Een consult bij de eerstelijnsfysiotherapeut duurt ongeveer 30 minuten en tijdens dit consult wordt veel informatie uitgewisseld tussen fysiotherapeut en patiënt. Vooral bij klachten aan het bewegingsapparaat geven de verbale uitingen van patiënten indicaties voor eventuele aanwezigheid van psychosociale factoren die samenhangen met een ongunstige prognose. Doorgaans schat de fysiotherapeut de prognose in door vragenlijsten af te nemen. Nadeel van dergelijke vragenlijsten is dat ze belastend zijn voor de patiënt en veel tijd vragen om in te vullen. Het zou een uitkomst zijn als er bekende cues of signaalwoorden uit de verbale en schriftelijke uitingen van de patiënt kunnen worden opgepikt die indicatief zijn voor een psychosociaal ongunstig prognostisch profiel.
In dit project is onderzocht of taaluitingen van de patiënt indicatief zijn voor de mate van bezorgdheid over de klacht en de mate van angst. 62 geluidsopnames van het eerste bezoek aan de fysiotherapeut zijn als volgt gecodeerd: positieve inhoud (fietsen gaat prima), negatieve inhoud (de pijn is nu heftig), verzwakkers (ik voel het een beetje), versterkers (toen ben ik heel erg geblesseerd geraakt). De mate van bezorgdheid en angst zijn voorafgaand aan het consult gemeten met een vragenlijst. Het bleek dat patiënten die meer verzwakkers gebruiken, met name in combinatie met een negatieve uiting (het doet een beetje pijn) minder bezorgd zijn over de klacht.
Daarnaast zijn er 2 focusgroepen, met fysiotherapeuten (n=10) en met patiënten (n=7), gehouden om aanbevelingen voor communicatie op te stellen. Uit de focusgroepen komt naar voren dat een vertrouwensrelatie de basis vormt voor het bespreken van psychosociale factoren. Deze factoren zouden volgens zowel de patiënten als de fysiotherapeuten niet uitgevraagd moeten worden met een vragenlijst maar middels gesprek. Patiënten gaven aan dat ze het gesprek over psychosociale factoren nog wel eens missen. Volgens hen richt de fysiotherapeut zich met name op de fysieke klacht. Fysiotherapeuten gaven aan dat bezorgdheid of angst met name zichtbaar zijn in de non-verbale communicatie, zoals onrustig op de stoel zitten of een gespannen houding bij bewegen.
Een consult bij de eerstelijns fysiotherapeut duurt ongeveer 30 minuten en tijdens dit consult wordt veel informatie uitgewisseld tussen fysiotherapeut en patiënt. Vooral bij klachten aan het bewegingsapparaat zoals rug-, nek- en/of schouderpijn geven de verbale uitingen van patiënten indicaties voor eventuele aanwezigheid van psychosociale factoren die samenhangen met een ongunstige prognose. In lijn met aanbevelingen door zorgverzekeraars en de richtlijnen van het KNGF, zal de fysiotherapeut doorgaans echter de prognose inschatten door vragenlijsten af te nemen. Nadeel van dergelijke vragenlijsten is echter dat ze belastend zijn voor de patiënt en veel tijd vragen om in te vullen. Dit geldt in het bijzonder voor fysiotherapiepatiënten met een lage sociaaleconomische achtergrond en daarmee samenhangende gebrekkige taal- en gezondheidsvaardigheden. Juist omdat deze groep oververtegenwoordigd is onder genoemde patiëntengroepen, is het raadzaam te onderzoeken welke verbale en schriftelijke uitingen van patiënten indicatief zijn voor een ongunstige prognose. Meer kennis over deze uitingen (signaalwoorden) kan de fysiotherapeut helpen om een inschatting te maken of de patiënt een ongunstige prognose heeft, en aanknopingspunten bieden om de communicatie aan de individuele patiënt aan te passen. Dit draagt bij aan een persoonsgerichte benadering die de behandeling beter laat aansluiten bij patiënten die ‘at risk’ zijn om chronisch te worden.
In het voorgestelde onderzoek wordt gebruik gemaakt van 50 bestaande geluidsopnames uit eerdere projecten en worden 20 nieuwe geluidsopnames gemaakt bij patiënten met een lage sociaaleconomische status. De uitingen van de patiënten in de consulten worden gecodeerd volgens een gevalideerde methodiek en gerelateerd aan angst, gemeten met een korte vragenlijst voorafgaand aan het consult. Met de opbrengst van de analyses wordt in co-creatie met patiënten en fysiotherapeuten onderzocht hoe geïdentificeerde taaluitingen (signaalwoorden) betekenisvol benut kunnen worden voor inschatting van de prognose en behandeling.
Er zijn geen producten gekoppeld
Afgerond
Niet bekend