Het pakket bestaat uit twee delen: Deel A: Het achtergronddocument: hierin worden u allerlei theoretische en procedurele gegevens aangereikt die van belang zijn om goed met het interventiepakket te kunnen werken. Deel B: Het werkboek: dit werkboek biedt u praktische ondersteuning om in samenwerking met de patiënt effectief met het zelfverwondende gedrag om te gaan. Het werkboek kan als WORD-document digitaal worden opgeslagen. Denkt u hierbij vanzelfsprekend aan de privacybescherming van de patiënt. Bij het werkboek behoren een aantal bijlagen.
MULTIFILE
Aafje is slachtoffer van langdurige incest en geweld binnen haar eigen gezin. Vanaf haar derde jaar wordt zij misbruikt door haar vader, vanaf haar twaalfde jaar door haar broer. Ook een derde familielid is bij het misbruik betrokken. Het duurt voort tot haar negentiende jaar. Aafje groeit zo op in een bedreigende, onveilige omgeving. Het verhaal van Aafje is opgetekend in een biografie. Een confronterend verhaal over wat er mis kan gaan in de hulpverlening. Tegelijkertijd een verhaal van hoop en herstel: dat het mogelijk is om na jarenlange ernstige traumatisering en een moeizame gang door de ggz, te herstellen en een menswaardig leven te leiden. Als verpleegkundigen kunnen we veel leren van Aafjes levensgeschiedenis.
DOCUMENT
Background Differing perspectives of self-harm may result in a struggle between patients and treatment staff. As a consequence, both sides have difficulty communicating effectively about the underlying problems and feelings surrounding self-harm. Between 2009 and 2011, a programme was developed and implemented to train mental health care staff (nurses, social workers, psychologists, psychiatrists, and occupational therapists) in how to communicate effectively with and care for patients who self-harm. An art exhibition focusing on self-harm supported the programme. Lay experts in self-harm, i.e. people who currently harm themselves, or who have harmed themselves in the past and have the skills to disseminate their knowledge and experience, played an important role throughout the programme. Methods Paired sample t-tests were conducted to measure the effects of the training programme using the Attitude Towards Deliberate Self-Harm Questionnaire, the Self-Perceived Efficacy in Dealing with Self-Harm Questionnaire, and the Patient Contact Questionnaire. Effect sizes were calculated using r. Participants evaluated the training programme with the help of a survey. The questionnaires used in the survey were analysed descriptively. Results Of the 281 persons who followed the training programme, 178 completed the questionnaires. The results show a significant increase in the total scores of the three questionnaires, with large to moderate effect sizes. Respondents were positive about the training, especially about the role of the lay expert. Conclusion A specialised training programme in how to care for patients who self-harm can result in a more positive attitude towards self-harm patients, an improved self-efficacy in caring for patients who self-harm, and a greater closeness with the patients. The deployment of lay experts is essential here
MULTIFILE
Abstract: Clinicians find it challenging to engage with patients who engage in self-harm. Improving the self-efficacy of professionals who treat self-harm patients may be an important step toward accomplishing better treatment of self-harm. However, there is no instrument available that assesses the self-efficacy of clinicians dealing with self-harm. The aim of this study is to describe the development and validation of the Self-Efficacy in Dealing with Self-Harm Questionnaire (SEDSHQ). This study tests the questionnaire’s feasibility, test-retest reliability, internal consistency, content validity, construct validity (factor analysis and convergent validity) and sensitivity to change. The Self-Efficacy in Dealing with Self-Harm Questionnaire is a 27-item instrument which has a 3-factor structure, as found in confirmatory factor analysis. Testing revealed high content validity, significant correlation with a subscale of the Attitude Towards Deliberate Self-Harm Questionnaire (ADSHQ), satisfactory test-retest correlation and a Cronbach’s alpha of 0.95. Additionally, the questionnaire was able to measure significant changes after an intervention took place, indicating sensitivity to change. We conclude that the present study indicates that the Self-Efficacy in Dealing with Self-Harm Questionnaire is a valid and reliable instrument for assessing the level of self-efficacy in response to self-harm.
DOCUMENT
De publicatielijst bevat alle publicaties waar Berno van Meijel aan bijgedragen heeft
DOCUMENT
Background: Structured psychotherapy is recommended as the preferred treatment of personality disorders. A substantial group of patients, however, has no access to these therapies or does not benefit. For those patients who have no (longer) access to psychotherapy a Collaborative Care Program (CCP) is developed. Collaborative Care originated in somatic health care to increase shared decision making and to enhance self management skills of chronic patients. Nurses have a prominent position in CCP’s as they are responsible for optimal continuity and coordination of care. The aim of the CCP is to improve quality of life and self management skills, and reduce destructive behaviour and other manifestations of the personality disorder. Methods/design: Quantitative and qualitative data are combined in a comparative multiple case study. This makes it possible to test the feasibility of the CCP, and also provides insight into the preliminary outcomes of CCP. Two treatment conditions will be compared, one in which the CCP is provided, the other in which Care as Usual is offered. In both conditions 16 patients will be included. The perspectives of patients, their informal carers and nurses are integrated in this study. Data (questionnaires, documents, and interviews) will be collected among these three groups of participants. The process of treatment and care within both research conditions is described with qualitative research methods. Additional quantitative data provide insight in the preliminary results of the CCP compared to CAU. With a stepped analysis plan the ‘black box’ of the application of the program will be revealed in order to understand which characteristics and influencing factors are indicative for positive or negative outcomes. Discussion: The present study is, as to the best of our knowledge, the first to examine Collaborative Care for patients with severe personality disorders receiving outpatient mental health care. With the chosen design we want to examine how and which elements of the CC Program could contribute to a better quality of life for the patients.
MULTIFILE
De module “Diagnostiek van Angst en Gedragsproblemen” bestaat uit 3 onderdelen: 1) Achtergronden, 2) Het werkboek, 3) Invullijsten Ze is bedoeld voor multidisciplinaire teams (begeleiders, teamleiders, gedragswetenschappers, vaktherapeuten, artsen (AVG)). Beleidsmakers en andere geïnteresseerden kunnen eveneens kennis nemen dit document. Tevens is een implementatiehandleiding toegevoegd. De module is ontwikkeld tussen 2005 tot 2008 en getoetst met een wetenschappelijk onderzoek tussen 2009 tot 2014. Tijdens dit onderzoek is de module toegepast en zijn de resultaten verwerkt. Tijdens de ontwikkeling van de module is samengewerkt met organisaties uit de praktijk. Dit achtergronddocument beschrijft de opbouw van de module, de theorie en tot slot de aanbevelingen. De instructies voor dit team zijn opgenomen in het werkboek. Het werkboek bevat daarnaast ook specifieke instructies voor de (persoonlijk) begeleider. Voor de observaties die begeleiders uitvoeren zijn invullijsten beschikbaar.
MULTIFILE
Het Interventieprotocol Zorg in Samenwerking (ZiS) bestaat uit 3 delen: het Achtergronddocument, het Handboek en het Werkboek. In deel I, het Achtergronddocument, worden de theoretische achtergronden van het programma beschreven. Deel II, het Handboek, levert praktische handleidingen en instructies voor de uitvoering van het programma. ZiS bestaat uit een aantal onderdelen, deze corresponderen met het los bijgeleverde Werkboek (deel III), dat speciaal is geschreven voor de patiënt.
MULTIFILE