Children with Language Impairments (LI) have difficulties understanding and using language. Due to their language problems, LI children experience difficulties in communication in all aspects of life. They are at risk of behavioural problems, emotional and psychosocial difficulties, and they perform poorly in school. In the Dutch educational and therapeutic setting, the Dutch construct “communicatieve redzaamheid” (CR) is used to describe communication problems. CR can be loosely translated to English as communicative participation, competence or functioning. CR is used to describe the activity limitations and participation restrictions a LI child experiences. It determines whether a child is eligible for educational support. Also, the description of problems in CR is used to set treatment goals on the ICF component of participation. Consensus on what CR is and how it can be described is lacking. This hinders communication between professionals and parents about the child’s diagnosis and treatment. This study aims to reach consensus between professionals working with LI children and their parents about the construct and operationalization of CR, using a Delphi Study. This poster shows the first two steps of the conducted Delphi Study.
Background: Nurses play an important role in pharmaceutical care. They are involved in: detecting clinical change; communicating/discussing pharmacotherapy with patients, their advocates, and other healthcare professionals; proposing and implementing medication-related interventions; and ensuring follow-up of patients and medication regimens. To date, a framework of nurses' competences on knowledge, skills, and attitudes as to interprofessional pharmaceutical care tasks is missing. Objectives: To reach agreement with experts about nurses' competences for tasks in interprofessional pharmaceutical care. Methods: A two-phase study starting with a scoping review followed by five Delphi rounds was performed. Competences extracted from the literature were assessed by an expert panel on relevance by using the RAND/UCLA method. The experts (n = 22) involved were healthcare professionals, nurse researchers, and educators from 14 European countries with a specific interest in nurses' roles in interprofessional pharmaceutical care. Descriptive statistics supported the data analysis. Results: The expert panel reached consensus on the relevance of 60 competences for 22 nursing tasks. Forty-one competences were related to 15 generic nursing tasks and 33 competences were related to seven specific nursing tasks. Conclusions: This study resulted in a competence framework for competency-based nurse education. Future research should focus on imbedding these competences in nurse education. A structured instrument should be developed to assess students' readiness to achieve competence in interprofessional pharmaceutical care in clinical practice.
Amidst escalating environmental and social challenges, this study explores regenerative business models’ definition and characteristics. While sustainable models have made considerable strides in research, policy, and practice, the advent of regenerative business models offers a progressive leap forward. Regenerative business models aspire to contribute to ecological restoration and societal well-being. The regenerative business model concept is, however, still in its infancy and lacks a comprehensive definition. Our study aims to expand this knowledge, using a Delphi-inspired approach that builds on the knowledge of academic and business experts. Our approach includes three rounds of surveys: an open-ended survey, a survey for rating and ranking the earlier responses of all participants, and a final survey to select key characteristics. We investigate patterns and distinctions among regenerative, regenerative business, and regenerative business models, and analyze their positioning vis-a-vis circular and net-positive models. Findings underscore that organizations adopting regenerative business models focus on planetary health and societal well-being. They generate value across multiple stakeholder levels, including nature, societies, customers, suppliers, shareholders, and employees. Despite overlapping with circular and net-positive models, regenerative business models also emphasize interdependencies between humans and nature, and provide a more holistic approach, centered on restoration rather than mere mitigation.
Het project Early STATUS (Early Strategic Alerts for Turnaround of Small businesses) wil een instrument voor het vroegtijdig signaleren van stagnatie bij MKB bedrijven en een adviesmethode om de koers van deze bedrijven te wijzigen onderzoeken en testen. De vraagarticulatie bestond uit 26 interviews en 8 focusgroepen, in het kader van een KIEM subsidieproject. Uit het vooronderzoek komt naar voren dat het kleinere MKB, bedrijven met 10 tot 50 werknemers, kwetsbaar is voor verval: de waan van de dag regeert en er is weinig capaciteit om de bakens te verzetten. Dit is een structureel probleem en komt door de coronacrisis nijpender naar voren. Opvallend is dat accountants en bedrijfsadviseurs moeite hebben problemen tijdig te signaleren en te adresseren. In de wetenschappelijke literatuur is er weinig aandacht voor dit fenomeen. De vraagarticulatie heeft geleid naar de volgende behoefte: “een praktisch instrumentarium te gebruiken door mkb-ondernemers en hun adviseurs om strategische problemen vroegtijdig te signaleren en alle betrokkenen aan te zetten tot ingrijpen.” Het instrumentarium wordt ontwikkeld door een consortium dat bestaat uit 3 lectoren, 4 onderzoekers en 5 studenten van Hogeschool Rotterdam, aangevuld met een externe onderzoeker. Praktijkpartners zijn 2 accountantskantoren, 6 MKB adviesbureaus en accountancybrancheorganisatie SRA. De Universiteit van Leiden, Erasmus Universiteit Rotterdam en Montpellier Business School leveren academische experts. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: “in welke mate draagt een vroegsignaleringsinstrument dat wordt uitgezet via een accountantskantoor bij ondernemers en medewerkers en daaropvolgend een adviesmethode die wordt toegepast door mkb-adviseurs en accountants bij aan het vroeg signaleren en verder voorkomen van verval bij mkb-ondernemingen met 10-50 medewerkers?” Het instrumentarium wordt door het onderzoekconsortium ontwikkeld en vervolgens getest door accountants en mkb-adviseurs bij hun cliënten: maakt het vroegsignaleringsinstrument een eventuele strategische crisis voldoende tijdig duidelijk en stimuleert de adviesmethode de betrokkenen voldoende om daadwerkelijk in te grijpen?
