© 2025 SURF
geen samenvatting
Gemeenten hebben maatschappelijke taken en verantwoordelijkheden, speciaal de zorg voor openbare orde en veiligheid. De samenleving digitaliseert en dus doen gemeenten nu hun werk in een digitaliserende samenleving. Daarop moeten zij zich instellen. Gemeenten zijn sinds ongeveer 2013 bezig met een inhaalslag op dit vlak. De eerste fase in zo’n proces is bewustwording. Inmiddels hebben gemeenten vooral door online aangejaagde ordeverstoringen gezien welke rol de online wereld reeds speelt in openbare orde en veiligheid − én dat dit om aanpassingen vraagt. Gemeenten moeten hun typische gemeentetaken, dus hun werk aan openbare orde en veiligheid, nu doen in een digitale context. Daarover gaat dit essay. Meer in het bijzonder gaat het over een specifieke stap in deze ontwikkeling: een handelingskader dat ‘digibewuste’ gemeenten kunnen gebruiken bij het ontwikkelen van concrete werkwijzen.
Niet de intelligente technologie als kunstmatige intelligente, maar de manier waarop mensen deze technologie inzetten levert een verantwoorde toepassing op. Op dit moment wordt innovatie op het gebied van data, algoritme en computerkracht nog niet maximaal benut. Met enig sociaal onbenul, of met gebrek aan inbedding via wetgeving, kunnen ondenkbare scenario’s werkelijkheid worden. We verkennen er hier een aantal waarbij technologie op een verrassende manier wordt ingezet. Daarbij zijn voorbeelden van hyperpersonalisering van adviezen, het recht op ongezien zijn en preventieve handhaving, en voorbeelden waar digitale representaties toe kunnen leiden. Van hieruit kunnen we de discussie starten hoe we als samenleving technologie willen duiden en inzetten. Hoe kunnen we van gebruiker van slimme systemen komen tot een rol als opdrachtgever van ondersteunende technologie?
De kernvraag van dit lectoraat is: hoe is governance effectief te organiseren in deze complexe netwerken? In dit essay wordt allereerst de veranderende wereld, de context waarin governance plaatsvindt, beschreven. Daarna zal worden ingegaan op de veranderende governance systemen zelf. Gevolgd door een beschrijving van wat in het optiek van dit lectoraat de centrale spelers in die nieuwe governance systemen zijn: beleidsmakers. Het essay sluit af met de contouren van een onderzoeksagenda voor dit lectoraat.
Among other things, learning to write entails learning how to use complex sentences effectively in discourse. Some research has therefore focused on relating measures of syntactic complexity to text quality. Apart from the fact that the existing research on this topic appears inconclusive, most of it has been conducted in English L1 contexts. This is potentially problematic, since relevant syntactic indices may not be the same across languages. The current study is the first to explore which syntactic features predict text quality in Dutch secondary school students’ argumentative writing. In order to do so, the quality of 125 argumentative essays written by students was rated and the syntactic features of the texts were analyzed. A multilevel regression analysis was then used to investigate which features contribute to text quality. The resulting model (explaining 14.5% of the variance in text quality) shows that the relative number of finite clauses and the ratio between the number of relative clauses and the number of finite clauses positively predict text quality. Discrepancies between our findings and those of previous studies indicate that the relations between syntactic features and text quality may vary based on factors such as language and genre. Additional (cross-linguistic) research is needed to gain a more complete understanding of the relationships between syntactic constructions and text quality and the potential moderating role of language and genre.
From the article: "Whilst the importance of online peer feedback and writing argumentative essays for students in higher education is unquestionable, there is a need for further research into whether and the extent to which female and male students differ with regard to their argumentative feedback, essay writing, and content learning in online settings. The current study used a pre-test, post-test design to explore the extent to which female and male students differ regarding their argumentative feedback quality, essay writing and content learning in an online environment. Participants were 201 BSc biotechnology students who wrote an argumentative essay, engaged in argumentative peer feedback with learning partners in the form of triads and finally revised their original argumentative essay. The findings revealed differences between females and males in terms of the quality of their argumentative feedback. Female students provided higher-quality argumentative feedback than male students. Although all students improved their argumentative essay quality and also knowledge content from pre-test to post-test, these improvements were not significantly different between females and males. Explanations for these findings and recommendations are provided"
MULTIFILE