In 2017, BBC released a video revealing that Jodie Whittaker would be the actor to play the thirteenth Doctor in the 2018 season of Doctor Who (1963–), the popular BBC television series. The “reveal” that a woman had been cast in the role of the Doctor prompted an overwhelming backlash and fierce online discussion. The same period saw a number of popular films and series cast women as leads. The intense discussion that the reveal generated indicates that televisual representations of gender continue to matter greatly to viewers. The question is how? Fan comments posted below the reveal video on YouTube suggest that viewing publics are less engaged in a controversy over feminism than bewildered by gender categories becoming unstable. Notably, once the series aired, discussion about the Doctor’s gender died down. Seeing the Doctor addressed as “Ma’am,” it turned out, was not what upset viewers.
DOCUMENT
Geen samenvatting beschikbaar
DOCUMENT
The moment of casting is a crucial one in any media production. Casting the ‘right’ person shapes the narrative as much as the way in which the final product might be received by critics and audiences. For this article, casting—as the moment in which gender is hypervisible in its complex intersectional entanglement with class, race and sexuality—will be our gateway to exploring the dynamics of discussion of gender conventions and how we, as feminist scholars, might manoeuvre. To do so, we will test and triangulate three different forms of ethnographically inspired inquiry: 1) ‘collaborative autoethnography,’ to discuss male-to-female gender-bending comedies from the 1980s and 1990s, 2) ‘netnography’ of online discussions about the (potential) recasting of gendered legacy roles from Doctor Who to Mary Poppins, and 3) textual media analysis of content focusing on the casting of cisgender actors for transgender roles. Exploring the affordances and challenges of these three methods underlines the duty of care that is essential to feminist audience research. Moving across personal and anonymous, ‘real’ and ‘virtual,’ popular and professional discussion highlights how gender has been used and continues to be instrumentalised in lived audience experience and in audience research.
DOCUMENT
Wereldwijd worden mensen steeds ouder en het aandeel ouderen binnen de bevolking neemt toe. Dit leidt ook tot een toename van het aantal ouderen dat kwetsbaar is. Ondanks dat de term kwetsbaarheid, in het Engels ‘frailty’ genoemd, vaak gebruikt wordt, is er nog geen consensus over wat dit precies inhoudt. Onderzoekers en zorgprofessionals gebruiken diverse benaderingen met diverse, bijbehorende meetinstrumenten. Desondanks is men het er wel over eens dat kwetsbaarheid leidt tot negatieve gezondheidsuitkomsten. Onderzoek laat zien dat kwetsbare ouderen een verhoogd risico hebben op bijvoorbeeld overlijden, opname in een ziekenhuis en beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten (ADL). Om dit te voorkomen en mensen te ondersteunen of een behandeling aan te bieden, is het van belang dat we ouderen die kwetsbaar zijn goed kunnen identificeren. Op die manier worden mensen niet onterecht als kwetsbaar aangemerkt. Als namelijk de verkeerde groep mensen behandeld wordt zal het effect van een eventuele behandeling minimaal zijn en zullen de zorgkosten onnodig stijgen. Daarentegen zullen kwetsbare mensen die de zorg wel nodig hebben, deze wellicht niet ontvangen wanneer ze verkeerd gediagnostiseerd worden. De doelen van dit proefschrift zijn: (1) het verkrijgen van meer inzicht in de functionele profielen die behoren bij verschillende stadia van kwetsbaarheid; (2) het onderzoeken welke beschermende factoren het pad van kwetsbaarheid naar (verdere) negatieve gezondheidsuitkomsten kunnen beïnvloeden; en (3) het vergroten van de kennis van psychometrische eigenschappen van veelgebruikte vragenlijsten die kwetsbaarheid meten.
DOCUMENT
While research has shown the multiple benefits of single-bed patient rooms in hospitals, amongst which the experience of privacy and dignity, the majority of patient rooms in existing hospitals are shared. Transforming them into single-patient rooms can be time-consuming, costly or even impossible, which motivates this study looking into privacy in multiple-patient rooms. To share a hospital room, means to share sensitive information with total strangers. This may cause uncomfortable situations for both patients. Furthermore, the awareness of other ears in the room can withhold some patients from sharing important information during daily ward rounds The aim of this study was to investigate the acoustic effect and the acceptance of an adjustable sound masking system in a 4-bed patient room. The objective of the system is that when a doctor shares personal information with one patient, the other patients in the room are not able to understand the conversation.
