"In Rotterdam staat het streven naar gelijke onderwijskansen voor alle kinderen hoog op de agenda. De kansenongelijkheid in het onderwijs groeit en daar wil de gemeente iets tegen doen, samen met onderwijsinstellingen en ouders. De aanpak richt zich onder meer op kwaliteit en toegankelijkheid van onderwijs. De gemeente wil in het onderwijs kansengelijkheid bevorderen en segregatie verminderen. Daarom verdient het nader onderzoek hoe aanmelden en inschrijven op basisscholen verloopt, aldus de gemeente. In 2022 kreeg het Kenniscentrum Gemengde Scholen de opdracht van de gemeente voor een onderzoek naar bovengenoemde vragen over de toegang tot basisscholen in Rotterdam. Dit onderzoek is kwalitatief van aard en gericht op zowel het beleid als de praktijk van het proces van aanmelden, toelaten, inschrijven en plaatsen van leerlingen. Het doel is om te achterhalen of alle ouders in de praktijk dezelfde kansen hebben om hun kind op de school van hun voorkeur geplaatst te krijgen. Zo’n gelijk speelveld draagt bij aan de kansengelijkheid voor alle kinderen en kan, in combinatie met specifieke voorrangsregels, ook de segregatie verminderen."
Op verzoek van de gemeenteraad en in opdracht van de wethouder is onderzocht hoe het beleid en de praktijk van aanmelden en toelaten eruit ziet bij basisscholen in Utrecht. Is er daarbij sprake van een gelijk speelveld voor ouders? Onze bevindingen over het geformuleerde beleid leiden tot de volgende conclusies. De eerste conclusie is dat er geen sprake is van een gelijk speelveld voor ouders bij de wettelijke inschrijving van hun kind op driejarige leeftijd. De reden hiervoor is dat er met vooraanmeldingen gewerkt wordt die automatisch leiden tot toelating. De tweede conclusie is dat grofweg 9 van de 10 scholen hun website kunnen verbeteren ten aanzien van goede en heldere informatie over hun toelatingsbeleid. Wij achten de situatie rond het beleid zorgelijk, onder meer vanwege de effecten op kansengelijkheid.
In dit boekje worden de resultaten van het NRO Comeniusproject "Gelijke kansen door meertalige pabo's" (2018-2021) gepresenteerd. In dit project wordt de toegankelijkheid van de pabo voor nieuwkomers bevorderd door een schakelklas van mbo naar hbo. In de didactiek en het opleidingsonderwijs wordt de rol van de thuistalen bij het leren ontwikkeld, zoals beschreven in het rapport ‘Ruimte voor nieuwe talenten’ (2017). Docenten én studenten gaan samenwerken om de gelijke kansen van studenten die ondervertegenwoordigde talen spreken, te bevorderen.
Hoewel duidelijk is dat als jongeren ouder worden ze vaker hun eigen voedselkeuzes maken, weten we weinig over hoe jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 20 dat doen, welke rol gezondheid en duurzaamheid daarbij spelen, en hoe jongeren te bewegen zijn tot gezonder en duurzamer voedsel. Dat is daarom de focus van dit onderzoek. Daarbij richten we ons specifiek op plantaardig voedsel omdat dat één van de beste en duidelijkste manieren is om gezondheid en duurzaamheid te verenigen. In de loop der jaren zijn verschillende interventies bedacht en uitgevoerd om jongeren gezonder te laten eten. Die interventies vinden vaak plaats op scholen omdat dat settingen zijn met een relatief afgebakende fysieke en sociale voedselomgeving. Wel mist kennis over gedrag en interventiemogelijkheden gedurende de hele dag (ook buiten schooltijd). Ook weten we niet welke interventies jongeren zelf interessant, nuttig en/of veelbelovend vinden. Voor deze aanvraag richten wij ons specifiek op mbo-studenten, omdat deze groep niet alleen goed overeenkomt met de doelgroep van 16 tot en met 20 jaar oud, maar ook minder in beeld is en slechter bereikt wordt dan bijvoorbeeld middelbare scholieren en studenten aan hbo of wo instellingen. Doel van dit project is om, in co-creatie met jongeren (16-20 jaar, mbo student), hun voedselkeuzegedrag te onderzoeken en interventies te ontwerpen die op deze doelgroep aansluiten en plantaardig voedselkeuzegedrag stimuleren. We maken gebruik van de expertise van 7 deelnemende hogescholen - zoals psychologie, actieonderzoek, design thinking en challenge-based learning - om het gedrag van mbo-studenten van 8 mbo-instellingen in 4 regio’s in Nederland in kaart te brengen, en hen binnen hun eigen curricula te inspireren tot het creëren van interventies die het eten van plantaardig voedsel voor de eigen doelgroep stimuleren. Hbo-studenten en docent-onderzoekers begeleiden dit proces, analyseren de uitkomsten en organiseren de doorwerking naar de praktijk.
