Uit artikel: "Technologische ontwikkelingen gaan snel en hebben grote impact op maatschappij en bedrijven. Ze hebben invloed op het werk van de architect. Is de huidige architect klaar voor deze nieuwe wereld? Een survey die recent is gehouden door het lectoraat Architectuur van Digitale Informatiesystemen van de Hogeschool Utrecht levert een aantal interessante inzichten op in relatie tot de nieuwe paradigma’s."
In dit boek vindt u een beknopte weergave van de ideeën en plannen behorende bij de eerste twee lectoraten van het Kenniscentrum voor Procesinnovatie. In het eerste deel behandelt lector Extended Enterprise Studies Johan Versendaal het concept van de extended enterprise en belangrijke aandachtsgebieden daarbij zoals inkoopvolwassenheid, procesdenken, en e-business ontwikkelingen. Het succes van een extended enterprise is voor een groot deel afhankelijk van de kwaliteit van de architectuur en architecten die de bedrijfsvoering ondersteunen. Dit is dan ook het thema van het tweede deel van dit boek. Hierin neemt lector Architectuur voor Digitale Informatiesystemen Wiebe Wiersema u mee op een tocht die gaat van de opkomst van architectuur tot de knelpunten die zich voordoen binnen het hedendaagse informaticaonderwijs
"De leiding van organisaties moet sturen om de voorspelde opbrengsten uit ICT te realiseren." en " De leiding van de organisatie moet hierbij opties hebben.". In één zin de reden om gestructureerd met portfolio's te werken en in één zin de kans, die het actief en systematisch werken met portfoliomanagement onze organisaties biedt. Dit boekje gaat over dit portfoliomanagement. Het is de weerslag van een onderzoek gedaan onder auspiciën van de kenniskring portfoliomanagement van het lectoraat ICT governance van Fontys hoge-school, school voor ICT.
Door COVID-19 crisis zijn er extra uitdagingen om de verdere doorontwikkeling van het praktijkgerichte onderzoek en de onderliggende infrastructuur en professionalisering kwalitatief en kwantitatief te realiseren. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) zet de IMPULS 2020 middelen in om de rol van het praktijkgericht onderzoek hierin te bestendigen en versterken. Het betreft een academie overstijgende aanvraag. Het beschikbare budget vanuit de regeling bedraagt 550.000 euro en zal in 2021 via twee lijnen worden ingezet: 1. Netwerk- en visievorming Dit richt zich op de versterking van de strategische netwerkvorming en samenhang overstijgend aan de zwaartepunten als focus gebieden voor de samenwerking onderwijs, onderzoek en werkveld (deels is hier aandacht voor de ontwikkeling en samenwerking bij regelingen als SPRONG of MMIP). Dit moet leiden tot het ontwikkelen van een meerjarige roadmap SLIM, SCHOON & SOCIAAL (S3). De regie ligt bij dit deel bij het zwaartepunt management. (Sustainable Energy & Environment (SEE), Smart Region en Health). 2. Professionalisering onderzoeksondersteuning Dit gedeelte betreft het vervolg op het project professionalisering onderzoeksondersteuning en richt zich (in lijn met het nationale project DCC) op de doorontwikkeling van: datastewardship, FAIR data & open access, ICT kennisinfrastructuur en communicatie rondom onderzoek en ondersteuning, verdere ontwikkeling van een Open Science Platform en voorbereiding op een HAN Open Access Fonds. Dit deel zal vanuit Services Onderwijs, Onderzoek en Kwaliteitszorg gecoördineerd worden. Middels deze inzet geeft de HAN een extra stimulans aan de strategische samenwerking en de verdere ontwikkeling van een consistente en herkenbare onderzoeksprogrammering en -ondersteuning.
Veranderingen in de langdurige zorg (WLZ) dwingen zorginstellingen om steeds markt- en klantgerichter te werken. Dit is duidelijk iets waar zorginstellingen nog relatief weinig ervaring mee hebben. Het vroegtijdig lokaliseren van een zorgbehoefte en het van daaruit begeleiden van cliënten door de verschillende fasen van het zorgproces vraagt om een andere werkwijze en een andere inrichting van processen. ICT en marketingtechnieken kunnen hierbij ingezet worden om deze processen te optimaliseren. Omdat meerdere zorginstellingen tegen deze problematiek aanlopen, heeft een aantal partijen besloten om vanuit een samenwerking te onderzoeken hoe deze klantprocessen er op dit moment uitzien en waar met hulp van ICT, verbeteringen zijn te realiseren. Om de innovatiekracht te optimaliseren wordt ingezet op op cocreatie met een breed scala van professionals die werkzaam zijn in de zorg. Het project heeft de voorlopige werknaam MALZ (Marketing Langdurige Zorg) meegekregen. Om de problematiek nog beter in kaart te brengen, is besloten een KIEM subsidieaanvraag te doen voor een vooronderzoek. Het vooronderzoek moet medio 2019 resulteren in een nadere probleemanalyse, een scherpe onderzoeksvraag en een onderzoeksplan, zodat in zomer 2019 een aanvraag kan worden ingediend voor een RAAK-subsidie.
Our country contains a very dense and challenging transport and mobility system. National research agendas and roadmaps of multiple sectors such as HTSM, Logistics and Agri&food, promote vehicle automation as a means to increase transport safety and efficiency. SMEs applying vehicle automation require compliance to application/sector specific standards and legislation. A key aspect is the safety of the automated vehicle within its design domain, to be proven by manufacturers and assessed by authorities. The various standards and procedures show many similarities but also lead to significant differences in application experience and available safety related solutions. For example: Industrial AGVs (Automated Guided Vehicles) have been around for many years, while autonomous road vehicles are only found in limited testing environments and pilots. Companies are confronted with an increasing need to cover multiple application environments, such restricted areas and public roads, leading to complex technical choices and parallel certification/homologation procedures. SafeCLAI addresses this challenge by developing a framework for a generic safety layer in the control of autonomous vehicles that can be re-used in different applications across sectors. This is done by extensive consolidation and application of cross-sectoral knowledge and experience – including analysis of related standards and procedures. The framework promises shorter development times and enables more efficient assessment procedures. SafeCLAI will focus on low-speed applications since they are most wanted and technically best feasible. Nevertheless, higher speed aspects will be considered to allow for future extension. SafeCLAI will practically validate (parts) of the foreseen safety layer and publish the foreseen framework as a baseline for future R&D, allowing coverage of broader design domains. SafeCLAI will disseminate the results in the Dutch arena of autonomous vehicle development and application, and also integrate the project learnings into educational modules.