LINK
William James stated: "Individuality outruns all classification, yet we insist on classifying every one we meet under some general label". It is argued that people classify to make sense of their world. By labelling (repeating) patterns, we learn to navigate through our world and through our lives. Often, classifying is more important for the person who classifies, than for the classified. This is all the more true if the classified cannot be clearly defined, as is the case in our subject. Only if a disorder can be established indisputably (for example, after infection with x disease y arises) the "benefits" are for both the person who classifies (who can earn a living, eg as a doctor, or pharmacist) and the person that is classified. In all other cases the "merits" of the classification are difficult to determine.
MULTIFILE
Praktische aanbevelingen op basis van bevindingen uit systematisch literatuuronderzoek bij de Covid-19 en vergelijkbare virusuitbraken en interviews met experts en ervaringsdeskundigen.
DOCUMENT
The studies in this thesis aim to increase understanding of the effects of various characteristics of scientific news about a common chronic disease, i.e., diabetes, on the cognitive responses (e.g., emotions, attitudes, intentions) of diabetes patients. The research questions presented in this thesis are guided by the Health Belief Model, a theoretical framework developed to explain and predict healthrelated behaviours based on an individual’s beliefs and attitudes. The model asserts that perceived barriers to a recommended health behavior, advantages of the behavior, self-efficacy in executing the behavior, and disease severity and personal susceptibility to the disease are important predictors of a health behavior. Communication is one of the cues to action (i.e., stimuli) that may trigger the decision-making process relating to accepting a medical or lifestyle recommendation.
DOCUMENT
Rational prescribing is essential for the quality of health care. However, many final-year medical students and junior doctors lack prescribing competence to perform this task. The availability of a list of medicines that a junior doctor working in Europe should be able to independently prescribe safely and effectively without supervision could support and harmonize teaching and training in clinical pharmacology and therapeutics (CPT) in Europe. Therefore, our aim was to achieve consensus on such a list of medicines that are widely accessible in Europe. For this, we used a modified Delphi study method consisting of three parts. In part one, we created an initial list based on a literature search. In part two, a group of 64 coordinators in CPT education, selected via the Network of Teachers in Pharmacotherapy of the European Association for Clinical Pharmacology and Therapeutics, evaluated the accessibility of each medicine in his or her country, and provided a diverse group of experts willing to participate in the Delphi part. In part three, 463 experts from 24 European countries were invited to participate in a 2-round Delphi study. In total, 187 experts (40%) from 24 countries completed both rounds and evaluated 416 medicines, 98 of which were included in the final list. The top three Anatomical Therapeutic Chemical code groups were (1) cardiovascular system (n = 23), (2) anti-infective (n = 21), and (3) musculoskeletal system (n = 11). This European List of Key Medicines for Medical Education could be a starting point for country-specific lists and could be used for the training and assessment of CPT.
DOCUMENT
Wat hebben we onderzocht?: Hoop en positief denken zijn begrippen die in het dagelijks taalgebruik van mensen met kanker veelvuldig worden gebruikt. Dit proefschrift wil bijdragen aan meer kennis over en inzicht op het gebied van hoop en positief denken bij mensen met kanker in verschillende stadia van de ziekte én vanuit het perspectief van hulpverleners. Onderzoeksvragen van dit proefschrift waren: 1) Wat is de betekenis van hoop voor mensen met kanker die ongeneeslijk ziek zijn? 2) Hoe gaan hulpverleners om met mensen met kanker die ongeneeslijk ziek zijn en hopen op zo lang mogelijk leven? 