Het doel van SteenGoed is om beleidsmakers, eigenaren en beheerders rondom de Gelderse hoogwatervrije terreinen handelingsperspectieven te bieden om afgewogen keuzes te maken omtrent (her)ontwikkeling van deze terreinen op korte, middellange en lange termijn. Hierbij wordt een integrale aanpak gehanteerd voor hoogwaterveiligheid, natuurwaarde, economische perspectieven en cultuurhistorie, met als resultaat een breed gedragen ontwikkelstrategie, versterkt met representatieve pilotstudies inclusief business cases die als voorbeeld en inspiratie dienen voor de overige terreinen. Daarnaast heeft dit project als doel om toegevoegde waarde en beperkingen van verschillende beslistools (serious games, interactieve dashboards) in verschillende fasen van strategievorming en planning voor een dergelijke integrale aanpak te evalueren. Hiermee wordt duidelijk hoe dergelijke tools op effectieve wijze toegepast kunnen worden bij andere complexe besluitvormingstrajecten in het rivierbeheer. Ook zullen we de toepasbaarheid in het onderwijs testen en verder ontwikkelen.
Geschiedenis en ontwerp onderzoekt de vele mogelijkheden die er zijn om cultureel erfgoed te betrekken in plannen en ontwerpen voor de toekomst. Niet alles hoeft noodzakelijkerwijs te worden bewaard, geïnventariseerd of op monumentenlijsten geplaatst. In sommige gevallen kan sloop juist een bevrijding zijn. Om een gewetensvolle omgang met erfgoed te verankeren in de ruimtelijke inrichting is allereerst een toegankelijke kennisinfrastructuur van groot belang. Daarnaast is een praktische 'gereedschapskist' nodig voor de omgang met erfgoed in de planvorming, het ruimtelijk ontwerp en het erfgoedbeleid. Een dergelijk fundament - in dit handboek geschraagd door beschouwingen van 25 deskundige auteurs van uiteenlopende universiteiten - biedt inzicht in de mogelijkheden om in transformatieopgaven draden te spannen tussen verleden en toekomst, tussen geschiedenis en ontwerp. Dat is een avontuurlijke onderneming, waarbij wetenschap, erfgoed en ruimtelijke ordening niet zonder elkaar kunnen.
‘Renovaties en herbestemming van gebouwen kunnen veel slimmer worden uitgevoerd’ is de stelling van bedrijven die hierbij betrokken zijn. De gangbare transformatie is vaak ingrijpend, irreversibel en gaat met (zeer) veel materiaalgebruik gepaard. Dit maakt het transformeren van gebouwen duur en tijdrovend en het heeft een onnodig grote milieu-impact. De bedrijven willen daarom onderzoeken of met textiel tot andere, lichtere en meer flexibelere oplossingen gekomen kan worden. Textiel heeft in het verleden in verschillende toepassingen bewezen waarde toe te kunnen voegen aan gebouwen, door constructies te versterken (tentdoek), gebouwprestaties te verbeteren (isolatiewaarde, akoestiek) en de belevingswaarde te vergroten (visueel, vorm). Die potentie van textiel voor gebouwverbetering gaan we benutten in de vraag naar goedkope en snelle transformatie van vastgoed. Textiel is licht van gewicht, makkelijk te vormen, sterk, isolerend, vochtregulerend en kan goed voorzien worden van extra functies. Met name in gebieden met aardbevingsgevaar en gebieden met een (tijdelijke) vraag naar flexibele indeling van ruimtes kan textiel een belangrijke bouwwaarde hebben. De doelstelling van het project is om binnen een periode van twee jaar te komen tot vier toepasbare prototypes voor: 1. het constructief versterken van bestaande buitenmuren met textiel, 2. en het realiseren van flexibele binnenmuren met gebruik van textiel Dit doel wordt bereikt door onderzoek dat zich richt op de volgende onderzoeksvraag Hoe kan bij de transformatie van gebouwen textiel worden benut voor het versterken van buitenmuren en de constructie van lichte, flexibele binnenmuren. De Hanzehogeschool Groningen, Saxion, textiel- en bouwbedrijven gaan, samen met architecten en beheerders van vastgoed, deze uitdaging aan. De vier prototypes die tot stand komen kunnen door de betrokken MKB’ers verder ontwikkeld worden tot producten die in de markt gezet kunnen worden. Daarnaast bieden de prototypes casuïstiek voor opleidingen in textiel en bouwkunde.
