Bioplastics are gaining interest as an alternative to fossil-based plastics. In addition, biodegradable bioplastics may yield biogas after their use, giving an additional benefit. However, the biodegradability time in international norms (35 days) far exceeds processing times in anaerobic digestion facilities (21 days). As the bioplastic packaging does not indicate the actual biodegradability, it is important to understand the time required to biodegrade bioplastic if it ends up in the anaerobic digestion facility along with other organic waste. For this work, cellulose bioplastic film and polylactic acid (PLA) coffee capsules were digested anaerobically at 55 ℃ for 21 days and 35 days, which are the retention times for industrial digestors and as set by international norms, respectively. Different sizes of bioplastics were examined for this work. Bioplastic film produced more biogas than bioplastic coffee capsules. The biodegradability of bioplastic was calculated based on theoretical biogas production. With an increase in retention time, biogas production, as well as biodegradability of bioplastic, increased. The biodegradability was less than 50% at the end of 35 days for both bioplastics, suggesting that complete degradation was not achieved, and thus, the bioplastic would not be suitable for use in biogas digesters currently in use.
LINK
Podcast door HanzeMag.Plastic maken uit bacteriën: het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het kan echt. hoe dan? Hanze-lector Janneke Krooneman legt het uit aan onze dummies!Wat is bioplastic? En hoe krijg je bacteriën zo gek dat ze plastic gaan vormen? Janneke weet precies hoe je bacteriën ’temt’: je laat ze heel veel eten tot ze obese zijn. En zoals mensen eten opslaan als vet, slaan bacteriën het op als plastic, dus al die dikke bacteriën bij elkaar vormen een prachtig biologisch plastic.Om het nog wat concreter te maken heeft Janneke ook enkele producten meegenomen die gemaakt zijn van bioplastic, zoals festivalbekers en lego, dus kijk ook vooral de videoversie van deze podcast, zodat je kunt zien hoe weinig het verschilt van ‘gewoon’ plastic.Presentatie: Maikel van Duinen & Mattheüs DouwesBeeld: Bas SwavingGeluid: Cazism
LINK
Fontys en Avans hebben in de afgelopen twee jaar onder meer laagdrempelige test- en onderzoeksmogelijkheden geboden, bijvoorbeeld in de vorm van afstudeerstages. Daarnaast hebben de beide kennisinstellingen een (regionaal) kennisnetwerk voor het MKB gefaciliteerd dat de mogelijkheid biedt om op nieuwe ontwikkelingen te anticiperen. Het is nu mei 2011 en het project loopt ten einde. In de afgelopen twee jaar is er veel bereikt: bedrijven en onderwijsorganisaties hebben elkaar gevonden, er is veel onderzoek gedaan naar nieuwe toepassingen van biopolymeren, aannames zijn getoetst en in het groeiende netwerk van producenten, leveranciers en consumenten van bioplastics is veel kennis gedeeld en uitgewisseld.
DOCUMENT
Polymeren, waaronder plastics, kennen we allemaal uit ons dagelijks leven. Van de plastic draagtas tot computeronderdelen en kopjes. Allemaal worden deze polymeren vervaardigd uit aardolie en afgeleide producten. De producten zijn zeer nuttig en breed toepasbaar, mede door de gunstige eigenschappen zoals warmteweerbaarheid, stevigheid en waterdichtheid. Daarentegen kennen polymeren ook een keerzijde, zoals het niet of moeilijk afbreekbaar zijn in de natuurlijke omgeving en de nadelen van het gebruik van fossiele bronnen: hun eindigheid en de ongecontroleerde emissie van broeikasgassen die verband houdt met klimaatverandering. Dit is een zichtbaar probleem bij onder meer De Plasticsoep, waar geen of beperkte afbraak plaatsvindt van plastics in de oceaan. De zoektocht naar alternatieven is daarom volop aan de gang.
DOCUMENT
Naar aanleiding van een Tegenlicht documentaire "Groene dromen" is op Strijp-S een Meet Up bijeenkomst gehouden over de circulaire economie.
LINK
This article will discuss philosophical debates on economic growth and environmental sustainability, the role of management responsibility, and the risk of subversion to business as usual. This discussion will be framed using the concepts of Cradle to Cradle (C2C) and Circular Economy about sustainable production. The case study illustrating the danger of subversion of these progressive models discussed here is based on the assignments submitted by Masters students as part of a course related to sustainable production and consumption at Leiden University. The evaluation of the supposedly best practice cases placed on the website of the Ellen MacArthur Foundation or those awarded Cradle to Cradle certificate has led some students to conclude that these cases illustrated green-washing. Larger implications of identified cases of green-washing for the field of sustainable business and ecological management are discussed. “This is a post-peer-review, pre-copyedit version of an article published in 'Philosophy of Management'. The final authenticated version is available online at: https://doi.org/10.1007/s40926-019-00108-x LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Biopolymeren vormen een potentieel interessant alternatief voor conventioneel op olie gebaseerde polymeren, omdat zij geen fossiele grondstoffen gebruiken voor de productie. Daarentegen is het productie procedé afhankelijk van energie en toevoegmiddelen die weer bijdragen aan het verbruik van energie en de emissie van onder andere broeikasgassen en zijn de grondstoffen van belang, zoals het gebruik van reststromen uit de afvalverwerking of andere biomaterialen. Binnen het project Circulaire Biopolymeren Waardeketens zijn meerdere productiemethoden bestudeerd om polyhydroxyalkanoaten (PHAs) te maken uit organische reststromen: GFT en afvalwaterslib, een bijproduct uit de afvalwaterzuivering. Productie en extractie van PHAs kan middels diverse routes. In het project zijn meerdere extractieroutes bestudeerd betreffende hun mogelijkheden. Als onderdeel van het project is een levenscyclusanalyse (LCA) gedaan om de milieu-impact van de productie van de biopolymeren in kaart te brengen.
