This study aimed to design and validate the Teacher Identity Measurement Scale (TIMS) for assessing primary student teachers’ professional identity. Based on identity theory and a systematic review into quantitative instruments of teacher identity, teacher identity was decomposed in four first-order constructs: motivation, self image, self-efficacy, and task perception. This resulted in a measurement scale consisting of 46 items. The factorial design was examined by administering the TIMS to first- and second-year primary student teachers. In phase 1, involving 17 students, qualitative scale development methods were used to assess the construct validity. In phase 2, its second-order factor structure was tested and confirmed among a sample of 211 students. In phase 3, this structure was cross-validated among a new sample of 419 students. The instrument may contribute to understanding primary student teacher’s professional development and can be used as a tool to support the process of developing a professional teacher identity.
Background: Differences in professional practice might hinder initiation of student participation during international placements, and thereby limit workplace learning. This study explores how healthcare students overcome differences in professional practice during initiation of international placements. Methods: Twelve first-year physiotherapy students recorded individual audio diaries during the first month of international clinical placement. Recordings were transcribed, anonymized, and analyzed following a template analysis approach. Team discussions focused on thematic interpretation of results. Results: Students described tackling differences in professional practice via ongoing negotiations of practice between them, local professionals, and peers. Three themes were identified as the focus of students’ orientation and adjustment efforts: professional practice, educational context, and individual approaches to learning. Healthcare students’ initiation during international placements involved a cyclical process of orientation and adjustment, supported by active participation, professional dialogue, and self-regulated learning strategies.Conclusions: Initiation of student participation during international placements can be supported by establishing a continuous dialogue between student and healthcare professionals. This dialogue helps align mutual expectations regarding scope of practice, and increase understanding of professional and educational practices. Better understanding, in turn, creates trust and favors meaningful students’ contribution to practice and patient care.
Bachelor students of Hotel Management School Maastricht, part of Zuyd University of Applied Sciences in the Netherlands, start their educational program with a semester of orientation on Hotel Operations in theory and practice. The teaching staff was curious about students’ perception of what they learn during their duty in the Teaching Hotel Château Bethlehem. Students were interviewed about the learning environment, the coaching and their learning outcomes. The interview findings gave insight in different unexpected and subconscious learning outcomes together with the conditions under which they occur during practice-based learning. Findings were presented to the teaching staff during a work conference. The entire team emphasised the value of the research method for fine-tuning students’ learning outcomes.
De postdoc kandidaat, Tanja Moerdijk, zal op structurele wijze de reeds door haar gemaakte verbinding tussen het lectoraat Marine Biobased Specialties (MBBS) en de opleiding Chemie van HZ University of Applied Sciences verder uitbouwen en bestendigen. Streven is dat het MBBS Bioprospecten onderzoek zichtbaar is in alle studiejaren van de opleiding Chemie en praktijkcasuïstiek structureel ingebracht wordt in het curriculum. De postdoc is daarom betrokken bij alle studiejaren van de opleiding. Zij zal de ontwikkeling van een geïntegreerde onderzoeksleerlijn in het Chemie curriculum coördineren, welke gevoed wordt vanuit het MBBS onderzoeksprogramma waardoor inbedding van onderzoek in de opleiding wordt geborgd. Verdieping, overdracht en deling van kennis met betrekking tot het chemische smaak- en textuurprofiel van zeewier zal uitgevoerd worden door zowel postdoc als studenten door te participeren in het uitvoeren van praktijkgericht onderzoek aan (polymeer)moleculen uit zeewier in samenwerking met de zeewierproducenten. Deze kennis zal uiteindelijk bijdragen aan een duurzame productie en verwerking van zeewier tot eindproducten voor de consument. Omdat het onderwerp breed en maatschappelijke relevant is, creëert het bovendien de mogelijkheid voor andere opleidingen en onderzoeksgroepen om de verbinding eenvoudig te kunnen oppakken. De postdoc gaat de daadwerkelijke verbinding maken tussen onderzoekers, docenten en studenten. De postdoc ontwikkelt tevens projectleiderschapsvaardigheden door het volgen van een training en door lopende projecten binnen het MBBS onderzoek te benutten om samenwerking met (inter)nationale kennisinstellingen en bedrijven uit te bouwen. De postdoc zal begeleid en ondersteund worden in de uitvoering van haar activiteiten door lector en opleidingscoördinator (olc) (onder andere on the job en formele planningsafspraken), Centre of Expertise Biobased Economy (CoE BBE) alsmede het HZ kernteam CoE BBE (uitbouwen netwerk). Het personeelsbeleid en functiereeks onderwijs en onderzoek van de HZ voorzien in de ontwikkelingsmogelijkheid van de postdoc.
