The present study focuses on the level of stress male and female teachers perceive when dealing with the most behaviorally challenging student in his or her classroom. To measure stress in Dutch elementary classrooms, a sample was drawn of 582 teachers. First, they rated the most challenging student in their classroom on six different behavioral components: Against the grain, Full of activity/Easily distractible, Needs a lot of attention/Week student, Easily upset, Failuresyndrome/Excessively perfectionist, and Aggressive/Hostile. Teachers then scored perceived stress as a result of this challenging behavior. Two questions concerning gender relations in class rooms will be addressed. Do female and male teachers select the same type of behaviorally challenging students as the most challenging? And: do they perceive the same level of stress? Our data shows that female teachers do indeed report significantly more incidence of challenging behavior, but no evidence is found for differences between stress levels of male and female teachers.
Stress is increasingly being recognized as one of the main factors that is negatively affecting our health, and therefore there is a need to regulate daily stress and prevent long-term stress. This need seems particularly important for adults with mild intellectual disabilities (MID) who have been shown to have more difficulties coping with stress than adults without intellectual disabilities. Hence, the development of music therapy interventions for stress reduction, particularly within populations where needs may be greater, is becoming increasingly important. In order to gain more insight into the practice-based knowledge on how music therapists lower stress levels of their patients with MID during music therapy sessions, we conducted focus group interviews with music therapists working with adults with MID (N = 13) from different countries and clinical institutions in Europe. Results provide an overview of the most-used interventions for stress reduction within and outside of music. Data-analysis resulted in the further specification of therapeutic goals, intervention techniques, the use of musical instruments, and related therapeutic change factors. The main findings indicate that music therapists used little to no receptive (e.g., music listening) interventions for stress reduction, but preferred to use active interventions, which were mainly based on musical improvisation. Results show that three therapy goals for stress relief could be distinguished. The goal of “synchronizing” can be seen as a sub goal because it often precedes working on the other two goals of “tension release” or “direct relaxation,” which can also be seen as two ways of reaching stress reduction in adults with MID through music therapy interventions. Furthermore, the tempo and the dynamics of the music are considered as the most important musical components to reduce stress in adults with MID. Practical implications for stress-reducing music therapy interventions for adults with MID are discussed as well as recommendations for future research.
Cities are confronted with more frequent heatwaves of increasing intensity discouraging people from using urban open spaces that are part of their daily lives. Climate proofing cities is an incremental process that should begin where it is needed using the most cost-efficient solutions to mitigate heat stress. However, for this to be achieved the factors that influence the thermal comfort of users, such as the layout of local spaces, their function and the way people use them needs to be identified first. There is currently little evidence available on the effectiveness of heat stress interventions in different types of urban space.The Cool Towns Heat Stress Measurement Protocol provides basic guidance to enable a full Thermal Comfort Assessment (TCA) to be conducted at street-level. Those involved in implementing climate adaptation strategies in urban areas, such as in redevelopments will find practical support to identify places where heat stress may be an issue and suggestions for effective mitigation measures. For others, such as project developers, and spatial designers such as landscape architects and urban planners it provides practical instructions on how to evaluate and provide evidence-based justification for the selection of different cooling interventions for example trees, water features, and shade sails, for climate proofing urban areas.
MULTIFILE
Professionals van het Wetterskip, gemeenten, provincie en natuurorganisaties hebben de vraag gesteld hoe het watersysteem in Noordoost Fryslân duurzamer en toekomstbestendiger kan worden gemaakt. In dit RAAK Publiek project verricht hogeschool VHL samen met deze professionals en met kennispartners onderzoek naar dit vraagstuk. De ?houdbaarheidsdatum? van het traditionele waterbeheer lijkt bereikt. Traditioneel afwateren en ontwateren heeft geleid tot maaivelddaling in de veenweidegebieden, en daaraan gerelateerde CO2-uitstoot en uitspoeling van nutriënten in het grond- en oppervlaktewater. Gevolg is een verlies aan waterbergingscapaciteit en een achteruitgang van de waterkwaliteit. Bij zware regenval is het moeilijk om het water nog te bergen en af te voeren om wateroverlast te voorkomen. Bij droogte ontstaan veel sneller dan voorheen watertekorten. Ook staan daardoor veel unieke ecologische waarden in de veenweidegebieden onderzoek druk of zijn verdwenen. Klimaatveranderingen versterken deze problematiek. In het project wordt kennis ontwikkeld over een klimaatadaptief watersysteem in veengebieden en nieuwe vormen van waterbeheer, functies en functiecombinaties en de relatie met het meer toekomstbestendig maken van het watersysteem (flexibel waterpeil, berging in een natuurgebied, natte teelt, natuurvriendelijke oevers, etc.). Dit wordt gedaan door met elkaar en met andere actoren uit de regionale samenleving a) het watersysteem te onderzoeken en b) te experimenteren met innovatief waterbeheer in het gebied. De onderzoeksvraag is: In welke mate dragen nieuwe vormen van duurzaam, slim waterbeheer bij aan de toekomstbestendigheid van het watersysteem in Noordoost Fryslân? Het project levert voor de waterbeheerders, planologen, natuurbeheerders en andere betrokken professionals een digitaal handboek, bestaande uit een analyse van het watersysteem in het gebied, een klimaatstresstest, een gidsmodel voor het vasthouden en schoonhouden van water, beschreven innovatieve oplossingsrichtingen, een 3D animatie, een participatieve handreiking met ontwerprichtlijnen, beschreven ervaringen en enkele toekomstscenario?s voor het gebied. Dit alles wordt gekoppeld aan een veldwerkplaats en kennismanagementsysteem.