3) Welke factoren worden geassocieerd met hoop bij mensen met kanker die bezig zijn met behandelingen? 4) Welke betekenis heeft positief denken voor mensen met kanker die met curatieve opzet (genezend) worden behandeld. We zochten antwoorden op deze vragen door de ervaringen van mensen met kanker en hulpverleners centraal te plaatsen in de studies van dit proefschrift. Resultaten: Betekenis van hoop bij mensen met kanker die ongeneeslijk ziek zijn: Hopen wordt ervaren als stress reducerend en wordt gezien als noodzakelijk om te kunnen omgaan met hun situatie. Hopen geeft mensen met kanker veerkracht en maakt dat ze kunnen genieten in het heden. De sterkte van de hoop wordt vooral bepaald door het belang van het object waarop ze hopen, bijvoorbeeld het willen zien opgroeien van de kinderen. De sterkte van de hoop wordt nauwelijks bepaald door de kans om het doel daadwerkelijk te kunnen bereiken. Hopen geeft energie, maar kost ook energie. Mensen putten hoop uit verschillende bronnen, zoals positieve berichten van artsen. Als mensen de hoop niet uit krachtige bronnen kunnen putten, creëren mensen deze hoop zelf. Mensen gebruiken verschillende strategieën om hoop te creëren, zoals onder andere deel te nemen aan behandelingen en door vertrouwen in hun artsen te hebben. De hoop wordt bedreigd als de mogelijkheid op een negatieve uitkomst groter wordt. Het proces van het koesteren, voeden van de hoop en het verdedigen van de hoop, wanneer deze wordt bedreigd hebben we ‘the work of hope’ genoemd. Ervaringen van hulpverleners in het omgaan met ongeneeslijke zieke mensen met kanker: Onze studie laat zien dat de moeilijkheden die hulpverleners ervaren in het omgaan met hoopvolle palliatieve patiënten gebaseerd lijken te zijn op normatieve ideeën. Deze normatieve ideeën lijken gebaseerd te zijn op een gemeenschappelijk concept: een goede dood. Voor deze hulpverleners is een goede dood gebaseerd op goed afscheid kunnen nemen van hun dierbaren, zodat zij verder met hun leven kunnen. Goed afscheid kunnen nemen betekent dat de waarheid aanvaard dient te worden en dat men daarin berust. Hulpverleners zien het als hun professionele rol om patiënten te begeleiden naar de aanvaarding, berusting van het naderende einde. Hierdoor is de zorg niet altijd afgestemd op de wensen en behoeften van de patiënten. Literatuuronderzoek naar factoren geassocieerd met hoop gedurende behandelingen: Hoop is positief geassocieerd met kwaliteit van leven, sociale steun, spiritueel en existentieel welbevinden. Hoop is negatief geassocieerd met symptoomlast, psychologische distress en depressie. Geen relatie werd aangetoond tussen hoop, demografische en klinische factoren, zoals bijvoorbeeld leeftijd, geslacht en fase van de ziekte. De rol tussen hoop en angst is onduidelijk gebleven. Deze resultaten laten ons zien dat externe factoren (zoals demografische en klinische factoren) niet geassocieerd zijn met hoop. Terwijl intrinsieke factoren, wat wil zeggen factoren die worden ervaren en vastgesteld door patiënten zelf, zoals kwaliteit van leven, symptoomlast, psychologische distress en sociale steun wel geassocieerd zijn met hoop. Hoop lijkt veel meer een cognitief proces te zijn van een persoon, en gestuurd wordt door welke betekenis mensen toekennen aan factoren, dan dat deze van buitenaf wordt beïnvloed. Betekenis van positief denken bij mensen die met curatieve opzet (genezend) worden behandeld: Bij mensen met kanker die met curatieve opzet (genezend) zijn of worden behandeld blijkt niet hoop maar positief denken het centrale concept te zijn. Positief denken wil voor hen zeggen, leven alsof genezing een zekerheid is. Positief denken blijkt een manier te zijn om om te kunnen gaan met de onzekere toekomst. Mensen vinden dat ze positief moeten denken. Door positief te denken lukt het mensen om van het leven te kunnen genieten. Op deze manier kunnen ze ook de negatieve gedachten, die vaak aanwezig zijn, tijdelijk parkeren. Door dit tijdelijk parkeren van negatieve gedachten kan de stress gereduceerd worden en dit geeft ruimte om te leven. Dit leven kan dan op een meer betekenisvolle manier worden ingevuld. De mate waarin er inspanningen geleverd moeten worden om positief te denken kan per individu