DOCUMENT
Closed loop or ‘circular’ production systems known as Circular Economy and Cradle to Cradle represent a unique opportunity to radically revise the currently wasteful system of production. One of the challenges of such systems is that circular products need to be both produced locally with minimum environmental footprint and simultaneously satisfy demand of global consumers. This article presents a literature review that describes the application of circular methodologies to education for sustainability, which has been slow to adopt circular systems to the curriculum. This article discusses how Bachelor and Master-level students apply their understanding of these frameworks to corporate case studies. Two assignment-related case studies are summarized, both of which analyze products that claim to be 'circular'. The students' research shows that the first case, which describes the impact of a hybrid material soda bottle, does not meet circularity criteria. The second case study, which describes products and applications of a mushroom-based material, is more sustainable. However, the students' research shows that the manufacturers have omitted transport from the environmental impact assessment and therefore the mushroom materials may not be as sustainable as the manufacturers claim. As these particular examples showed students how green advertising can be misleading, applying “ideal” circularity principles as part of experiential learning could strengthen the curriculum. Additionally, this article recommends that sustainable business curriculum should also focus on de-growth and steady-state economy, with these radical alternatives to production becoming a central focus of education of responsible citizens. https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2019.02.005 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Honger is nog steeds een wereldwijd probleem, terwijl iedereen genoeg te eten zou hebben als we het beschikbare voedsel goed zouden verdelen en benutten, en het niet zouden verspillen. Maar alleen al in Nederland gooien we ruim 33 kilo voedsel per persoon per jaar weg. Dat moet anders! Door voedsel slimmer te verpakken, kunnen we voedselverspilling én onnodig verpakkingsafval voorkomen. Binnen het project Goed Verpakt hebben we verschillende partijen samengebracht om integraal aan dit onderwerp te werken. Het breed samengestelde consortium bestond uit kennisinstellingen, producenten van aardappels, groente en fruit, producenten van maaltijden en portieverpakkingen, producenten van verpakkingsmaterialen en een brancheorganisatie. Onze centrale onderzoeksvraag was: Hoe kunnen bedrijven in de voedingssector op een meer duurzame manier in de behoefte van de eindgebruiker voorzien, waarbij de gekozen totaaloplossing van de product-verpakkingscombinatie past binnen en circulaire economie en aansluit bij de vereisten van de hele keten? Samen hebben we naar slimme product-verpakkingscombinaties gezocht, waarbij we hebben geanalyseerd welke duurzaamheidsdilemma’s partijen in de keten ervaren en hoe we die kunnen oplossen of wegnemen. Daarbij hebben we ook in beeld gebracht wat de betrokken partijen zelf kunnen doen en wat zij voor elkaar kunnen krijgen door een nauwere samenwerking binnen de keten. Voor slimme product-verpakkingscombinaties is ook de overheid een onmisbare partner. Onduidelijkheid, een gebrek aan daadkracht en te eenzijdige wet- en regelgeving werken averechts en ondermijnen het streven naar meer duurzaamheid binnen de sector. Beleidsmakers onderschatten de expertise die nodig is om dit goed te regelen. Maar verduurzaming is dus vooral een kwestie van nauwer samenwerken. Met partners binnen de branche, met interessante partijen buiten de branche én met de overheid. We formuleren in dit document alvast onze negen gouden regels van integraal duurzaam verpakken. Daarnaast blijven de betrokken kennisinstellingen onderzoek doen naar dit onderwerp. Bijvoorbeeld naar consumentengedrag en – intenties en naar de inzet van de Rethink-methode voor het herontwerpen van product-verpakkingscombinaties. Zo zorgen alle betrokken partners voor een circulaire toekomst waarin voedsel steeds slimmer verpakt wordt en we met een minimum aan afval zo veel mogelijk voedsel beschikbaar maken voor iedereen.
DOCUMENT
Dit boekje is een weerslag van de inaugurele rede als Lector Biobased Economy bij Hogeschool Van Hall Larenstein die Hans Derksen op 8 mei 2012 hield. De kern van het betoog is wat de biobased economy kan betekenen voor een duurzame samenleving. Maar ook wat deze niet kan betekenen, want biomassa is niet de oplossing voor alles. Uiteindelijk gaat het vooral over de kansen die biomassa, en meer in het bijzonder een biobased economy, de mens biedt.
DOCUMENT