Many Caribbean reefs have shifted from coral-dominated to algal-dominated ecosystems. The high algae cover reduces coral recruitment, making the reef unable to recover from other disturbances and resulting in flatter reefs with lower biodiversity. One of the reasons for the proliferation of algae is a mass die-off of the herbivorous sea urchin Diadema antillarum in the early 1980s. Natural recovery of Diadema populations is slow to non-existent, making active restoration of this important grazer a top priority in Caribbean coral reef management, especially since Diadema densities were reduced by another mass mortality event in 2022. The marine park organizations of Saba and St. Eustatius want to restore Diadema populations by restocking cultured individuals. However, important knowledge gaps need to be addressed before large numbers of Diadema can be restocked on the reef. Current culture methods can only produce a limited number of competent larvae. In addition, only 8% of the settlers survive and after restocking, survival on the reef is low as well. In the RAAK PRO Diadema II project, the bottlenecks in Diadema culture will be addressed by comparing larval survival across multiple culture methods and investigating the relation between larval size and post-settlement survival. Growing-out juveniles at sea is likely to help prepare them for life in the wild, while restocking at an optimal size might also increase survival. Finally, a thorough restocking site selection based on high shelter availability and settlement rates will increase the long-term Diadema densities. The acquired knowledge and developed practices will be verified in a larger scale restocking experiment involving at least 5000 Diadema urchins. By restoring Diadema populations through restocking, macroalgae will be more intensively removed and corals will have a chance to settle and to survive, increasing the ability of the reef to cope with other stressors.
Vanuit de Creatieve Industrie en in het bijzonder Schoots Architecten en IJsfontein is er een toenemende behoefte aan ontwerprichtlijnen voor stress-reducerende werkruimten. Deze inzichten moeten gestoeld zijn op ruimtelijke interventies en evaluaties ervan in de praktijk. Aangezien docenten bovengemiddeld kampen met werk-gerelateerde stress, zal de doelgroep voor dit onderzoek hogeschool docenten zijn. De doelstelling van het project is dan ook om op basis van ontwerpend onderzoek een werkomgeving voor hogeschool docenten te realiseren die stress-reducerend werkt. Dit levert eerste aantoonbare resultaten op in de vorm van een in de praktijk geëvalueerde werkomgeving en daarbij behorende ontwerprichtlijnen. In een vervolgtraject kunnen deze resultaten vertaald worden naar andere werkomgevingen. De onderzoeksvraag die daarbij centraal staat is; ‘Op basis van welke ontwerprichtlijnen kunnen de werkplekken van medewerkers in het hoger onderwijs worden ontworpen, om hun werk-gerelateerde stress te verlagen?’ Als basis in het ontwerpend onderzoek, wordt de discipline-overstijgende studie van Norouzianpour (2020) gebruikt, waarin hij verschillende ontwerpstrategieën heeft opgesteld om stress te verminderen in fysieke werkomgevingen. Deze strategieën zijn nog niet eerder in de praktijk getest. Daarnaast stelt Masi Mohammadi (2017) dat middels het empathisch ontwerpproces een beter begrip kan ontstaan van hoe docenten een werkruimte ervaren en welke behoeften zij hebben als het gaat om ruimtelijke interventies. Die behoeften verschillen mogelijk per persoon, per moment en per taak, waardoor de ruimte flexibel, dynamisch en responsief zal moeten worden. Het toepassen van Ambient Intelligence (AMI) maakt het mogelijk de ruimte te personaliseren en tevens docenten aan te voelen, op behoeften te anticiperen en door subtiel van gedaante te veranderen een gezonde balans te vinden in inspanning en ontspanning bij het werken. De docent zal dus het uitgangspunt voor het ontwerpend onderzoek zijn.