Sports are activities enjoyed by many across the globe, regardless of age. The existence and promotion of youth sports has often been based on various assumptions about its value and role in society. Sports participation is assumed to be fun and good and is assumed to contribute to the development of young people. As a result, sports are often seen as an essential part of life for youth. Participation in sports and physical activity is assumed to help young people to develop in a context in which they are able to learn important positive societal values (Fraser-Thomas et al., 2005; Holt, 2008). Although there is a widespread belief in the positive dimensions of sports participation for young people, there is a need for research and theory that identifies and critically looks at the processes through which sports participation by youth is experienced and shapes their lives (Coakley, 2011). I return to this critical perspective after I elaborate on the ways sports are viewed as important effective activities for positive youth development.
Despite the many benefits of club-organized sports participation for children, sports participation is lower among children from low-income families than among those from middle- or high-income families. Social safety experienced by parents from low-income families is an important facilitator for parents to request financial support for their children’s sports participation. Therefore, the first aim of this study was to better understand parental social (un)safety in the context of acquiring financial support for children’s sports participation and how to create a safe social environment for low-income parents to request and receive this financial support. The second aim was to describe the co-creation process, which was organized to contribute to social safety solutions. To reach these goals, we applied a participatory action research method in the form of four co-creation sessions with professionals and an expert-by-experience, as well as a group interview with parents from low-income families. The data analysis included a thematic analysis of the qualitative data. The results showed that from the perspective of parents, social safety encompassed various aspects such as understandable information, procedures based on trust, and efficient referral processes. Sport clubs were identified as the primary source of information for parents. Regarding the co-creation process, the study found that stakeholders tended to overestimate parental social safety levels. Although the stakeholders enjoyed and learned from the sessions, differences in prior knowledge and a lack of a shared perspective on the purpose of the sessions made it challenging to collaboratively create solutions. The study’s recommendations include strategies for increasing parental social safety and facilitating more effective co-creation processes. The findings of this study can be used to inform the development of interventions that contribute to a social environment in which parents from low-income families feel safe to request and receive financial support for their children’s sports participation.
LINK
For twenty years, typical outdoor lifestyle sports like rafting, snowboarding and rock climbing, which used to be exclusively practised in natural environments, are being offered in controlled artificial settings. This process can be described as 'the indoorisation of outdoor sports'. With this development, questions of authenticity arise. Are these new, commercial forms still authentic lifestyle sports? And can we consider the participants in these indoorised lifestyle sports as authentic? There has been a discussion about authenticity in lifestyle sports since its worldwide popularisation and it is worth to reconsider this discussion against the background of new, commercial versions of lifestyle sports. Therefore, in this paper a qualitative analysis is offered about the consumption of a constructed authenticity in a cultural context increasingly characterized by artificialization.
De elektrificatie van de vervoerssector staat nog in de kinderschoenen. De pioniers in de transportsector hebben elektrische trucks aangeschaft en zijn hiermee de eerste ervaringen aan het opdoen. Naast het feit dat deze trucks een bijdrage leveren aan de energie transitie hebben deze trucks nog een groot voordeel. Doordat deze trucks geen uitstoot van gassen hebben kunnen zij ingezet worden in milieu zones. De inzet van elektrische trucks vergt vervolgens een nieuwe manier van plannen. Enerzijds komt dit doordat de actieradius van een elektrische truck minder is dan die van een conventionele truck, anderzijds doordat het laden van een batterij meer tijd in beslag neemt dan brandstof tanken. Hierdoor zal niet alleen de route gepland moeten worden maar ook het tijdstip en plaats waar geladen gaat worden. En in tegenstelling tot brandstof is de prijs van elektrische energie variabel over de dag wat invloed heeft op het plannen van de rit. Daarnaast zijn er invloeden van het weer, verkeer en lading die het energieverbruik van de truck beïnvloeden waardoor de planning kan moeten worden aangepast. Het doel van dit onderzoek is het modelleren van het energieverbruik van elektrisch aangedreven voertuigen en het genereren van een gebruiksvriendelijke(prototype)route plan applicatie waarmee chauffeurs direct een betrouwbaar advies krijgen over de meest optimale laadstrategie. Een uitdaging is om de opbrengsten van het onderzoek bruikbaar te maken voor de chauffeurs, zij zijn immers degenen die uiteindelijk de keuze maken wanneer en hoeveel er geladen gaat worden. Het maken van keuzes van de meest invloedrijke parameters en het daadwerkelijk vertalen naar een gebruiksvriendelijke prototype applicatie, is hierin een uitdaging. Daarnaast is het doel van deze Kiem aanvraag om een consortium te vormen wat de prototype routeplanner applicatie wil testen en mee door-ontwikkelen.
De insectensector is nog kleinschalig, maar verwachting is dat deze sector komende jaren een enorme groei gaat doormaken. Insecten staan in de belangstelling vanwege een verscheidenheid aan toepassingsmogelijkheden in de industrie, farmacie, en in food en feed. Er worden op dit moment verschillende kweeksystemen ontwikkeld voor verschillende insectensoorten. Binnen dit project wordt gewerkt met een kweekunit voor larven van de zwarte soldaatvlieg (BSF) die naast een pluimveestal is geplaatst. In deze kweekunit komt dagelijks 200-250 kg larven beschikbaar om levend gevoerd te worden aan leghennen. Om de kweekunit toepasbaar te maken voor de praktijk is automatisering van het verstrekken van de larven noodzakelijk. Een transportsysteem om larven van de kweekunit naar de pluimveestal te verplaatsen moet worden ontwikkeld en vervolgens moet het gelijkmatig verstrekken van de larven door de stal geautomatiseerd worden. Voor het transport van larven van de kweekunit naar de leghennenstal worden twee ideeën getest, 1) via een transportband, en 2) via een zuigsysteem. Hierbij wordt het welzijn van de larven in acht genomen. Het transportsysteem moet uitkomen op een voersysteem waarmee de larven gelijkmatig over de stal verdeeld kunnen worden. Ook dit systeem moet nog ontwikkeld worden, waarbij binnen dit project getest zal worden of larven in een hopper terecht kunnen komen die vervolgens via een rail door de stal kan gaan en waarbij een doseersysteem voor een gelijkmatige verspreiding moet zorgen. Gedrag en welzijn van de leghennen rondom voeren van de larven zal worden gemonitord. Het onderzoek zal bijdragen aan de praktische toepasbaarheid van het kweken en voeren van larven op het pluimveebedrijf. Het practoraat dierenwelzijn en -gezondheid, Team Veehouderij van Aeres MBO Barneveld, Team Agrotechniek & Management en het lectoraat Duurzame Pluimveehouderij in een Circulaire Bedrijfsvoering van Aeres Hogeschool Dronten zullen het transport- en voersysteem ontwikkelen in samenwerking met ketenontwikkelaar RavenFeed en Pluimveebedrijf Beek.
Participatory sport events have been recently proposed as one of the strategies to promote physical activity participation, because of the “sport participation effect”.Active participation in sport events (and the training which participants complete prior to this event) can increase physical activity of both active and inactive individuals. To propose strategies for promoting running events among the public (citizens) in order to motivate them to participate in such events.Partners:Aristotle University of Thessaloniki (Greece), Mulier Instituut (Netherlands), KU Leuven (Belgium), Lithuanian Sports University (Lithuania), ECOS (Italy) and the European Association of Sports Management