Homoseksuelen hebben regelmatig last van agressie door jongeren. Hoe kunnen jongerenwerkers beter openstaan voor homoseksualiteit en optreden tegen homovijandigheid? In de loop van 2009 zijn tientallen Amsterdamse jongerenwerkers getraind volgens de methode "Dialoog Jongerenwerk en homoseksualiteit". Dit boekje doet met een methodiekbeschrijving verslag van dat Dialoogproject. Het Dialoogproject jongerenwerk en homoseksualiteit is een beschrijving van een methodiek van Youth Spot, COC Amsterdam en Marten Bos.
Het hebben van een gebroken schoolcarrière is een bekende risicofactor voor problemen in de ontwikkeling van jongeren (Meij & Ince 2013). Het is dan ook een belangrijke oorzaak van het ontstaan van uitsluiting en ongelijkheid. Om deze negatieve gevolgen af te wenden is een preventieve aanpak noodzakelijk. Hierbij heeft een gezamenlijke preventieve aanpak de voorkeur boven een geïsoleerde aanpak die zich op één kenmerk van de jongere of diens leefsituatie richt. Samenwerken tussen jongerenwerk en VO maakt een brede preventieve aanpak mogelijk. Deze brochure beschrijft wat de potentiële bijdrage is van de samenwerking tussen jongerenwerk en VO aan het versterken van de schoolcarrières van jongeren, welke vormen van samenwerking er zijn en wat de succesfactoren zijn van de samenwerking tussen jongerenwerk en VO.
Inleiding:De leefwereld van jongeren speelde zich al voor een groot deel online af, maar sinds de coronavirus uitbraak lijkt dit alleen maar te zijn toegenomen. Hierdoor lopen met name jongeren in kwetsbare situaties risico’s op het ontwikkelen van online risicogedrag of verslavingen en het verliezen van de aansluiting met de samenleving. Jongerenwerkers zijn sociaal werk professionals die jongeren in kwetsbare situaties (10-23 jaar) begeleiden bij het volwassen worden in de samenleving zowel offline als online. Vanuit de leefwereld van jongeren dragen zij bij aan het versterken van de persoonlijke ontwikkeling en participatie, en het verminderen van risicogedrag, problemen en uitval van jongeren2. Sinds de coronavirus uitbraak is jongerenwerk in de online leefwereld van jongeren in een stroomversnelling gekomen omdat een nog groter deel van de leefwereld van jongeren zich online afspeelde.Er is echter nog weinig bekend over de ontwikkelingsbehoeften van jongeren in hun online leefwereld en hoe jongerenwerkers door in te spelen op deze ontwikkelingsbehoeftes bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van jongeren.Samen met Lectoraat Youth Spot – Jongeren- werk (HvA) hebben 28 jongerenwerkers van 14 jongerenwerkaanbieders van mei tot november 2020 behoeften verzameld van 175 jongeren3 en 140 betrokken stakeholders4 van het jongerenwerk.Jongerenwerkers vroegen jongeren screenshots te maken van momenten waarin jongeren behoefte hadden aan jongerenwerk in hun online leefwereld en gingen met jongeren over deze behoeften in gesprek. Jongerenwerkers vroegen de stakeholders van het jongerenwerk wat hun behoeften waren aan jongerenwerk in de online leefwereld van jongeren.De bevindingen zijn gevalideerd door 55 jongerenwerkers in een Delphi-studie en 12 inhoudelijk deskundigen in een focusgroep.Hieronder beschrijven we achtereenvolgens de ontwikkelingsbehoeften van jongeren en drie methodieken van jongerenwerk in de online leefwereld van jongeren.
De doelstelling van de gymles op het voortgezet onderwijs is dat jongeren deelname bekwaam worden gemaakt om nu en in de toekomst deel te nemen aan een beweegcultuur. Welke beweegcultuur (bijv. sportvereniging, sportschool of bewegen in de openbare ruimte) passend is, is afhankelijk van welke beweegidentiteit een jongere ontwikkelt. Ondanks dat alle jongeren gymles krijgen op school, voldoet slechts 50% van de jongeren aan de beweegrichtlijn van 60 minuten per dag en dus neemt de helft van de jongeren niet op regelmatige basis deel aan een beweegcultuur. Het curriculum van de gymles is van oudsher voornamelijk sport georiënteerd, wat niet voor alle jongeren aansluit bij hun beweegbehoeften. Ook de naschoolse initiatieven vanuit gemeentes zijn veelal gericht op doorstroming naar een sport(vereniging). Uit het vraagarticulatie traject blijkt dat docenten Lichamelijke Opvoeding in grote steden niet goed weten om te gaan met de toenemende diversiteit van jongeren in hun gymles, terwijl de kwetsbaarheid van jongeren groter is dan in andere lessen, omdat leerlingen samen omkleden, schaarsere kleding dragen, in de etalage (kunnen) staan tijdens het bewegen en fouten direct zichtbaar zijn. De diversiteit (bijv. cultureel of gender) tussen leerlingen en het verschil tussen de school en de thuis/straatcultuur maken de gymlessen een complexe context. Ook blijkt dat zij leerlingen in de les hebben die niet gemotiveerd zijn tijdens de gymles, maar wel deelnemen aan een andersoortig beweegaanbod vanuit een buurtinitiatief, zoals Favelastreet. Daarom onderzoeken we in dit RAAK-PUBLIEK project wat de achterliggende mechanismen van de succesvolle buurtinitiatieven zijn en hoe die te benutten in de gymles. Dit om zo recht te doen aan jongeren met diverse achtergronden, mogelijkheden en identiteiten in de gymles. Het onderzoek doen we samen met jongeren, hun ouders, docenten LO, initiatiefnemers van andersoortig beweegaanbod (buurtinitiatieven) en andere partners in Amsterdam, Den Haag en Eindhoven.