Het thema voedsel is van groot belang voor de Metropoolregio Amsterdam. Niet alleen omdat er vele monden te voeden zijn maar ook omdat het een belangrijke economische sector is. Alle schakels van de voedselketen zijn in de regio vertegenwoordigd. Bovendien heeft de manier waarop de stad en de industrie van voedsel en grondstoffen worden voorzien grote invloed op de leefbaarheid en duurzaamheid van de stad. Met toenemende verstedelijking en toerisme in de stad én de doelstelling om in 2030 zero-emissie te zijn als Amsterdam, staat de food sector in de Metropoolregio Amsterdam voor een enorme uitdaging.De foodsector is enorm divers én in beweging. De sector heeft te maken met grote veranderingen in consumentwensen, technologie en randvoorwaarden voor opereren. Handel en logistiek zijn in de sector sterk met elkaar verweven: hoe de handel is georganiseerd, bepaalt voor een groot deel de randvoorwaarden voor logistieke organisatie. Digitalisering en de opkomst van directere relaties tussen producent en consument brengen daar mogelijk verandering in maar welke consequenties dit precies zal (kunnen) hebben is nog erg onzeker. Dat maakt het voor ondernemers – boeren, tuinders, verwerkende industrie, groothandel, logistiek dienstverleners – heel lastig om de juiste strategische beslissingen te maken over investeringen in nieuwe locaties voor opslag en overslag en nieuwe services voor handel en logistiek. De randvoorwaarden om Amsterdam in 2030 zero-emissie te laten zijn, worden op dit moment nog niet zo duidelijk gevoeld door de sector maar moeten zeker niet worden onderschat. Daarom besteden we daar in de roadmap apart aandacht aan.Dat het bestaande systeem van voedselbelevering waarin nog maar weinig wordt samengewerkt tussen partijen zijn langste tijd heeft gehad, lijkt voor veel bedrijven wel duidelijk. Maar hoe het systeem van handel en logistiek er over vijf tot tien jaar uit ziet, is voor velen nog gissen. Deze roadmap is een eerste stap om hier gestructureerd meer inzicht in te krijgen.
Hoe komen goederen in de toekomst de stad in? Zijn er voldoende vervoersmiddelen die uitstootvrij zijn of komen er andere alternatieven, zoals vervoer over water? Een eenduidig antwoord op die vragen is er niet volgens Hans Quak, onderzoeker stedelijke distributie bij TNO en lector Smart Cities and Logistics aan de Breda University of Applied Sciences. Quak geeft in deze sessie zijn visie en bespreekt graag met u de kansen en mogelijkheden.
YOUTUBE
SamenvattingDe aanleiding voor deze bijdrage is het onderzoek geplande onderzoek in CILOLAB2 dat antwoord moet gaan geven op de centrale vraag: “op welke wijze en in welke mate kan een ‘cityport’ bijdragen aan het verder in de praktijk mogelijk maken van duurzame logistiek?”. Er zijn verschillende redenen om een andere organisatie van de logistiek in stedelijke gebieden te stimuleren (en uiteindelijk te komen tot het projectvoorstel voor CILOLAB2, dat ten grondslag ligt aan dit paper). De belangrijkste redenen worden verder in dit paper uitgewerkt, maar kort samengevat zijn dat:1. Met technische oplossingen alleen gaat de decarbonisatie – de verduurzaming van de logistiek – niet snel genoeg; verandering van logistieke patronen, leidend tot minder voertuigbewegingen, is noodzakelijk naast de vervanging van dieselvoertuigen door zero-emssie (ZE) varianten;2. Duurzame logistiek is meer dan vermindering van CO2 uitstoot (en lokale emissies), ook gebrek aan ruimte (rond en in steden) en aan personeel en de noodzaak tot vermindering van overlast leidt tot de noodzaak om logistiek anders te organiseren;3. Generieke oplossingsrichtingen bieden beperkt handelingsperspectief voor de (mogelijkheden tot) verandering van verschillende specifieke logistieke patronen -4. Alternatieven om logistiek anders te organiseren komen beperkt van de grond, zoals hubs of stedelijke distributiecentra, die de logistiek vanuit stadsperspectief optimaliseren, maar vaak een beperkte directe waarde lijken te hebben voor de bestaande spelers in de keten (verladers, vervoerders, ontvangers).CILOLAB2 op CLIC (City Logistics Innovation Campus), een kraamkamer voor innovatieve stedelijke concepten, biedt een unieke kans op een fysieke locatie te werken aan innovatieve duurzame logistieke concepten en toegevoegde waardendiensten.
