De publicatie ‘De kracht van verbinding: Loopbaanthematieken in het licht van veranderende beroepsbeelden” is modulair opgebouwd. Iedere module behandelt een stukje van de thematiek, waarbij steeds vanuit een ander perspectief wordt gekeken: vanuit kiezende jongeren, vanuit de veranderingen die plaatsvinden in de maatschappij en die ons werk beïnvloeden, vanuit de Nederlandse arbeidsmarkt, vanuit onderwijsorganisaties en vanuit arbeidsorganisaties.
DOCUMENT
To reduce greenhouse gas emissions, countries around the world are pursuing electrification policies. In residential areas, electrification will increase electricity supply and demand, which is expected to increase grid congestion at a faster rate than grids can be reinforced. Battery energy storage (BES) has the potential to reduce grid congestion and defer grid reinforcement, thus supporting the energy transition. But, BES could equally exacerbate grid congestion. This leads to the question: What are the trade-offs between different battery control strategies, considering battery performance and battery grid impacts? This paper addresses this question using the battery energy storage evaluation method (BESEM), which interlinks a BES model with an electricity grid model to simulate the interactions between these two systems. In this paper, the BESEM is applied to a case study, wherein the relative effects of different BES control strategies are compared. The results from this case study indicate that batteries can reduce grid congestion if they are passively controlled (i.e., constraining battery power) or actively controlled (i.e., overriding normal battery operations). Using batteries to reduce congestion was found to reduce the primary benefits provided by the batteries to the battery owners, but could increase secondary benefits. Further, passive battery controls were found to be nearly as effective as active battery controls at reducing grid congestion in certain situations. These findings indicate that the trade-offs between different battery control strategies are not always obvious, and should be evaluated using a method like the BESEM.
DOCUMENT
In deze publicatie wordt de invloed van digitalisering op drie beroepen (kapitein, wijkverpleegkundige en manager operations ICT) in beeld gebracht aan de hand van drie portretten. De focus ligt op de veranderingen die plaatsvinden op de werkvloer in het werk dat de beroepsbeoefenaars uitvoeren en de kennis en kunde (21st century skills) die noodzakelijk zijn om het werk te kunnen blijven doen. Een aantal belangrijke conclusies zijn dat het werk complexer wordt, meer coördinatie vereist en meer interactie vereist met de omgeving (klant, cliënt, opdrachtgever). Over ICT valt op dat digitalisering niet alleen van invloed is op de aard van het werk, maar ook op de manier en frequentie van communiceren én op de administratieve en regeldruk. Het heeft een zichzelf versterkend effect. Verder is er veel variatie in hoe en waar men leert. Hierbij speelt ook de aard van het werk een rol. Tenslotte wordt het werk interessanter maar stelt het ook hogere eisen omdat er vele ballen ind e lucht moeten worden gehouden. Deze publicatie behoort bij het filmpje maar kunnen los van elkaar beschouwd worden.
