Introduction: The Netherlands has been known as one of the pioneers in the sharing economy. At the beginning of the 2010s, many local initiatives such as Peerby (borrow tools and other things from your neighbours), SnappCar (p2p car-sharing), and Thuisafgehaald (cook for your neighbours) launched that enabled consumers to share underused resources or provide services to each other. This was accompanied by a wide interest from the Dutch media, zooming in on the perceived social and environmental benefits of these platforms. Commercial platforms such as Uber, UberPop and Airbnb followed soon after. After their entrance to the market, the societal debate about the impact of these platforms also started to include the negative consequences. Early on, universities and national research and policy institutes took part in these discussions by providing definitions, frameworks, and analyses. In the last few years, the attention has shifted from the sharing economy to the much broader defined platform economy.
This chapter discusses the sharing economy in the Netherlands, focussing on shared mobility and gig work platforms. The Netherlands has been known as one of the pioneers in the sharing economy. Local initiatives emerged at the beginning of the 2010s. International players such as Uber, UberPop, and Airbnb followed soon after. Initially, the sharing economy was greeted with a sense of optimism, as it was thought to contribute to social cohesion and sustainability. Over the last few years, the debate has shifted to the question of how public values can be safeguarded or stimulated. In this regard, shared mobility is hoped to contribute to more sustainable transport. In the gig economy, scholars and labour representatives fear a further flexibilisation of labour; others see opportunities for economic growth.
Hoe kunnen bestemmingen de regie pakken over hun duurzame toeristische ontwikkeling? Hoe zorgen bestemmingen voor de juiste balans tussen wonen, werken en recreëren? Wat is de positie van bedrijven? En welke rollen zijn er voor welke partijen weggelegd?Met de Agenda Bewuste Bestemmingen ontwikkelt CELTH een overkoepelend raamwerk voor de ontwikkeling van een bewuste bestemming. In dit raamwerk onderscheiden we vijf thema's.- Human Capital- Vrijetijdsaanbod- Maatschappelijke infrastructuur- Organiserend vermogen- SmartnessOmdat nog niet alle kennis aanwezig is, leidt de Agenda Bewuste Bestemmingen tot een onderzoeksagenda op de thema’s. Samen met partners ontwikkelen we onderzoeken om antwoord te geven op vragen als:Hoe meet je de juiste balans tussen wonen, werken en recreëren? Met welk instrumentarium kunnen overheden sturen op de gewenste kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling van vrijetijdsaanbod? Denk hierbij aan de vestiging van hotels en Airbnb of verduurzaming van industrie. Hoe kunnen we de samenwerking vormgeven?
Het Lectorenplatform en Expertisenetwerk Duurzaam Stedelijk Toerisme brengt minimaal 16 lectoren enonderzoekers samen (o.a. Hogeschool Inholland, Breda University of Applied Sciences, StendenNHL,Hotelschool The Hague, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool van Amsterdam, Saxion Hogeschool en deHaagse Hogeschool) samen. Zij willen zich binnen het platform bezighouden met de vraag hoe toerisme teontwikkelen die bijdraagt aan een duurzame stedelijke leefomgeving. Momenteel blijkt dit problematisch. Indrukke steden zoals Amsterdam is het zogenaamde "overtoerisme"een belangrijk punt van debat, terwijlandere steden (Rotterdam, Delft, Zwolle) willen leren hoe toerisme plaatsen en voorzieningen (cultuur, OV) inde stad kan helpen verbeteren.Het doel van het platform is om met lokale partners (gemeenten en Destination Management Organisations(DMOs), musea, hotels en (inter)nationale partners (NBTC, DMOs, European Tour Operator Association,Regenerative Tourism movement, Fairbnb) vanuit een gezamenlijke onderzoeks- en innovatieagenda te lerenhoe toerisme als middel te gebruiken voor verbetering van plaats en leven. Transdisciplinaire samenwerkingtussen verschillende lectoraten maakt het hierbij mogelijk om toerisme als maatschappelijk fenomeen teanalyseren, in plaats van als economische sector. Een dergelijk perspectief is innovatief en essentieel voor dehet beantwoorden van de vraag hoe ambitieuze visies voor de toekomst van toerisme (EC, 2021; NBTC, 2019;RLI, 2019) vertaald kunnen worden naar transities in de praktijk en welke sleutelmethodologieën (KEMs)kunnen helpen bij het versnellen van innovatie- en transitieprocessen voor stedelijke toerisme.Het streven is om, door samenwerking en het gericht afstemmen van expertise, binnen 5 à 10 jaar eenwereldwijd erkend kennisplatform op het gebied van duurzaam stedelijk toerisme te worden. Ommaatschappelijke impact te bereiken bundelen we hiervoor onze krachten met die van het Expertise NetwerkDuurzaam Stedelijk Toerisme (ENSUT) - gericht op het verbinden van belanghebbenden op dit thema inbinnen- en buitenland - en het Centre of Expertise Leisure, Tourism & Hospitality (CELTH).Partners:In Holland, Hotelschool Den Haag, NHL Stenden.
Het Lectorenplatform en Expertisenetwerk Duurzaam Stedelijk Toerisme brengt minimaal 16 lectoren en onderzoekers samen (o.a. Hogeschool Inholland, Breda University of Applied Sciences, StendenNHL, Hotelschool the Hague, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool van Amsterdam, Saxion Hogeschool en de Haagse Hogeschool) samen. Zij willen zich binnen het platform bezighouden met de vraag hoe toerisme te ontwikkelen die bijdraagt aan een duurzame stedelijke leefomgeving. Momenteel blijkt dit problematisch. In drukke steden zoals Amsterdam is het zogenaamde ‘overtoerisme’ een belangrijk punt van debat, terwijl andere steden (Rotterdam, Delft, Zwolle) willen leren hoe toerisme plaatsen en voorzieningen (cultuur, OV) in de stad kan helpen verbeteren. Het doel van het platform is om met lokale partners (gemeenten en Destination Management Organisations (DMOs), musea, hotels en (inter)nationale partners (NBTC, DMOs, European Tour Operator Association, Regenerative Tourism movement, Fairbnb) vanuit een gezamenlijke onderzoeks- en innovatieagenda te leren hoe toerisme als middel te gebruiken voor verbetering van plaats en leven. Transdisciplinaire samenwerking tussen verschillende lectoraten maakt het hierbij mogelijk om toerisme als maatschappelijk fenomeen te analyseren, in plaats van als economische sector. Een dergelijk perspectief is innovatief en essentieel voor de het beantwoorden van de vraag hoe ambitieuze visies voor de toekomst van toerisme (EC, 2021; NBTC, 2019; RLI, 2019) vertaald kunnen worden naar transities in de praktijk en welke sleutelmethodologieën (KEM’s) kunnen helpen bij het versnellen van innovatie- en transitieprocessen voor stedelijke toerisme. Het streven is om, door samenwerking en het gericht afstemmen van expertise, binnen 5 à 10 jaar een wereldwijd erkend kennisplatform op het gebied van duurzaam stedelijk toerisme te worden. Om maatschappelijke impact te bereiken bundelen we hiervoor onze krachten met die van het Expertise Netwerk Duurzaam Stedelijk Toerisme (ENSUT) - gericht op het verbinden van belanghebbenden op dit thema in binnen- en buitenland - en het Centre of Expertise Leisure, Tourism & Hospitality (CELTH).