Influenza A virussen veroorzaken virusinfecties bij mensen en dieren. Influenza is bij het grote publiek beter bekend onder de naam griep. Deze influenza infecties hebben een negatieve impact op zowel de economie, de volksgezondheid, diergezondheid, als het dierenwelzijn van met name commercieel gehouden varkens en kippen. Influenzavirussen zijn bovendien potentieel zoönotische virussen, waarbij kruisbesmettingen tussen diersoorten en mensen in verschillende richtingen kunnen optreden. Sinds de coronapandemie is er enerzijds groeiend besef in onze samenleving van deze zoönoserisico’s en de verbondenheid tussen de gezondheid van mens en dier, maar anderzijds ook een grote bezorgdheid bij varkenshouders over de consequenties van het delen van data over de aanwezigheid van potentieel zoönotische virussen binnen hun varkensbedrijf. Het huidige kabinet heeft onlangs de wens uitgesproken om de ‘algemene zoönosegeletterdheid’ te verhogen. Het doel van dit project is een interactieve moleculair epidemiologische diagnostiekmethode te ontwikkelen voor het opsporen van Influenza A virussen bij varkens. Met behulp van deze methode kan de aanwezigheid van varkensinfluenza op een bedrijf op een snelle en adequate manier inzichtelijk worden gemaakt, waardoor betere handelingsperspectieven ontstaan. Daarnaast wordt met de belangenbehartigers van de varkenshouderijen onderzocht hoe deze informatie op een vertrouwelijke manier beschikbaar gemaakt kan worden voor de infectieziektebestrijding in Nederland. Dit MOEDIG project geeft daarbij gehoor aan de oproep van het kabinet voor meer ‘zoönosegeletterdheid’ en beperkende maatregelen tegen de persistente circulatie van zoönotische virussen op commerciële veehouderijen. Het consortium van dit MOEDIG project, onder leiding van Avans Hogeschool, bestaat uit Royal GD, Provincie Noord-Brabant, GGD Hart van Brabant, Universiteit Utrecht, De Varkenspraktijk en de Producentenorganisatie Varkenshouderij hebben alle expertise en ambitie om dit project succesvol uit te voeren, waarbij we gebruik maken van een uitgebreid collectief netwerk.
Het online werken is door de COVID-19 crisis enorm toegenomen. Ook bij de reclassering. Maar geven reclasseringswerkers nu ook online justitiële interventies? Zo ja, hoe doen zij dat dan? Hoe bouwen trainers en deelnemers in een online justitiële interventie een werkalliantie op, en hoe houden zij deze in stand? Hoe komt de groepsdynamiek tot stand en hoe wordt deze ondersteund? Welke randvoorwaarden zijn nodig voor de uitvoering van online justitiële interventies? Dat is bekeken in dit onderzoek. Doel Het inventariseren van werkwijzen, voorwaarden en condities voor de inzet van online individuele en groepsgewijze justitiële interventies bij de reclassering. Op basis daarvan beleidsaanbevelingen doen voor de implementatie van online trainings-, begeleidings- en interventiemogelijkheden. Resultaten De reclassering voert bijna geen online justitiële interventies uit. Wel zetten reclasseringswerkers een breed scala aan online middelen in, ter aanvulling op hun kernactiviteiten (WhatsApp, (beeld)bellen, e-mail, virtual reality, diverse apps, e-modules, digitale rechtszittingen). De online ontwikkelingen bij de Nederlandse reclassering zijn vergelijkbaar met de ontwikkelingen die in de internationale literatuur worden beschreven. Belangrijke randvoorwaarden voor de uitvoering van online middelen zijn een goed functionerende ICT-infrastructuur, deskundig personeel en het waarborgen van veiligheid en privacy. Aanbevolen wordt dat de reclassering het potentieel van de online technologie blijft benutten omdat bepaalde online middelen (waaronder online justitiële interventies) in het gedwongen kader veelbelovend zijn. Ook is het nuttig om naar de bruikbaarheid van blended care te kijken. Een gecombineerde vorm van fysieke en online begeleiding bespaart tijd, vermindert uitval en cliënten houden hiermee een gedragsverandering langer vol. Looptijd 01 december 2021 - 01 juni 2022 Aanpak Literatuurstudie Online interviews met interne en externe experts Downloads en links