Meestal is er geen specifieke oorzaak te vinden voor nekpijn. Fysiotherapie richt zich daarom op algemene zaken, zoals spierkracht en beweeglijkheid. We onderzoeken of er effectieve behandelingen zijn voor subgroepen met niet-specifieke nekpijn. Met deze inzichten kunnen we fysiotherapie verbeteren.Doel We willen inzicht krijgen in effectieve behandelingen bij subgroepen patiënten met niet-specifieke nekpijn. Dit leidt uiteindelijk tot kostenvermindering voor de maatschappij en een sneller en beter herstel van de patiënten. Resultaten Dit onderzoek loopt nog. Na afronding vind je hier een samenvatting van alle resultaten. Tot nu toe is duidelijk geworden dat de volgende behandelingen effectief kunnen zijn bij patiënten met niet-specifieke nekpijn: Behandelingen gericht op kracht en uithoudingsvermogen. Behandelingen gericht op coördinatie met gebruik van visuele feedback. Een voorbeeld hiervan is patiënten met een laserlamp een parcours laten uitvoeren op een scherm. De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in het bachelor- en masteronderwijs en cursussen binnen het werkveld. Looptijd 01 december 2015 - 01 december 2020 Aanpak Dit onderzoek bestaat uit verschillende delen: We onderzoeken wat er vanuit wetenschappelijk onderzoek al bekend is over de relatie tussen beperking in activiteit en een passende behandeling. We voeren een Delphi-studie uit onder deskundigen naar het behandelen van mensen met niet-specifieke nekpijn. We vragen ze naar een overeenstemming over de relatie tussen beperking in activiteit en een algemene behandeling, zoals het trainen van spierkracht. We onderzoeken of beweegoefeningen en/of manipulaties, als meest onderzochte behandelingen bij mensen met nekpijn, zo zijn beschreven dat we het kunnen hergebruiken. In de laatste studie onderzoeken we of beweegoefeningen en/of manipulaties effectief zijn in het herstellen van de beweeglijkheid. Het gaat hierbij om een subgroep van mensen met nekpijn die ook beperkt zijn in hun beweeglijkheid. Rapporten tot nu toe: The clinical reasoning process in randomized clinical trials with patients with non-specific neck pain is incomplete: A systematic review. Maissan F, Pool J, de Raaij E, Mollema J, Ostelo R, Wittink H. Musculoskelet Sci Pract. 2018 Jun;35:8-17 Clinical reasoning in unimodal interventions in patients with non-specific neck pain in daily physiotherapy practice, a Delphi study. Maissan F, Pool J, Stutterheim E, Wittink H, Ostelo R., Musculoskelet Sci Pract. 2018 Oct;37:8-16
Dit promotieonderzoek richt zich op gezondheidsvaardigheden bij kinderen van 9-12 jaar in Nederland in het kader van preventie en gezondheidsbevordering. Vanuit de samenleving, overheid en gezondheidszorg is er veel vraag naar meer inzicht in gezondheidsvaardigheden bij deze doelgroep. Gezondheidsvaardigheden zijn nodig om gezondheidsinformatie te kunnen vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen. Hierdoor kan iemand de juiste keuzes maken voor diens gezondheid of die van anderen, om zo gezond mogelijk te kunnen leven.Doel Het onderzoek heeft twee doelen: Inzicht krijgen in welke gezondheidsvaardigheden van toepassing zijn op kinderen in de leeftijd van 9-12 jaar; Het identificeren van potentieel succesvolle ingrediënten voor het aanleren van optimale gezondheidsvaardigheden bij kinderen. Resultaten Beoogde resultaten van het onderzoek zijn: Een overzicht van operationalisaties (uitwerkingen of beschrijvingen) van gezondheidsvaardigheden bij kinderen van 9-12 jaar; Welke gezondheidsvaardigheden belangrijk zijn bij kinderen van 9-12 jaar in Nederland; Inzicht in hoe kinderen deze gezondheidsvaardigheden aan kunnen leren. Looptijd 01 september 2019 - 31 december 2024 Aanpak Eerst is een scoping review uitgevoerd naar de operationalisatie van gezondheidsvaardigheden. Daarnaast is een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de begrijpelijkheid en toepasbaarheid van een Nederlands meetinstrument voor gezondheidsvaardigheden. Ook hebben focusgroepen plaatsgevonden met kinderen over wat zij verstaan onder gezondheidsvaardigheden. In een Delphi studie zal in twee fasen met nationale en internationele expert consensus worden bereikt over welke operationalisaties belangrijk zijn voor (Nederlandse) kinderen van 9-12 jaar. Als laatste wordt er een onderzoek uitgevoerd waarbij kinderen, ouders en scholen samenwerken om een plan te ontwikkelen waarmee kinderen op school gezondheidsvaardigheden leren en we deze kunnen meten. Begeleiding promotie Het promotieonderzoek wordt begeleid door promotor Prof. Dr. Mai Chin A Paw van VUmc en begeleidend Lector Katarina Jerković-Ćosić. Er wordt samengewerkt met verschillende lectoraten.