MULTIFILE
BREDE ECONOMISCHE BLOEI Den Haag groeit harder dan in de periode voor 2019, zowel economisch (bbp) als wat betreft werkgelegenheid. Deze groei is echter minder dan in de andere drie grote steden. De Haagse economie groeit al meerdere decennia minder hard dan andere grote steden en zelfs dan Nederland gemiddeld. Vanuit historisch perspectief valt de achterblijvende groei van Den Haag te verklaren. Een belangrijke verklaring is, naast de sectorstructuur van de Haagse regio met veel overheid en zorg en relatief weinig hoogproductieve sectoren, de lage score op de vestigingsplaatsfactoren innovatieve clusters, kennisinfrastructuur en talent. Ook het gebrek aan ruimte is een terugkerend thema. Het verschil in groei wordt wel kleiner en het is sinds 2007 geleden dat Den Haag groeit in het tempo van de laatste jaren (vanaf 2019). De verklaringen voor de achterblijvende groei worden uitgelicht in Intermezzo 3: verder terugkijken op economische groei Den Haag. Net als andere grote steden kent Den Haag een beneden gemiddelde score op een groot aantal aspecten van Brede Welvaart Den Haag scoort net als veel andere grote steden goed op nabijheid van voorzieningen en werk. Den Haag behoort tot de top van Nederland op dit gebied. Het grote aanbod van werk en voorzieningen maakt Den Haag net als andere grote steden aantrekkelijk om te wonen. Tegelijkertijd is er ook een relatief grote groep die minder verdient en leeft in (relatieve) armoede. Dit verdeelde beeld is een algemeen kenmerk van grote steden. Het zijn ook plekken waar sociale problematiek samenklontert en waarin niet alleen hoogopgeleide kenniswerkers wonen maar ook mensen met een sociaaleconomische achterstand. Dit uit zich in relatief lage scores op arbeidsparticipatie, hoge werkloosheid, veel geregistreerde misdaden, een relatief hoge mate van ervaren onveiligheid en een lage ervaren gezondheid. Deze bevindingen zijn beschreven in Intermezzo 1: Brede Welvaart: stad van contrasten. Grote steden hebben agglomeratievoordelen, maar ook -nadelen De hoge concentratie aan inwoners en economische activiteit heeft ook een keerzijde. Den Haag scoort net als veel andere gemeenten relatief slecht op tevredenheid met de woonomgeving, milieukwaliteit en fijnstofemissies. Ook de hoeveelheid natuurgebied scoort laag, maar de nabijheid van kust en duingebied is positief. In 2023 nam de groei sterk af in Nederland er wordt een gematigde groei verwacht voor 2024 De verwachting is dat de economie in 2024 aantrekt. Raboresearch verwacht voor heel Nederland een groei van 0,7% in 2024. Dit komt vooral door een toename in consumentenbestedingen als gevolg van loonstijging en stabiliserende prijzen. De prognose is gematigd omdat Raboresearch verwacht dat we nog tot het laatste kwartaal van 2024 moeten wachten op renteverlagingen en de daaropvolgende bedrijfsinvesteringen grotendeels pas na 2024 een effect zullen sorteren. Ook de arbeidsmarktkrapte is een rem op de groei. Voor de regio Den Haag (agglomeratie ’s-Gravenhage) prognosticeert Raboresearch een groei van tussen de 0% en 0,5%.9 8 ATTRACTIEVE STAD Den Haag behoort tot de top van aantrekkelijke steden De voorzieningen, historische binnenstad en opties voor opleidingen en banen zijn sterke punten. De veiligheid, woonomgeving en bereikbaarheid zijn aandachtspunten. De combinatie van stad en strand blijven trekkers voor binnenlandse toeristen. In 2022 is ook het herstel van zakelijke overnachtingen en congressen ingezet. Dit zet door in 2023 maar is nog niet op het pre-corona niveau. Bevolkingsgroei door vestiging van migranten In een aantrekkelijke stad willen mensen graag (komen) wonen. In 2023 groeide de Haagse bevolking met 1,7 procent. De groei wordt voornamelijk gedreven door een vestigingsoverschot. In 2023 hebben zich 8.400 meer mensen gevestigd in Den Haag dan dat er vertrokken zijn. De prognose is dat de groei zich de komende jaren voortzet en dat de stad in 2027 