In opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft European Impact Hub de resultaten samengebracht uit het onderzoek van 250 studenten European Studies aan de Haagse Hogeschool. Het doel van dit rapport is om duidelijk te maken hoe in kleine tot middelgrote steden gewerkt wordt aan huisvesting en registratie van EU-arbeidsmigranten. Op basis van gestructureerde interviews met onder andere Europese vertegenwoordigers in Brussel, lokale beleidsmakers en lokale uitzendbureaus zijn de volgende conclusies geformuleerd. Uit de interviews met de Europese vertegenwoordigers in Brussel blijkt dat de bal vooral uit het eigen speelveld wordt geschopt. Ook blijkt dat de vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten bij de EU vaak niet op de hoogte zijn van de problemen in de regio's. Daarnaast laten de interviews zien dat de deelnemende gemeenten tegen dezelfde problemen aanlopen als het gaat om huisvesting. Ondanks dat huisvesting hoog op de politieke agenda staat blijft de situatie nijpend, in de ene plaats nog meer dan in de andere. Registratieprocessen verschillen per land. Het beschikbaar stellen van het registratieproces in verschillende talen en het vereenvoudigen van het registratieproces blijken succesfactoren. Toch is dit niet overal het geval, in La Palma del Condado dient het registratieproces herziend te worden omdat het te eenvoudig is. Over de problematiek rondom de Europese vertegenwoordiging raadt dit rapport aan de resultaten te bespreken met de afdelingen sociale zaken van de respectievelijke permanente vertegenwoordigingen (PV/EU)'s van de lidstaten, alsmede de (gezamenlijke) inspecties.
DOCUMENT
Verpleegkundigen (i.o.) ervaren emotionele belasting door de werkzaamheden tijdens de eerste golf van de COVID-19 uitbraak. Verpleegkundigen (i.o.) ervaren peer support binnen hun eigen team of vanuit de opleiding als positief tijdens hun werkzaamheden in de COVID-19 uitbraak. Het toepassen van de drie- vragen-methode kan bijdragen aan het effectief omgaan met de emotionele belasting tijdens en na de COVID-19-uitbraak. De drie-vragen-methode kan informeel en structureel worden toegepast binnen het onderwijs door docenten en verpleegkundigen i.o., bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten voor intervisie, werkbegeleiding of studieloopbaanbegeleiding. De drie-vragen-methode kan informeel en structureel worden toegepast in de zorgpraktijk door leidinggevenden en collega's, bijvoorbeeld tijdens de koffie- of lunch- pauze, overdrachtsmomenten of dag- evaluaties.
LINK
Modern offices and the use of electronic devices are increasing factors in work-related eye symptoms. However, symptoms of eye fatigue or dry eye sensation can be mixed and confusing. This study surveys the eye symptoms reported during a working day at modern offices to investigate the possible inhibition on daily work activities. Two online digital surveys were sent to three different work locations, by direct e-mail. Survey A consisted of 14 questions that investigated eye symptoms experienced during daily activities at work and the impact on daily activities. Survey B consisted of four general questions, the Dutch Ocular Surface Disease Index, the Work Productivity and Activity Index, and the Illness Perception Questionnaire.
LINK
Dry eye disease (DED), and especially work-related dry eye, has an increasing incidence, and is expected to become a significant public health problem, with the increasing age until retirement, and the effect of the modern, digital, working environment causing higher visual demands. The indoor environment and more demanding, eye-related tasks, are risks factors for the development of dry eye symptoms, leading to DED at these workplaces. The current management for diagnosed DED is strongly pharmaceutical-based, and research looking at solutions towards better functioning and well-being of DED patients is rare. There is also a lack of evidence about the role of healthcare professionals in DED management. This PhD looks at: the prevalence of DED in office workers; the environmental factors involved; the negative aspects on quality of life experience; the attitude of healthcare professionals to DED management; the care given by the primary healthcare professionals; and the needs for a healthcare pathway for DED.
DOCUMENT
A method to analyze the sound environment and its relation with typical professional tasks is described in which structured non participative observations are combined with audio recordings. First results of a field study are reported, directed towards the day shift of hospital nurses, working at a surgical ward. With this method we want to contribute context specific outcomes which we consider a prerequisite for the design of dedicated laboratory experiments which can reveal insights transferrable to natural work settings. In our reading of the literature we see many studies on task-sound interaction with one or more of the following shortcomings: 1. The sound conditions used in the experiment are not representative for the dedicated environment. 2. The experimental task is not representative for tasks performed in the dedicated environment. 3. The task-sound interaction is such that subjects are instructed to ignore environmental sounds while in real life they first need to attach meaning to each sound in order to decide whether it is (ir)relevant. It is our expectation that the proposed method helps design experiments that overcome these shortcomings.
