Purpose: Food waste occurs in every stage of the supply chain, but the value-added lost to waste is the highest when consumers waste food. The purpose of this paper is to understand the food waste behaviour of consumers to support policies for minimising food waste. Design/methodology/approach: Using the theory of planned behaviour (TPB) as a theoretical lens, the authors design a questionnaire that incorporates contextual factors to explain food waste behaviour. The authors test two models: base (four constructs of TPB) and extended (four constructs of TPB plus six contextual factors). The authors build partial least squares structural equation models to test the hypotheses. Findings: The data confirm significant relationships between food waste and contextual factors such as motives, financial attitudes, planning routines, food surplus, social relationships and Ramadan. Research limitations/implications: The data comes from an agriculturally resource-constrained country: Qatar. Practical implications: Food waste originating from various causes means more food should flow through the supply chains to reach consumers’ homes. Contextual factors identified in this work increase the explanatory power of the base model by 75 per cent. Social implications: Changing eating habits during certain periods of the year and food surplus have a strong impact on food waste behaviour. Originality/value: A country is considered to be food secure if it can provide its citizens with stable access to sufficient, safe and nutritious food. The findings and conclusions inform and impact upon the development of food waste and food security policies.
MULTIFILE
More and more information labels appear on the front of food packages, increasing the complexity of consumer decision-making and enhancing consumer scepticism toward food labels. It is important to evaluate the efficacy of information communicated to consumers. The experimental study among 209 Dutch consumers compared the effect of health and hedonic labels on consumer scepticism toward the labels and consumer responses to food products (apple juice and a chocolate cookie) under three presentation conditions (visual, visual-tactile and multisensory). The results demonstrated that consumers were more sceptical toward the hedonic label than toward the health label. The influence of consumer scepticism on product experience, product evaluation and purchase intention varied for different product categories. For a hedonic product (a chocolate cookie), the hedonic label had a more positive effect on consumer responses compared to the health label. The results also showed that the multisensory presentation reduced scepticism and enhanced product evaluation for the hedonic product compared to the visual and tactile presentations. The results suggest that multisensory experience may alter consumer scepticism toward food labels and thus product evaluation and consumer choice. Our findings can be useful for food manufacturers and policy makers in evaluating the efficacy of food labels and information presented on food packages.
LINK
Virtual Reality (VR) experience escapes allow individuals to spend hours on end in immersive virtual environments and interact with content in a world that is providing shelter and illusion of an alternative reality – the metaverse. Discussions on possible risks have largely remained limited to usability challenges, while only a few studies reflect on social, psychological and physical implications this immersive technology exposes and the considerations consumers and businesses need to take. This paper critically reviews literature on escapism to discuss issues in the design and employment of virtual reality consumer experience escapes. Key issues relating to VR experience escapes and resulting effects on consumer health and well-being are discussed, emphasizing needed consumer-centered research and design. Future considerations include (1) Self-indulgent escapism through VR consumer experiences, (2) Ethical considerations in the design of VR consumer experience escapes, and (3) Purposeful design of VR consumer experiences escapes. A sequential research agenda is presented that integrates antecedents of VR experience escapes that connect to three main future research streams; designing purpose-driven VR consumer experience escapes, complementing methodologies for VR consumer experience research, and meaningful VR consumer experience escapes.
The production of denim makes a significant contribution to the environmental impact of the textile industry. The use of mechanically recycled fibers is proven to lower this environmental impact. MUD jeans produce denim using a mixture of virgin and mechanically recycled fibers and has the goal to produce denim with 100% post-consumer textile by 2020. However, denim fabric with 100% mechanically recycled fibers has insufficient mechanical properties. The goal of this project is to investigate the possibilities to increase the content of recycled post-consumer textile fibers in denim products using innovative recycling process technologies.
