Dit is een activiteiten dagboek voor co-creatie en behoefte-onderzoek op afstand. Het is onderdeel van een co-creatie beweegkit dat ook een speciaal ontwikkelde folder met tips en tricks voor (digitaal) bewegen en een fitness-elastiek bevat. De kit is ontwikkeld in samenwerking met studenten Designing User Research in het kader van het Urban Vitality zaaigeldproject BAAT: Bewegen op Maat.
https://www.fons.org/Resources/Documents/Journal/Vol11No1/IPDJ_1101_11.pdfBackground: There is a growing amount of research in which older adults contribute as co-researchers. The quality of this research depends, among other factors, on the nature of relationships between professional researchers and co-researchers. Reflections on these relationships can offer structured insight into this form of research.Aim: Our reflection on the co-operation between two older adults and a nurse researcher aims to share the lessons learned based on a critical understanding of our journey. Our main questions are: 1. How has the relationship developed over time, including in terms of mutuality and equality? 2. Which moments have been decisive in this development?Conclusion: We regard our co-operative relationship as a ‘dynamic search’. The meaning of mutuality and equality may change over time and so enrich the relationships. There is a need for further understanding into how these values can be nurtured in different configurations of researchers and co-researchers.Implications for practice: Evolving relations can be nurtured through deliberative sharing of the perceptions, expectations and experiences of the researchers and co-researchers Combining a formal working atmosphere with informal moments helps the research team respond to the individual needs of its members To enhance equality and mutuality, it is important to appreciate and value everyone’s contribution rather than concentrating on ‘what’ or ‘how’ individuals contribute
MULTIFILE
In the Netherlands, client and family participation in care for people with intellectual disabilities has been in vogue for a long time, and increasingly receives attention (KPMG and Vilans 2017). However, the perspective and experiential knowledge of service users and relatives is often still insuBiciently used for the co-creation of care. The professional perspective is often still dominant. In addition, professionals mainly focus on clients and less on relatives, even though relatives often play an important role in the client’s (quality of) life (Wiersma 2017). The project ‘Inclusive Collaboration in Disability Care’[1] (ICDC) focusses on enhancing equal communication between people with intellectual disabilities, their relatives, and professional caregivers, and hence contributes to redressing power imbalances in longterm care. It investigates the question: “How can the triangle of client, relative and professional caregiver together co-create better care and support?”.
De bouw is een conservatieve (risk-averse) en sterk gefragmenteerde markt. De bouw is echter tevens een grootgebruiker van materialen; 40% van de globale grondstoffen wordt gebruikt voor de realisatie van gebouwen (Ness & Xing, 2017). Ook is de gebouwde omgeving een grootgebruiker van energie met 40 % van het Nederlandse totale gebruik (Klimaatmonitor Rijksoverheid 2019). Meer kennisdeling en optimalisatie is cruciaal, met name ten aanzien van de naoorlogse woningbouwvoorraad. Daar ontstaat de komende jaren momentum in de vorm van de stedelijke vernieuwing, sloop-nieuwbouw, renovatie, verduurzaming en erfgoedbeleid. Kenmerkend van de naoorlogse woningbouw is dat ze destijds in hoog tempo zijn gerealiseerd en gebouwd op sterk gestandaardiseerde manieren. Vele ontwerpbureaus en bouwers hebben in die tijd op grote schaal identieke woningbouwcomplexen in alle delen van ons land neergezet. De kennis over wie wat waar heeft gebouwd is echter niet geregistreerd. Kennis daarover biedt de kans om veel sneller en optimaler opgaven en kansen rondom verduurzaming, circulaire waarde en erfgoedbeleid van deze naoorlogse woningbouw te ontdekken en delen. Een combinatie van AI, ruimtelijk onderzoek en co-research kan dit zoekproces automatiseren. In deze KIEM willen we dit verkennen. We bouwen voort op de AI-methodes en technieken die we in het RAAKmkb project Sensing Streetscapes hebben ontwikkeld. In deze Kiem willen we experimenteren wat de meest efficiënte AI-strategie is. Hierbij werken we met co-research. Ruimtelijk experts uit verschillende vakgebieden worden betrokken om de kenmerken van de woningbouwvooraard te duiden – en zo te helpen in wat AI moet gaan leren. Vak- en praktijk experts van woningbouw verduurzaming, circulaire bouw en erfgoedbeleid betrekken we in een co-researchsessie om potentiele use-cases te verkennen. Hoe kan deze kennis een versnelling voor hun opgaven betekenen? Voor de doorontwikkeling tot volwaardige tools beogen we een RAAKmkb of RAAKpubliek aan te vragen.
De woningbouwopgave is enorm. Alleen al in Amsterdam is de bouw van minimaal 50.000 woningen tot 2025 voorzien. De impact op onze steden is nauwelijks te overschatten. Met name doordat deze nieuwbouw binnenstedelijk en daardoor in extreem dichtheden en hoogbouw gerealiseerd moet worden. We weten dat voor een goede leefomgeving de straat een menselijke maat moet hebben. Voor de gangbare woonmilieus is bekend wat voor ontwerpoplossingen dit vraagt: een actieve plint (begane grond), ritme in de straatwanden en een tactiele inrichting. Voor de nieuwe woonmilieus met on-Nederlands hoge dichtheden en hoogbouw is nog niet duidelijk hoe dat moet gebeuren. Duidelijk is dat er aandacht nodig is op het sociale vlak, programmering, mobiliteit, en de vormgeving van de straatruimte als gezamenlijke publieke ruimte met een menselijke maat. Dit onderzoeksvoorstel richt zich op de straatruimte. Ruimtelijk ontwerpers hebben urgente behoefte aan een systematisch overzicht van (elders) beproefde ontwerpoplossingen, meer grip op de werking van deze ontwerpingrepen en een tool om ontwerpoplossingen al gedurende het ontwerpproces op hun werking te kunnen testen. Om in deze behoefte te voorzien, is een consortium gevormd bestaande uit ontwerpbureaus, (internationale) kennisinstellingen die de opgave op soortgelijke interdisciplinaire manier aanpakken en een groep opdrachtgevers van ruimtelijke projecten. Sensing Streetscapes past twee nieuwe opkomende technologieën toe (artificial intelligence uit data-analytics en de eye-tracking-technologie uit de neurologie) die nodig zijn om referentielocaties te traceren en het effect van ontwerpoplossingen op de gebruikers van de straatruimte te achterhalen. Naast de kennisontwikkeling worden de technologieën ook doorontwikkeld tot twee nieuwe tools voor de toepassing in de ontwerppraktijk. Ontwerpers kunnen daarmee zelf sneller referentielocaties traceren en ontwerpoplossingen zelf toetsen bij de gebruikers. Hiermee zijn de ontwerpers in staat om met beter beproefde oplossingen per situatie en locatie straatruimtes een herkenbare menselijke maat te geven en de ontwerppraktijk innoveert.