MULTIFILE
Bouw, interieurarchitectuur en productontwerp herontdekken hout als duurzaam materiaal. De vraag naar hout neemt toe, prijzen exploderen, de beschikbaarheid neemt af. Een van de gevolgen is de toenemende aandacht voor hoogwaardig gebruik van inheems hout uit de bosbouw en stedelijke gebieden. Toch blijft bij het kappen van bomen slechts 40% van het hout – de stam – daadwerkelijk behouden. De rest van het hout wordt in het bos achtergelaten (om bodemuitputting te voorkomen) of geoogst als houtsnippers. Dit omvat boomtakken en vorken, onderdelen waarvan de vezels op natuurlijke wijze zijn gerangschikt om een hoge structurele sterkte te bereiken. Tegenwoordig kunnen geavanceerde technologieën zoals 3D-scannen, 6-assig frezen en andere productieprocessen met industriële robots nieuwe mogelijkheden bieden om takken en vorken in hun oorspronkelijke staat te gebruiken. Deze technieken kunnen helpen om de geometrische gegevens van deze boomdelen nauwkeurig vast te leggen, om hun structurele sterkte te berekenen en om het gebruik ervan in zo oorspronkelijk mogelijke staat mogelijk te maken. Bij het HvA Robotlab wordt al jaren onderzoek gedaan naar slim scannen en bewerken van hout met industriële robots. In BranchOut wordt deze kennis gebruikt voor het scannen en bewerken van twee grote boomvorken, geoogst door partner Staatsbosbeheer. Aanvullend onderzoek wordt gedaan naar logistiek (transport, handling, opslag voor droging) en bewerking door expert partners Fijnhout resp. Visser. Stichting Hout Research levert kennis aan hoe het draagvermogen van boomdelen te bepalen. De bevindingen worden gebruikt om hoogwaardige toepassingen te bedenken en de marktkansen van boomvorken en gesteltakken in te schatten. Indien veelbelovend, leidt BranchOut tot vervolgonderzoek, waaronder de ontwikkeling van specifieke digitale ontwerp- en verwerkingstools om het gebruik van niet-standaard vorken en takken te stroomlijnen en te optimaliseren, richting de constructie van een demonstratieproject.
Ondanks de aandacht voor stedelijke logistiek, blijven echte doorbraken uit. Veel experimenten worden niet opgeschaald naar andere steden. Dit voorstel gaat uit van lokale co-creatie om tot innovatie te komen voor repeterende stedelijke vervoersbewegingen, waarin vervoerders, steden en kennisinstellingen lokaal samenwerken. Anderzijds wordt het living lab regionaal breed gepland, in de G4-steden, om te zorgen dat de lokale experimenten (bij goed resultaat) in andere steden worden uitgerold. Binnen fase 1 bepaalt het kernconsortium de visie, doelen, rollen en verantwoordelijkheden en manier van werken in het living lab en worden de lokale experimenten met lokale teams gepland.
Afgelopen januari werd het concept voor een nepboom door Niels Kuijpens gepresenteerd. Naar aanleiding daarvan kwam een storm aan media-aandacht en mailtjes binnen. Daarin werd de grote interesse voor het idee duidelijk gemaakt. Jammer genoeg is er nog helemaal geen nepboom (inmiddels ‘KlimaatBoom’)! Met dit take-off project gaan we daarom een grote stap zetten om te komen van concept naar realisatie van dit idee. Uitdaging: Door het veranderende klimaat vormen hittestress en wateroverlast een steeds groter risico voor de leefbaarheid in binnensteden. Voor veel bestaande maatregelen om steden te vergroenen is vaak bovengronds, maar vooral ook ondergronds weinig ruimte. Innovatie: De KlimaatBoom is een constructie die de vorm van een boom nabootst, met klimop als vervanger van het bladerdek en binnenin ruimte voor wateropvang. Deze neemt de functies van een normale boom over zonder dezelfde ruimte inname ondergronds. Gemaakt van gerecyclede materialen en circulair ontworpen bieden KlimaatBomen ruimte voor wateropvang en zorgt een combinatie van klimopplanten voor verkoeling. Opzet onderzoek: In dit onderzoek ontwikkelen we het concept door tot product en brengen we de effectiviteit en haalbaarheid van een KlimaatBoom in beeld. Aan de hand van het lokale waardenketenmodel worden zes werkpakketten doorlopen, variërend van ontwerp tot materiaal-, productie- en logistiek onderzoek en circulaire businessmodellen. Elk werkpakket wordt samen met een multidisciplinair team van studenten uitgewerkt. Uitkomsten: Er wordt naar verschillende uitkomsten gewerkt, zoals programma’s van eisen, daaraan gelinkte keuzes voor materialen, ontwerpen, productiemethoden en logistieke plannen, ontwerpen en prototypes van de KlimaatBoom en een circulair businessmodel. Samen leveren deze resultaten inzicht in de effectiviteit en haalbaarheid van het concept. Team: Aan dit project wordt gewerkt door een team van onderzoekers, studenten en mkb’ers, gespecialiseerd in thema’s als circulair ontwerp, recyclen, klimaatadaptatie en stedelijke vergroening. Deze samenwerking nog wordt verder aangevuld door samenwerking met een aantal gemeenten.