Dit voorstel betreft een onderzoek naar de verschillen in zuiverheid tussen virgin kunststof en post-industrial en post-consumer kunststof-reststromen in relatie tot de inzet van deze materialen bij 3D printen. Thermoplastische kunststoffen zijn in theorie goed te recyclen en opnieuw te gebruiken, bijvoorbeeld in een 3D print proces. In de praktijk blijkt het echter een uitdaging om gerecycled filament te produceren dat geschikt is voor de huidige machine-eisen. De oorsprong van dit project ligt in de gedachte om niet het materiaal aan te passen aan de machine, maar de machine aan het materiaal en hierdoor het gebruik van kunststofrecyclaat in 3D-printen te vergroten. Alvorens dit te kunnen, is meer inzicht in de materiaaleigenschappen nodig. Het doel van dit project is dan ook om de verschillende samenstellingen van kunststof-reststromen in kaart te brengen en hoe dit zich vertaald in mechanische en esthetische kwaliteit ten opzichte van virgin materiaal en wat dit vraagt aan aanpassingen aan 3D printers om deze kunststof-reststromen te kunnen verwerken. Dit onderzoek is een eerste fase in een groter onderzoeksproject. Volgende fasen zullen zich toespitsen op het optimaliseren van productietechnieken voor het printen met gerecycled kunststof en het ontwikkelen van mogelijke toepassingen en bijbehorende circulaire business modellen. Aanleiding voor dit onderzoeksvoorstel is tweeledig. Enerzijds de ervaring van Cre8 dat 3D printen relatief veel kunststof restmateriaal oplevert in de vorm van mislukte prints, proefprints en prototypes met korte levensduur. Passend bij hun duurzame bedrijfsprofiel heeft Cre8 de behoefte om hun eigen reststroom en reststromen uit hun omgeving in te zetten in het productieproces. Anderzijds ziet Refilment zich geconfronteerd met de complexe samenhang tussen de samenstelling van kunststof-reststromen en zijn verwerkingsmogelijkheden (bijvoorbeeld extruder-diameter en verwerkingstemperatuur).
De technische en economische levensduur van auto’s verschilt. Een goed onderhouden auto met dieselmotor uit het bouwjaar 2000 kan technisch perfect functioneren. De economische levensduur van diezelfde auto is echter beperkt bij introductie van strenge milieuzones. Bij de introductie en verplichtstelling van geavanceerde rijtaakondersteunende systemen (ADAS) zien we iets soortgelijks. Hoewel de auto technisch gezien goed functioneert kunnen verouderde software, algorithmes en sensoren leiden tot een beperkte levensduur van de gehele auto. Voorbeelden: - Jeep gehackt: verouderde veiligheidsprotocollen in de software en hardware beperkten de economische levensduur. - Actieve Cruise Control: sensoren/radars van verouderde systemen leiden tot beperkte functionaliteit en gebruikersacceptatie. - Tesla: bij bestaande auto’s worden verouderde sensoren uitgeschakeld waardoor functies uitvallen. In 2019 heeft de EU een verplichting opgelegd aan automobielfabrikanten om 20 nieuwe ADAS in te bouwen in nieuw te ontwikkelen auto’s, ongeacht prijsklasse. De mate waarin deze ADAS de economische levensduur van de auto beperkt is echter nog onvoldoende onderzocht. In deze KIEM wordt dit onderzocht en wordt tevens de parallel getrokken met de mobiele telefonie; beide maken gebruik van moderne sensoren en software. We vergelijken ontwerpeisen van telefoons (levensduur van gemiddeld 2,5 jaar) met de eisen aan moderne ADAS met dezelfde sensoren (levensduur tot 20 jaar). De centrale vraag luidt daarom: Wat is de mogelijke impact van veroudering van ADAS op de economische levensduur van voertuigen en welke lessen kunnen we leren uit de onderliggende ontwerpprincipes van ADAS en Smartphones? De vraag wordt beantwoord door (i) literatuuronderzoek naar de veroudering van ADAS (ii) Interviews met ontwerpers van ADAS, leveranciers van retro-fit systemen en ontwerpers van mobiele telefoons en (iii) vergelijkend rij-onderzoek naar het functioneren van ADAS in auto’s van verschillende leeftijd en prijsklassen.