verschillen. Relatie hoop positief denken: Hoop en positief denken zijn afzonderlijke concepten, die dicht bij elkaar liggen en elkaar deels overlappen. Positief denken verschilt van hoop in de houding die mensen met kanker aannemen ten opzichte van de werkelijkheid. Positief denken wil zeggen dat mensen een negatieve afloop onwaarschijnlijk achten. Bij hoop is, in de ogen van wie hoopt, het bestaan van een negatieve afloop niet uit te sluiten maar daarom niet minder ongewenst. Hoop is er als een negatieve uitkomst ook mogelijk is, en tegen deze mogelijkheid willen mensen zich verzetten. Door te hopen zetten ze deze mogelijkheid als het ware achter een tochtscherm. In de curatieve fase brengt hoop geen rust wat ze met positief denken wel kunnen bewerkstelligen. Voor mensen in de curatieve fase levert hoop hen te weinig op. Hoop veronderstelt meer onzekerheid dan ze kunnen verdragen. Bij positief denken zegt men: “ik ga er vanuit dat het goed zal komen”, Bij hoop zegt men: “het kan ook goed komen”. Bij zowel hoop als positief denken gaat het over ‘iets’ wat ondraaglijk is, maar dat ‘iets’ is voor beide groepen wel iets anders. Aanbevelingen? Implicaties en aanbevelingen voor de praktijk: Het uitgangspunt voor de zorg van mensen met kanker zou moeten zijn om mensen te ondersteunen en helpen om te gaan met de uitdagingen waar ze voor staan. Een manier om zorg te bieden die afgestemd is op de wensen en behoeften van mensen met kanker, vereist in de eerste plaats dat hulpverleners weten wat deze wensen en behoeften zijn. Eenvoudige vragen als: “Wat is voor u belangrijk?” of “wat is, op dit moment, voor u belangrijk?” kunnen hierbij ondersteunend zijn. Patiënten voelen zich ondersteund als ze mogen hopen. Dat de hoop er mag zijn, ook als hetgeen waarop ze hopen, in de ogen van hulpverleners onrealistisch kan zijn. Patiënten waarderen eerlijkheid over de medische feiten die hulpverleners met hen bespreken. Deze eerlijke informatie hebben patiënten ook nodig. Ze willen immers geen valse hoop, patiënten willen weten hoe ze ervoor staan, alleen wel gecommuniceerd op een manier dat mensen hoop kunnen behouden. Hulpverleners kunnen hoop als hoop bevestigen door te zeggen: “Dat hoop ik ook, voor u”. Een helpende benadering zou kunnen zijn dat hulpverleners goed luisteren naar mensen met kanker met oprechte interesse. Door proberen te begrijpen wat mensen zeggen en daar hun boodschappen weer op af te stemmen, met eerbied voor de ambivalenties. Een persoonsgerichte benadering kan hierbij ondersteunend zijn. Implicaties voor onderwijs: Wat het onderwijs betreft, geldt dat hoop en positief denken bij mensen met kanker, of bij mensen met een (mogelijk of waarschijnlijke) ongunstige prognose in het algemeen, een thema moet zijn dat voldoende aandacht krijgt in de opleiding. Dat geldt voor de basisopleiding, maar al helemaal voor nascholingen aan zorgverleners en vrijwilligers werkzaam in de oncologische en palliatieve zorg. Eerlijke informatie geven, of eerlijk op uitspraken van patiënten reageren, en hoop niet wegnemen waar patiënten die koesteren, is niet vanzelfsprekend. Er is meer voor nodig dan vuistregels of communicatietechnieken. Onze ervaring met scholing in deze materie heeft ons geleerd dat positieve leereffecten bereikt kunnen worden door o.a. gebruik te maken van lesvormen waarin bestaande casuïstiek besproken kan worden en waarin de zorgverleners of vrijwilligers met elkaar in kleine groepjes kunnen discussiëren over deze casussen. In ziekenhuizen of andere zorginstellingen kan het ook helpen om deze thematiek te bespreken tijdens de patiëntenbespreking/ het multidisciplinair overleg of moreel beraad. Aanbevelingen voor verder onderzoek: In onze studies hebben we een aanzet gedaan om de relatie tussen de concepten hoop en positief te beschrijven, meer onderzoek naar de overeenkomsten en verschillen tussen beide concepten kan bijdragen aan een verdere conceptuele helderheid. Meer onderzoek kan ook gedaan worden naar de betekenis van hoop en positief denken bij specifieke groepen, zoals bijvoorbeeld naasten, mensen met een migratie achtergrond of bij mensen met kanker die ongeneeslijk ziek zijn en daar langdurig (10-15 jaar) mee (moeten) leven.
DOCUMENT