen te ondersteunen bij het herkennen en vervolgens melden van ouderenmishandeling. Door middel van literatuurstudie en veldraadpleging worden beschikbare instrumenten geïnventariseerd. Er bestaat reeds expertise op het gebied van signalering en melding van kindermishandeling en ook zijn er instrumenten ontwikkeld voor het signaleren en melden van ouderenmishandeling in de langdurige zorg. De kennis zal worden gebruikt bij het ontwikkelen van een screeningsinstrument en een protocol voor verpleegkundigen in de acute zorgketen (ambulancezorg en SEH). In een pilot in de ambulancezorg en op de SEH-afdeling zullen het screeningsinstrument en protocol worden toegepast en getest op bruikbaarheid. Beoogde resultaten Het project levert een concreet hulpmiddel op waarmee verpleegkundigen in de acute zorg ouderenmishandeling kunnen signaleren en melden. De resultaten van de pilots worden geborgd in de acute keten via scholing voor verpleegkundigen. In de scholing is ook aandacht voor bewustwording van de problematiek van ouderenmishandeling, communicatievaardigheden en de attitude van verpleegkundigen. Verspreiding, invoering en toepassing van de ontwikkelde screeningsinstrumenten en protocollen vindt plaats via de projectpartners, beroepsverenigingen en onderwijsinstellingen.