haar grens van 600.000 Hagenaren passeert. In Intermezzo 2 komt naar voren dat arbeidsmigratie veelzijdig is. De komst van (arbeids)migranten heeft zowel positieve als negatieve gevolgen. Deze gevolgen zijn van belang in de beslissingen in welke richting de gemeente zich in de toekomst wil ontwikkelen. VEERKRACHTIGE STRUCTUUR Lage arbeidsproductiviteit in combinatie met krappe arbeidsmarkt punt van aandacht In Nederland is er bezorgdheid over de achterblijvende arbeidsproductiviteit en de verschuiving van hoogproductieve sectoren naar laagproductieve sectoren. In Den Haag blijft de arbeidsproductiviteit nog verder achter en ligt de groei van de productiviteit op een lager niveau. Deels omdat in de voor Den Haag belangrijkste sectoren overheid, onderwijs en zorg de productiviteit lager ligt en langzamer stijgt. Maar ook in andere sectoren blijft de productiviteit achter. Bij gelijkblijvende trends, zal dit leiden tot grotere verschillen in de toekomst. Ook geven ondernemers in de Haagse regio nog meer dan elders in Nederland aan last te hebben van de krappe arbeidsmarkt. Productiviteit is niet alleen belangrijk voor de concurrentiepositie van bedrijven en daarmee het verdienvermogen van de Haagse economie, maar is via de toepassing van technologie ook een medicijn tegen de hardnekkige arbeidsmarktkrapte: met minder arbeid meer waarde toevoegen. Het Haagse ecosysteem voor ondernemerschap ontwikkelt zich goed Op de Entrepreneurial ecosysteemindex is Den Haag met een positie gestegen naar plek 7. Den Haag scoort op veel factoren boven het Nederlands gemiddelde en meer specifiek hoog op verbondenheid van bedrijven in kennisnetwerken en ondernemerscultuur. Waar de stad lager scoort dan andere regio’s, is voornamelijk het investeren in nieuwe kennis. Er ontstaan relatief veel startups rond nieuwe activiteiten gerelateerd aan het overheid- en non-profit-cluster rond de stad van Vrede en Recht zoals cyberveiligheid, impacteconomie (“doing business doing good”) en recht. EXCELLENT ONDERNEMERSKLIMAAT Tekort aan personeel tempert stemming ondernemers Met de conjunctuurenquête Nederland wordt elk kwartaal de stemming onder ondernemers gemeten. Na een forse daling in 2022 herstelde het cijfer zich in 2023 voorzichtig maar is nog steeds ondergemiddeld. In de nieuwste cijfers verbeterde het sentiment vooral in de overige dienstverlening en bouwnijverheid. In de regio Den Haag ervaren de ondernemers meer dan in de andere grote steden een tekort aan passend personeel en dit speelt in vrijwel alle beroepsgroepen en sectoren. Andere belemmeringen voor Den Haag zijn een tekort aan grondstoffen, ook ervaren ze vaker problemen met financiering. Explosieve groei zzp'ers, bescheiden groei mkb en grootbedrijf Het aantal zzp’ers groeit sterk, het aantal verdubbelde in de afgelopen tien jaar. In de kleine bedrijven tot 10 werknemers neemt het aantal banen ook toe, maar met 3 procent in tien jaar is de groei bescheiden. Ook bij bedrijven met 10 tot 99 werknemers is er een bescheiden groei, het aantal banen neemt toe met 7 procent in de laatste tien jaar. Verduurzaming bij bedrijven stagneert, vooral bij kleine bedrijven De Nederlandse economie is op een schaal van 100%, voor circa 17,5% duurzaam te noemen (NEX index). De voortgang hierin stagneert de laatste jaren. Op slechts één van de zeven dimensies is er consequent groei: groene energie. De stagnatie is vooral pregnant ten aanzien van de circulaire transitie en transparantie van ketens. Bedrijven in de Haagse regio scoren gemiddeld ten opzichte van andere Nederlandse regio’s (NEX-T index). Vooral het kleinere MKB beschikt doorgaans over minder verandervermogen en investeringsruimte, waardoor het verschil in voortgang op duurzaamheid tussen grote en kleine bedrijven groeit. CO2-uitstoot en gasverbruik bij Haagse bedrijven neemt sterk af Het energieverbruik in de regio is in vergelijking met de andere drie grote steden aanzienlijk