Verduurzaming van de chemische en landbouwsector is essentieel om klimaat- en circulaire doelstellingen te halen. Eén van de mogelijkheden om de chemische sector te vergroenen is om hernieuwbare grondstoffen als ‘feedstock’ voor productie te gebruiken. Biopolymeren die gemaakt worden uit hernieuwbare grondstoffen zijn een interessant groen alternatief voor fossiele plastics. Een veelbelovende groep ‘biobased plastics’ zijn polyhydroxyalkanoaten (PHA). PHAs worden door micro-organismen geproduceerd en kunnen verschillende samenstellingen hebben die de eigenschappen van dit materiaal beïnvloeden. Hierdoor zijn PHA's, blends van PHA en andere biobased materialen voor vele toepassingen geschikt te maken en derhalve een serieuze uitdager van fossiele plastics. Zodra deze biobased producten aan het einde van hun gebruikersfase komen, of als single-use materiaal in bijvoorbeeld de agrarische sector worden toegepast, is het belangrijk naast de mogelijkheden voor hergebruik en recycling inzicht te hebben in de snelheid en volledigheid van de biologische afbraak. In het voorgestelde KIEM-onderzoek wordt biologische afbraak middels industriële en kleinschalige compostering en in natuurlijke milieus bepaald. Onder verschillende omstandigheden, zoals in mariene, estuariene en zoetwatermilieus, en in verschillende bodemtypen zoals zand, klei en veenbodems wordt vastgesteld of effectieve afbraak plaatsvindt. Afbraak tot bouwstenen voor nieuwe polymeren of volledige mineralisatie, de snelheid daarvan en of mogelijk sprake is van vorming van microplastics wordt onderzocht. Stimuleren van biologische afbraak door bio-augmentatie wordt eveneens onderzocht. Een succesvol project draagt bij aan het verbeteren van de business case van zowel producenten van biobased polymeren (Paques Biomaterials) als van de maakindustrie die producten maken van deze groene ‘plastics’ (Maan Biobased Products; Happy Cups). Het projectresultaat geeft aanwijzingen over de impact die het onvermijdelijke PHA--zwerfafval zal hebben op het milieu en hoe deze impact zich verhoudt tot die van fossiel-gebaseerd zwerfplastic. Daarnaast vormt dit project ook de basis voor een nieuwe business case voor gecontroleerde end-of-life verwerkingsmethodieken.
Industrie Park Kleefse Waard (IPKW) is een bedrijventerrein met één eigenaar en heeft de ambitie het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland te zijn. Daarvoor werft en faciliteert IPKW - als cleantech campus - bedrijven met dezelfde ambities, die in samenhang een cleantech community kunnen vormen. En werken IPKW en de daar gevestigde ondernemers binnen de Triple Helix intensief samen met de Gemeente Arnhem en de HAN. In dat kader zijn ook reeds concrete living lab situaties op IPKW gerealiseerd. Een belangrijk verduurzamingsthema, ook voor IPKW, betreft het management van reststromen, gericht op het reduceren en uiteindelijk voorkomen van afval. Nadat de eerste helft van 2018 binnen IPKW een vooronderzoek is uitgevoerd naar soorten en hoeveelheden afval- en reststromen, zal in het kader van onderhavige aanvraag vervolgens een geselecteerde afval-/reststroom worden onderzocht op de mogelijkheden hiervoor een herbestemming te vinden op basis van een gezonde businesscase. De resultaten van het pilotproject kunnen als volgt worden samengevat: - directe reductie van afval-/reststroom: door het bevorderen van deze stroom tot nieuwe grondstoffen voor afnemers op of buiten IPKW; - een roadmap gericht op reductie van afval-/reststromen: door proefondervindelijke uitvoering en vastlegging van de uitvoeringstappen het ontwikkelen van een prototype roadmap met een beschrijving van de te nemen stappen, verantwoordelijke partijen, benodigde instrumenten en opzet voor het verdienmodel; - bijdrage aan Nederland Circulair in provincie Gelderland en voor geïnteresseerde partijen: naast de roadmap zullen ook de ervaringen, omstandigheden en voorwaarden om tot de gewenste resultaten te komen worden beschreven, zodanig, dat de roadmap overdraagbaar is en ingezet kan worden op andere bedrijventerreinen die gekenmerkt worden door omvangrijke afval- en reststromen. - de resultaten zullen presentabel en beschikbaar zijn voor geïnteresseerde partijen.