Uit de samenvatting: "Sinds medio 2017 is het Nationaal Lectorenplatform Urban Energy actief. De betrokken lectoren beogen het praktijkgericht onderzoek rond de gebouwde omgeving op hogescholen te verbinden en te stroomlijnen. Dit doen ze teneinde bij te dragen aan de energietransitie: met duurzame bronnen voorzien in onze energievoorziening. Een belangrijk instrument om de expertise van de lectoren te delen is een digitale onderzoekskaart, die beschikbaar is via: http://www.nlurbanenergy.nl. Daarnaast is er behoefte aan meer inzicht als het gaat om termen als vraagarticulatie en onderzoekssamenwerking. Meer precies wilden we achterhalen wat de behoefte is van het mkb aan praktijkgericht onderzoek van hogescholen in het domein Urban Energy. Daartoe hebben we een verkennende studie uitgevoerd naar praktijkgericht onderzoek binnen het domein Urban Energy. Hiervoor interviewden we de betrokken lectoren en ondernemers uit het innovatief MKB. Daarnaast maakten we gebruik van een enquête die we via verschillende kanalen onder de aandacht brachten bij het innovatief mkb."
Ook uit internationaal wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er verschillen zijn tussen ouderen in de stad en op het platteland [3-5]. In de rijke delen van de Europese Unie hebben ouderen in de landelijke gebieden een hogere levenstevredenheid dan in de stad. Mensen lijken tevreden in een dorp, wellicht omdat het verwachtingspatroon geringer is. Als het op veroudering aankomt, biedt de hogere dichtheid van de stad een grotere nabijheid tot allerlei diensten die de kwaliteit van leven van ouderen vergroten. Door specifieke economische factoren kunnen deze diensten niet in dezelfde mate worden aangeboden in landelijke gebieden [6]. Woonomstandigheden, zo blijkt uit onderzoek [7], zijn beter voor onze ouderen in de stad dan op het platteland, hoewel de verschillen niet zo uitgesproken groot zijn. En dan heb je nog de gesegregeerde woonwijken voor ouderen, zoals in de Verenigde Staten. Denk daarbij aan Sun City Arizona en The Villages in Florida [8, 9]. Deze wijken bieden een eenheidsworst en zonderen ouderen af in een cocon van geboden comfort, waarbij zij verdwijnen uit het reguliere straatbeeld van omliggende steden. Een in vrijheid gekozen gevangenschap. Een echte seniorvriendelijke stad is een generatievriendelijke stad zoals u wilt, waar niet alleen ruimte is voor één generatie, maar voor alle generaties: van wieg tot graf.
from the article: Abstract Based on a review of recent literature, this paper addresses the question of how urban planners can steer urban environmental quality, given the fact that it is multidimensional in character, is assessed largely in subjective terms and varies across time. The paper explores three questions that are at the core of planning and designing cities: ‘quality of what?’, ‘quality for whom?’ and ‘quality at what time?’ and illustrates the dilemmas that urban planners face in answering these questions. The three questions provide a novel framework that offers urban planners perspectives for action in finding their way out of the dilemmas identified. Rather than further detailing the exact nature of urban quality, these perspectives call for an approach to urban planning that is integrated, participative and adaptive. ; ; sustainable urban development; trade-offs; quality dimensions
Due to societal developments, like the introduction of the ‘civil society’, policy stimulating longer living at home and the separation of housing and care, the housing situation of older citizens is a relevant and pressing issue for housing-, governance- and care organizations. The current situation of living with care already benefits from technological advancement. The wide application of technology especially in care homes brings the emergence of a new source of information that becomes invaluable in order to understand how the smart urban environment affects the health of older people. The goal of this proposal is to develop an approach for designing smart neighborhoods, in order to assist and engage older adults living there. This approach will be applied to a neighborhood in Aalst-Waalre which will be developed into a living lab. The research will involve: (1) Insight into social-spatial factors underlying a smart neighborhood; (2) Identifying governance and organizational context; (3) Identifying needs and preferences of the (future) inhabitant; (4) Matching needs & preferences to potential socio-techno-spatial solutions. A mixed methods approach fusing quantitative and qualitative methods towards understanding the impacts of smart environment will be investigated. After 12 months, employing several concepts of urban computing, such as pattern recognition and predictive modelling , using the focus groups from the different organizations as well as primary end-users, and exploring how physiological data can be embedded in data-driven strategies for the enhancement of active ageing in this neighborhood will result in design solutions and strategies for a more care-friendly neighborhood.
Over the last couple of years there is a growing interest in the role of the bicycle in Western urban transport systems as an alternative to car use. Cycling not only has positive environmental impacts, but also positive health effects through increased physical activity. From the observation of the Urban Intelligence team that cycling data and information was limited, we have started the development of cycleprint. Cycleprint stands for Cycle Policy Renewal and INnovation by means of tracking Technology with the objective to enable more customer friendly cycle policy.The initial objective of Cycleprint was to translate GPS data into policy relevant insights to enable customer friendly cycle policy. The online toolkit what Cycleprint has become, answers the questions about:-route choice-speeds-delays at intersections -intensities Because of the success of Cycleprint in the Netherlands the range of features is still under development. As a result of the development of Cycleprint the Dutch organized the fietstelweek. In addition to Cycleprint the Urban Intelligence team developed the cyclescan to explore the effects of cycle network enhancement. The project is developed in direct collaboration with the Provincie Noord-Brabant and Metropoolregio Eindhoven to fulfill the ambition to become cycling region of the Netherlands in 2020.
There is increasing interest for the use of Virtual Reality (VR) in the field of sustainable transportation and urban development. Even though much has been said about the opportunities of using VR technology to enhance design and involve stakeholders in the process, implementations of VR technology are still limited. To bridge this gap, the urban intelligence team of NHTV Breda University of Applied Sciences developed CycleSPEX, a Virtual Reality (VR) simulator for cycling. CycleSpex enables researchers, planners and policy makers to shape a variety of scenarios around knowledge- and design questions and test their impact on users experiences and behaviour, in this case (potential) cyclists. The impact of infrastructure enhancements as well as changes in the surrounding built environment can be tested, analysed an evaluated. The main advantage for planners and policy makers is that the VR environment enables them to test scenarios ex-ante in a safe and controlled setting.“The key to a smart, healthy and safe urban environment lies in engaging mobility. Healthy cities are often characterized by high quality facilities for the active modes. But what contributes to a pleasant cycling experience? CycleSPEX helps us to understand the relations between cyclists on the move and (designed) urban environments”