lager. Dit wordt met name door de sectorstructuur gedreven, waarbij de zware industrie in Den Haag relatief minder vertegenwoordigd is. In Den Haag is de CO2-uitstoot van bedrijven in de afgelopen jaren gehalveerd. Ook het gasverbruik is met de helft gedaald en het elektriciteitsverbruik is met een vijfde afgenomen. Het verbruik in woningen daalt ook, maar in een minder snel tempo. In het Intermezzo wordt een beeld geschetst van de ontwikkeling van het sociaal ondernemerschap in Den Haag. Er worden suggesties gedaan om de kansen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt via sociaal ondernemerschap te verbeteren, door opdrachten te verstrekken, ruimte beschikbaar te stellen, drempels te verlagen, buurtinitiatieven te omarmen en in kaart te brengen wat er is bereikt. 11 10 RUIMTE VOOR BEDRIJVEN Ruimte voor bedrijven neemt af Uit analyse van de gemeente Den Haag blijkt dat het aantal vierkante meters vloeroppervlak voor kantoren en bedrijven (niet-kantoren) daalt. In 2022 is het totale oppervlak respectievelijk 12 en 4 procent lager dan in 2015. In de laatste vijf jaar is de daling beperkt doordat de gemeente zeer terughoudend is met transformatie. In 2022 is in het Central Innovation District, dat met 32 procent van de kantoormeters al een belangrijke rol speelt, weer een toename van de kantoorruimte. Cushman & Wakefield concluderen dat de kantorenmarkt in Den Haag ‘zeer krap’ en het krapst is onder de 10 grootste kantoorsteden op Groningen na. Ook het aanbod aan bedrijfsruimte is laag. Overal in de stad en specifiek op bedrijventerreinen: 99 procent van de terreinen zijn al uitgegeven binnen het grondgebied van de stad. Minder winkels Het aantal fysieke winkels in Den Haag daalt in 2023 met 2,1 procent. Dat is in lijn met de landelijke ontwikkeling in de afgelopen 10 jaar waar fysieke winkels plaatsmaken voor onlinewinkels.
DOCUMENT
De energietransitie van fossiele naar duurzame energie krijgt brede maatschappelijk aandacht. Er zijn projecten voor het plaatsen van zonnepanelen en windturbines. Dit betreft zowel nationale projecten (zoals windparken op de Noordzee en de discussies over waterstof) als kleinere lokale projecten in huizen in woonwijken en bedrijfsgebouwen op bedrijventerreinen. Netcongestie is een recente ontwikkeling, wat betekent dat het elektriciteitsnet niet meer genoeg transportcapaciteit heeft om afspraken te kunnen maken voor nieuwe aansluitingen. Netcongestie beperkt de uitbreiding en vestiging van nieuwe bedrijven in sterke mate. De opschaling van de installatie van duurzame bronnen zoals zon- en windenergie wordt er door onmogelijk. Dit leidt tot een sterke vermindering van de toekomstige economische activiteiten en brengt het halen van duurzame-energiedoelstellingen in gevaar. Op korte termijn is volledig fysieke versterking van het net onmogelijk door gebrek aan mankracht en trage vergunningsprocedures. Een tussentijdse oplossing is het optimaal benutten van de netcapaciteit door de werkelijke vraag en aanbod te meten en beter op elkaar af te stemmen. In deze aanvraag stellen wij een onderzoeksaanpak voor om op lokaal bedrijventerreinenniveau deze sturing, vanuit een nauwe samenwerking tussen de netbeheerder, de parkorganisatie en de lokale (MKB) bedrijven op een bedrijvenpark, vorm te geven. Dit verkennend onderzoek begint met het in kaart te brengen van lokale (energie-)behoeftes en oplossingsmogelijkheden op laagspanningsniveau. Dit gebeurt door de informatie van slimme meters en de laagspanningstrafo’s momentaan uit te lezen en met AI de te verwachtte belasting te bepalen. Als bekend is wat de lokale regelmogelijkheden zijn, kan er met de bedrijven worden nagegaan hoe het huidige laagspanningsnet beter kan worden benut voorafgaand aan grote netverzwaring. Wij inventariseren hoe de opties en de voordelen voor de ondernemers op een begrijpelijke manier kunnen worden gepresenteerd, bijvoorbeeld met behulp van een dashboard.
