Het lectoraat Transmurale Ouderenzorg is onderdeel van het kenniscentrum ACHIEVE van de faculteit Gezondheid. ACHIEVE heeft ‘Complex Care’ als focus. De complexiteit van de acute zorg voor oudere patiënten, waarin samenwerking en coördinatie van essentieel belang zijn, sluit hier naadloos op aan.
Het ZonMw-programma ‘Ontwikkeling Kwaliteitsstandaarden 2019-2022: Wijkverpleging’ draagt bij aan het ontwikkelen, implementeren en evalueren van kwaliteitsstandaarden voor verpleegkundigen en verzorgenden. Het is belangrijk om te weten voor welke onderwerpen en patiëntproblemen mogelijk een knelpuntanalyse of een kwaliteitsstandaard nodig is, of waar een kwaliteitsstandaard geactualiseerd dient te worden. Om dit helder te krijgen wordt in 2020-2021 de ‘Programmeringsstudie Ontwikkeling Kwaliteitsstandaarden 2019-2022: Wijkverpleging’ uitgevoerd
In de onderzoekslijn Zorg in Balans van het lectoraat Participatie, Zorg en Ondersteuning (Kenniscentrum Sociale Innovatie) staat het verbeteren van de samenwerking tussen formele en informele zorgverleners centraal. Er werden de afgelopen jaren samen met het werkveld competentieprofielen ontwikkeld waarin beschreven werd welke professionele competenties van belang zijn waar het gaat om samenwerken met informele zorgverleners in specifieke situaties. Er is op basis van de bestaande profielen nagedacht over wat er nodig is om in generieke zin, dus los van een specifieke situatie, aandoening of beperking, bekwaam te zijn in de samenwerking met informele zorgverleners. Dit document start met de basishouding waarna we inzoomen op het samenspel met de direct naasten, het bredere netwerk en het zorglandschap. Er wordt steeds gestart met competenties die zowel voor de verpleegkundige als de sociaal werker relevant zijn. Vervolgens worden de beroep specifieke competenties beschreven.
In Nederland wonen 80.000 mensen met dementie in zorginstellingen. Om goede zorg te kunnen verlenen is goede communicatie tussen de zorgverlener en de zorgontvanger noodzakelijk. Communicatie tussen een persoon met dementie en zorgprofessionals is lastig. Bij dementie zijn vaak zowel het spreken als begrijpen van taal beperkt (Ripich 1994) door problemen in het geheugen en woordvindingsproblemen. Het niet meer kunnen uiten van behoeftes en wensen via spreken, wordt door mensen met een dementie dikwijls (onbewust) gecompenseerd met non-verbale, gedragsmatige manieren van communiceren, bijvoorbeeld door zich terug te trekken, of juist opstandig te worden. Zorgprofessionals rapporteren dat zij moeite hebben om te achterhalen wat er precies in het hoofd omgaat wanneer mensen met dementie ‘onbegrepen gedrag’ vertonen en welke technieken zorgprofessionals kunnen inzetten om de communicatie open te houden (Groot 2019). In Nederland zijn verschillende interventies ontwikkeld om de communicatie tussen zorgprofessionals en mensen met dementie te verbeteren. Deze blijken de praktijk echter nauwelijks te bereiken, of de doorwerking te missen die nodig is. Opvallend is dat er nauwelijks interprofessionele samenwerking is tussen de logopedisten, experts op het gebied van taal(problemen) en communicatie, en verzorgenden of verpleegkundigen. Een combinatie van expertise op het gebied van dementie, neurologische taalstoornissen en implementatie van interventies is noodzakelijk om de communicatie en daarmee optimale, persoonsgerichte zorg voor mensen met dementie te verbeteren. Het consortium bundelt expertise op het gebied van dementie, neurologische taalproblemen en implementatie. Binnen een zorginstelling worden belemmerende en faciliterende factoren geïdentificeerd om optimale communicatie met mensen met dementie te bewerkstelligen op alle niveaus in de organisatie. Dit leidt enerzijds tot een concreet advies aan de betrokken instelling over het optimaliseren van de communicatie tussen zorgprofessionals en mensen met dementie in de veronderstelling dat onbegrepen gedrag zal verminderen. Anderzijds geeft deze analyse input voor een gezamenlijk te formuleren RAAK-Publiek project.
De administratieve en registratiewerklast op verpleegafdelingen in ziekenhuizen is hoog. Hierdoor besteden verpleegkundigen slechts een derde van hun dienst direct aan de patiënt waardoor zij plezier in hun werk verliezen. Er is een scala aan arbeidsbesparende technologie voor verpleegkundigen ontwikkeld. Slechts 30% daarvan is succesvol geïmplementeerd, onder andere door gebrek aan afstemming tussen innovatie, verpleegkundigen, werkprocessen en bestaande (informatie)systemen. Idealiter worden deze perspectieven geïntegreerd in één integrale, systemische ontwerpaanpak die tot op heden ontbreekt. Het UMC Utrecht benaderde daarom de Hogeschool Utrecht met de vraag: Hoe kan niet-direct zorggerelateerde technologie* zodanig ontworpen worden dat verpleegkundigen meer voldoening krijgen in hun werk (en meer tijd en aandacht hebben voor directe zorggerelateerde taken)? Door het combineren van onderzoeksmethoden uit de wereld van co-design, procesanalyse en systemisch ontwerp wordt op vier verpleegafdelingen in het UMC Utrecht en zeven verpleegafdelingen in het Sint Antonius Ziekenhuis met verpleegkundigen gezocht naar aangrijpingspunten in het verpleegkundig werkproces voor het verlagen van de werklast. Vervolgens wordt een aantal innovaties (her)ontworpen en getest. Hierbij worden Hogeschool Utrecht en de twee ziekenhuizen ondersteund door Panton, Pontes, Ucreate en Ascom. Het intensief in het ontwerpproces betrekken van verpleegkundigen zal dit project twee of drie toepasbare en ‘gedragen’ arbeidsbesparende producten en/of diensten opleveren (bijvoorbeeld een slim verpleegkundig oproepsysteem). Het selecteren, (door)ontwikkelen, combineren, toepassen en volgen van de diverse methodes bij het ontwikkelen van de arbeidsbesparende producten en/of diensten zal resulteren in een integrale ontwerpaanpak voor verpleegkundige innovaties, bedoeld voor ontwerpers in de zorg. Ook ontstaat een aanvulling op het beroepsprofiel voor de verpleegkundige in 2020 van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (projectpartner) dat stelt dat verpleegkundigen niet alleen technologie moeten kunnen gebruiken maar ook bij kunnen dragen aan het verbeteren ervan.