De ontwikkeling van een duurzaam voedselsysteem vraagt een vernieuwde kijk op business modellen. De (nieuwe generatie) agrarisch ondernemers hebben hiervoor nieuwe kennis en kunde nodig om hun bedrijf zo te ontwikkelen dat het past bij een duurzame productie in balans met de omgeving, zij vormen een belangrijke 'decision unit'. Het promotieonderzoek van Ron Methorst: ‘Farmers’ perception of opportunities of farm development’ (Methorst 2016) legt met het model van de drievoudige inbedding een basis voor een vernieuwde kijk op strategische beslissingen. Dit model bouwt aan de ‘sociologie van ondernemerschap’: ondernemerschap vindt plaats binnen een context van relaties. Vanuit een 'perceived room for manoeuvre' van de ondernemer vindt de identificatie van mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling plaatsvindt. De maatschappelijke vraag naar een duurzaam voedselsysteem maakt nieuwe visie op business modellen belangrijk. Hoe kunnen we gezond voedsel produceren en tegelijk bijdragen aan een vitaal en veerkrachtig platteland. Dit onderzoek ontwikkelt kennis en instrumenten om het effect van het bedrijf op de omgeving inzichtelijk te maken. Het model van de Donut Economie (Raworth, 2017) is startpunt om diverse disciplines en actoren te integreren. Daarbij wordt voortgebouwd op en samengewerkt met lopende initiatieven: Stichting Boeren en Burgers 4 Food (ism Food Valley en Christelijke Hogeschool Ede), Kansenkaart van adviesbureau Boerenverstand en projecten integrale duurzaamheid van WUR. Als praktijkgericht onderzoek bij Aeres Hogeschool verbinden we ons met de studenten die de toekomst vormen van het voedselsysteem. Het onderzoek sluit aan bij de faculteit in Dronten (voedselsysteem vanuit producenten) en de faculteit in Almere (voedselsysteem vanuit burger/consumenten). Het onderzoek is ingebed in het onderzoeksprogramma van Aeres Hogeschool waardoor de kennis van meerdere lectoraten benut wordt. Daarbij is er actieve verbinding met zowel middelbaar als hoger agrarisch onderwijs.
De duurzaam geteelde varianten van groente, fruit en vis zijn duurder. Dat vinden consumenten best lastig. Je moet betalen voor duurzamere teelt, en daar is de consument maar tot op (te) beperkte hoogte toe bereid. Ziet hij of zij de waarde ervan wel? Doel Consumenten die bereid zijn krijgen een ‘fair price’ te betalen voor duurzaam geproduceerde voedingsproducten door een verhoogde waardebeoordeling. Dit maakt continue investeringen in de verduurzaming van de productieketens mogelijk. Resultaten Tumbleweed leidt tot de ontwikkeling van een conceptueel kader (werknaam ‘Consumer Sustainability Value Perception’ model) van waaruit empirisch onderzoek naar innovatieve creatieve interventies opgezet en uitgevoerd kan worden. Volg het project via onze nieuwsbrief (aanmelden kan via onderstaande button). Looptijd 01 december 2022 - 30 november 2023 Aanpak Het project bestaat uit drie fasen: In fase 1 wordt wetenschappelijke- en praktijkkennis verzamelt over de totstandkoming van waardebeoordeling, als input voor het ontwerp van het conceptuele model in Fase 2. Fase 3 kijkt richting een langere termijn met een doorwerkings- en onderzoeksprogramma, waar een breder consortium bij betrokken zal zijn. Relevantie en doorwerking Specifiek bij de creatieve sector leeft de behoefte aan inzichten en oplossingen om waardebeoordeling te kunnen verhogen binnen de duurzame voedingssector. Daarnaast is het goed voor het arbeidspotentieel van studenten als zij actuele kennis op gebied van prijs en waarde in duurzaamheidscontext opdien en toepassen. Het onderzoeksresultaat vormt de kickstart voor creatieve innovatie om de willingness to pay voor duurzame voedingsproducten bij consumenten te verhogen. Zo worden creatieve interventies kansrijker, want beter opgebouwd en onderbouwd.