Ultra-flexibele inzet van een getijcentrale, gericht op enerzijds de inkoop, opslag en verkoop van elektriciteit en anderzijds het voorkomen van overbelasting van het elektriciteitsnet. Dat is de kern van het project ‘Spelen met Stroom(ing)’. Het consortium - bestaande uit HZ University of Applied Sciences, BT Projects, Rijkswaterstaat, Enduris en Delta Energy BV aangevuld met turbinebouwers, energieproducenten, -distributeurs en drie kennisinstellingen, ontwikkelt nieuwe kennis en inzichten over de economische, technische en ecologische haalbaarheid van Spelen met Stroom(ing) (SmS)-getijcentrales in het Grevelingenmeer. Doel van het project is om de haalbaarheid van een SmS-getijcentrale te demonstreren, met als oogmerk maximalisatie van economische en ecologische winst alsook in de praktijk inzicht te verwerven in hoe verwachte neveneffecten op het gebied van ecologie (hydrologie, geo-morfologie en flora en fauna) kunnen worden geoptimaliseerd. Het project draagt bij aan de realisatie van een getijcentrale in de Flakkeese Spuisluis c.q. het Tidal Technology Center Grevelingendam (TC-GD) dat wordt gezien als een belangrijke pilot voor de getijcentrale Brouwersdam (> 2020) die naar verwachting duurzame energie produceert voor alle circa vijftigduizend huishoudens op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland. In fase 1 van het project wordt eerst op laboratoriumschaal en vervolgens in het TTC-GD onderzoek gedaan naar: (1) inzet van getijenergie voor peak shaving ter voorkoming van congestie in het elektriciteitsnet, (2) maximalisatie van winst door inkoop, opslag en verkoop van elektriciteit op de onbalansmarkt en (3) alle technische uitdagingen m.b.t. het uiterst snel (< 30 sec) kunnen schakelen van een getijcentrale. In fase 2 van het project wordt onderzoek gedaan naar de ecologische effecten (waterkwaliteit, kusterosie, flora en fauna) van een SmS-getijcentrale op en rondom het Grevelingenmeer alsook naar de turbines zelf met betrekking tot bio-fouling, tribologie en transiënten. Met het project willen de consortiumpartners een nieuw icoon van de Nederlandse deltatechnologie realiseren met regionale, landelijke én internationale uitstraling en exportkansen.
Belangrijke uitdagingen binnen de energietransitie zijn de beschikbaarheid van waterstof uit duurzame energiebronnen als alternatief voor fossiele brandstoffen en het voorkomen van congestie op het elektriciteitsnet door toenemende vraag naar en aanbod van elektriciteit. Decentrale productie, opslag en toepassing van waterstof biedt voor beide uitdagingen een oplossing, maar om dit te realiseren zijn innovaties en kennisontwikkeling nodig. In dit RAAK MKB project willen bedrijven en kennisinstellingen als partners van het groeiende netwerk rondom waterstof innovatiecentrum H2Hub Twente, expertise ontwikkelen voor realisatie van decentrale elektrolyse systemen. De betrokken bedrijven zijn zich aan het ontwikkelen om systeemoplossingen voor de markt van decentrale elektrolyse aan te kunnen bieden, maar hebben nog stappen te maken in de benodigde expertise hiervoor. De kloof die de bedrijven in dit project willen overbruggen: van theoretisch inzicht en expertise op deelaspecten naar expertise om goed werkende systemen te kunnen realiseren en begrip krijgen van mogelijkheden voor verbeteringen en innovaties. Om die reden wordt het project vorm gegeven rondom de ontwikkeling en bouw van een prototype elektrolyse systeem dat wordt geïntegreerd met de duurzame energievoorziening van H2Hub Twente. De ontwikkeling van elektrolyse systemen (maar ook toepassingen van waterstof) vraagt om expertise op alle opleidingsniveaus die nog weinig beschikbaar is. Door de energietransitie neemt de vraag naar deze expertise sterk toe. De kennisinstellingen zijn partner binnen de SPRONG “decentrale waterstof” en zij willen met dit project via praktijkgericht onderzoek expertise binnen de betrokken onderzoekgroepen verder opbouwen. Belangrijk hierin is het leerproces structuur en borging te geven waardoor dit kan doorwerken binnen het onderwijs richting studenten en bedrijfsmedewerkers. De resultaten van dit project worden gedeeld met het netwerk maar ook via bijeenkomsten van de topsector energie en lectorenplatform LEVE. De impact van dit project: expertiseopbouw voor realisatie van decentrale waterstofsystemen als stimulans voor regionale bedrijfsontwikkeling én energietransitie!