Hoe ontwikkel je op een succesvolle manier technologie voor ondersteuning van de verpleegkundige waardoor er meer tijd is voor de patiënt? Slechts 30% van de technologieën die ontwikkeld worden voor ondersteuning, is succesvol ingevoerd. Dat moet anders.Doel Hoe kun je technologie, die verpleegkundigen ondersteunt in hun werk, zo ontwerpen dat deze ook echt gebruikt wordt? Verpleegkundigen besteden een derde van hun werk direct aan de patiënt, de rest aan zaken als registratie, administratie en logistiek. Slechts 30% van de technologieën die ontwikkeld worden om daar verandering in te brengen, is succesvol ingevoerd. Dit percentage is zo laag doordat innovatie, het werk van verpleegkundigen en bestaande (informatie)systemen niet op elkaar aansluiten. Idealiter worden deze aspecten bij elkaar gebracht in één gezamenlijke aanpak, die tot op heden ontbreekt. Het UMC Utrecht benaderde Hogeschool Utrecht met dit vraagstuk. Looptijd 01 juli 2018 - 30 juni 2021 Aanpak We combineren onderzoeksmethoden uit de wereld van co-design, procesanalyse en systemisch ontwerp. Co-design: samen met de eindgebruiker (=verpleegkundige) ontwerpen: de eindgebruiker weet het best waar hij/zij behoefte aan heeft en op welke manier een technologie aansluit op het werkproces; Procesanalyse: hoe lopen de processen van verbeteridee van een verpleegkundige tot eventuele uitvoer nu in het ziekenhuis en hoe kunnen die worden verbeterd? Systemisch: hoe ontwerp je op zo'n manier dat het ook in de hele organisatie (ziekenhuis) kan worden ingebed, wie moeten allemaal worden betrokken en wat gaat er veranderen door de innovatie? Op verschillende verpleegafdelingen van het UMC Utrecht en het Sint Antonius Ziekenhuis werken we samen met verpleegkundigen via bovenstaande methoden. Samen met hen zoeken we naar aanknopingspunten om de hoeveelheid werk te verlagen. Vervolgens gaan we met de verpleegkundigen een aantal vernieuwingen ontwerpen en testen. Verpleegkundigen spelen een belangrijke rol bij het ontwerpproces. Dit levert naar verwachting twee of drie arbeidsbesparende producten en/of diensten op, zoals een slim verpleegkundig oproepsysteem. Ook schrijven we een aanvulling op het opleidingsprofiel voor de verpleegkundige in 2020 van de Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Verpleegkundigen gebruiken niet alleen technologie, maar dragen er ook aan bij om het te verbeteren. Resultaten Het driejarige onderzoek COUNT is in juni 2021 afgerond. Door het combineren van onderzoeksmethoden van co-design, procesanalyse en systemisch ontwerp is op verschillende verpleegafdelingen in het UMCU en het St. Antonius Ziekenhuis met verpleegkundigen gezocht naar aangrijpingspunten in het verpleegkundig werkproces voor het verlagen van de werklast. Vervolgens is een aantal innovaties (her)ontworpen en getest. Het intensief in het ontwerpproces betrekken van verpleegkundigen heeft toepasbare en ‘gedragen’ arbeidsbesparende producten en/of diensten opgeleverd (zie: Inzet van technologie en Verbeteren van werkprocessen). Het selecteren, (door)ontwikkelen, combineren, toepassen en volgen van diverse methodes bij het ontwikkelen van de arbeidsbesparende producten en/of diensten heeft geresulteerd in een integrale ontwerpaanpak voor verpleegkundige innovaties, bedoeld voor ontwerpers in de zorg (zie: Co-design met verpleegkundigen). Ook is een aanvulling gemaakt op het beroepsprofiel voor de verpleegkundige in 2020 van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland dat stelt dat verpleegkundigen niet alleen technologie moeten kunnen gebruiken maar ook bij moeten kunnen dragen aan het verbeteren ervan (zie: Leren innoveren). Publicatie van competenties In deze uitgave vindt het complete overzicht van benodigde competenties voor verpleegkundigen en ICT’ers (hieronder ook te downloaden). De beide kwalitatieve studies, waar de competenties op gebaseerd zijn, zullen binnenkort worden ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift. COUNT_2021_Competenties_Bruggenbouwers_Zorg_Technologie