DOCUMENT
In dit onderzoek is nagegaan hoe ouders en jongeren uit Middenof Oost-Europese landen hun dagelijkse woon- en leefsituatie in Den Haag en in Segbroek beoordelen. Ook zijn de meningen en ervaringen gevraagd van professionals en vrijwilligers die actief zijn in het onderwijs aan kinderen van EU-arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa. In Segbroek werd onderzoek uitgevoerd in 2011 en 2017 onder Poolse gezinnen. Seide onderzoeken laten zien dat ouders zwaar lichamelijk werk doen en lange dagen maken, vaak onder slechte arbeidsomstandigheden. Vooral de mannen werken veel. Zij hebben geen tijd om taalcursussen te volgen. Vrouwen volgen vaker een taalcursus en zijn sterker gericht op integratie in Nederland dan de mannen. Zowel in 2011 als in 2017 blijken ouders niet goed hun rechten en plichten te kennen. Zij kunnen de weg niet vinden naar instanties en hebben weinig vertrouwen in overheidsinstellingen. Ten opzichte van 2011 zien de migranten in 2017 minder mogelijkheden om Nederlands te leren, lijkt er minder optimisme te zijn over de leefsituatie van Polen in Den Haag en is er minder ondersteuning door zelforganisaties. De Poolse ouders die we hebben gesproken, benoemen een aantal problemen die gerelateerd zijn aan hun kinderen en het onderwijs. Kinderen op de basisschool warden soms gepest. Sommige ouders vinden dat door taalachterstand hun kinderen op een te laag intelligentieniveau warden ingeschat. Dat probleem speelt zowel in het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs. Bovendien vinden de ouders dat in Internationale Schakelklassen de kinderen te veel in contact komen met andere Poolse kinderen waardoor ze geen Nederlands leren. De professionals en vrijwilligers die actief zijn in het onderwijs in Internationale Schakelklassen (12jaar en ouder) zien ook het probleem van de kloof tussen Nederlandse taalbeheersing enerzijds en intelligentie anderzijds. Bij achterblijvende schoolprestaties spelen vaak problemen in het gezin een rol: echtscheiding tussen de ouders of langdurige scheiding van het kind van de ouders en nieuwe gezinsvorming na een scheiding. De elf jongeren die we voor dit rapport hebben ge"interviewd, laten zien dat zij de migratie ondanks tijdelijke problemen goed hebben doorstaan. Alie jongeren hebben een ingewikkelde leerroute doorlopen. Voor de tieners van 13, 14 en 15 jaar is het hebben van vrienden op school heel belangrijk. De jongeren van 16 jaar en ouder wegen in hun oordeel over hoe het met hen gaat veel meer hun onderwijsprestaties mee. Volgens de jongeren zijn leeftijdgenoten die dezelfde taal spreken een prettige ondersteuning als je nog maar net in Nederland op school zit. Poolse bewoners van Den Haag zijn in 2011 meer tevreden over hun nieuwe leefsituatie dan in 2017. Het beeld dat naar voren komt over Midden- en Oost-Europese kinderen en jongeren is dat het over het algemeen goed gaat met hen. Ouders en jongeren hebben de ambitie om een hoog opleidingsniveau te halen. Scholen moeten ondersteuning bieden aan jongeren die hun ambities willen verwezenlijken, maar tegelijkertijd ingewikkelde leerroutes volgen. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/marieke-kroneman-20ab386/ https://www.linkedin.com/in/karijn-nijhoff-89589316/
DOCUMENT
In the Netherlands the government advises mothers to breastfeed for six months or longer. However, only 51% of Dutch mothers still breastfeed at six months and many women do not maintain the practice for as long as they intended. This study examines how an existing intervention, the Breastfeeding Support Program (BSP), influences breastfeeding duration. The research by Sjoukje van Dellen is a collaboration between the Hanze University of Groningen and the Rijksuniversiteit of Groningen. Sjoukje is mentored by supervisors Prof. dr. Arie Dijkstra, Social Psychology of Health and Disease (University of Groningen), and Dr. Mark Mobach, Lector Facility Management (Hanzehogeschool Groningen).
DOCUMENT
In dit rapport worden de bevindingen van een studie waarin is onderzocht welke waarden voor mensen het belangrijkst zijn wanneer de waarde ‘prijs’, maar ook waarden als ‘gemak’ en ‘smaak’, juist niet meedoen in de vergelijking. Met andere woorden: als die waarden niet tellen, welke ‘ethische’ waarden vinden mensen dan (het meest) belangrijk? Hiervoor is gekozen als product cacao zoals gebruikt in chocolade.
DOCUMENT
Deze voorlichtingspublicatie is tot stand gekomen in het kader van het project 'Het inrichten van de moderne laswerkplaats'. Dit was een gezamenlijk project van CNV BedrijvenBond, De Unie, FNV Bondgenoten, Metaalunie, NIL, PMP en Vereniging FMECWM, in afstemming met de Arbeidsinspectie en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en medegefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken.
DOCUMENT
Het wetsvoorstel om de AOW-leeftijd in Nederland te verhogen naar 67 jaar is door de val van het kabinet voorlopig uitgesteld. Na de verkiezingen zal het onderwerp bij de vorming van een nieuwe regering opnieuw op de agenda staan. Het is een thema dat voor de continuering van onze welvaart van groot belang is. Daarbij zou de aandacht niet eenzijdig gericht moeten zijn op de pensioenleeftijd. Uiteindelijk gaat het om het thema kwaliteit van de arbeid, en dat zou weer hoog op de agenda moeten komen te staan. Het gaat niet alleen om doorwerken, maar om het gezond en productief kunnen (blijven) deelnemen aan de snel veranderende arbeidsmarkt. Daarvoor moeten arbeidsorganisaties de arbeidsprocessen slimmer en duurzamer organiseren.
DOCUMENT