De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo zet aan tot denken. Over persvrijheid. Over vrijheid van meningsuiting. Over journalistiek. Remko van Broekhoven meent dat het tijd wordt dat westerse journalisten niet alleen wat sterker gaan voelen wat vrijheid en veiligheid betekenen, maar ook wat verantwoordelijkheid is.
MULTIFILE
Journalisten zijn afhankelijk van bronnen, de verschaffers van informatie over alle soorten van onderwerpen. Wat nieuws is hangt sterk af van de rol van de bronnen, want nieuws is niet zozeer gelegen in gebeurtenissen als wel in wat mensen ziggen over gebeurtenissen. Steeds vaker is nieuws ook het commentaar van mensen op elkaars uitingen en handelingen. Bronnen zijn, onverlet de autonomie van de journalist, in feite co-producenten van de inhoud van journalistieke media. Mede als gevolg van de sterke professionalisering van voorlichting en public relations is de invloed van niet-journalisten op het totstandkomen van journalistieke media-inhoud toegenomen. In deze communicatiewetenschappelijke studie krijgen bronnen eindelijk een volwaardige plaats in een denkmodel over journalistiek: de bron-georiknteerde benadering van journalistiek. Dit model nodigt uit tot een nieuwe kijk op 'journalistieke kwaliteit', waarin 'geloofwaardigheid', zowel van journalisten als van hun bronnen, een centrale plaats krijgt. Een van de manieren om de geloofwaardigheid van berichtgeving te bevorderen is duidelijk zijn over de bronnen van uitspraken en verhalen. Bij zes Nederlandse kranten is onderzocht of zij die duidelijkheid bieden. "Journalistiek als kwestie van bronnen" is interessant voor iedereen die nieuwsgierig is naar een alternatieve benadering van journalistiek met toepassingsmogelijkheden op het vraagstuk van 'journalistieke kwaliteit'.
Dit is het verslag van een internationale conferentie voor vertegenwoordigers van faculteiten journalistiek en communicatie in katholieke universiteiten. De driedaagse, eind mei 2008 gehouden in Rome, had als thema "De identiteit en missie van faculteiten journalistiek en communicatie in katholieke universiteiten. Samen met de hele kerk kijken naar de toekomst van de communicatie". Er waren ongeveer negentig deelnemers uit veertig landen. Zij vertegenwoordigden samen ruim vijftig instituten. De Aziaten en Afrikanen waren in de meerderheid. Opvallend weinig deelnemers waren er uit Oost-Europa. Twee dingen vielen van meet af aan op. De plaats van de katholieke kerk in de samenleving en in de universitaire wereld is in de meeste landen volstrekt anders dan in het seculiere Nederland. Opvallend was eveneens het grote verschil in visie op journalistiek. In een aantal landen (Birma, Zimbabwe) is journalistiek letterlijk een levensgevaarlijke onderneming.
Verschillende onderzoeken laten een verband zien tussen de toegenomen keuzemogelijkheden om online gebruik te maken van alternatieve nieuwsbronnen en wantrouwen tegenover de journalistiek. Ondanks dat alternatief mediagebruik geen nieuw fenomeen is weten we nog heel weinig over de nieuwsgebruikers van deze media.
De toename en verspreiding van fake nieuws is een thema dat internationaal veel aandacht krijgt. Online informatiemanipulatie zou de verkiezingen in maar liefst 18 landen negatief beïnvloed hebben. In welke mate laten we ons beïnvloeden door desinformatie en welke strategieën helpen om weerbaarder te worden? Binnen academische kringen heerst er verdeeldheid over het effect van gemanipuleerde informatie op het gedrag. Wel heerst er consensus over het feit dat het bevorderen van digitale geletterdheid cruciaal is om de weerbaarheid tegen desinformatie te verhogen. In Nederland hebben journalistiek-educatieve organisaties DROG en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid afgelopen jaren een innovatief educatief aanbod voor diverse doelgroepen ontwikkeld gericht op het bevorderen van die digitale weerbaarheid. Zo is o.a. een game ontwikkeld, waarbij jongeren bewust fake nieuws maken om zo de werkingsmechanismen ervan te doorgronden. De game leunt op de inoculatie theorie (McGuire, 1961a, 1961b), die ervan uitgaat dat de toediening van het (nepnieuws)virus resulteert in meer antistoffen, en dus hogere weerbaarheid. Recent onderzoek door Roozenbeek en Van der Linden (2019) geeft bewijslast voor deze theorie en wijst op de positieve effecten van gamificatie. Gesteund door inzichten uit de gedragswetenschappen willen we in dit project nader onderzoeken welke interventies effectief zijn voor het verhogen van de digitale weerbaarheid tegen desinformatie bij jongeren tussen de 15 en 18 jaar. Deze doelgroep opgegroeid in het digitale tijdperk zou namelijk steeds meer moeite hebben om echt van nep te onderscheiden (Wineburg, S., McGrew, S., Breakstone, Joel and Ortega, T, 2016). Op basis van real life casestudies van DROG en het Instituut voor Beeld en Geluid zullen we een drietal interventie-strategieën testen bij de doelgroep jongeren (leeftijd 15 jaar tot 18) om zo meer gefundeerde inzichten te genereren over de effectiviteit van het aanbod en inzichten te genereren over het mogelijk verbeteren en aanscherpen daarvan.
Artificial Intelligence (AI) wordt realiteit. Slimme ICT-producten die diensten op maat leveren accelereren de digitalisering van de maatschappij. De grote innovaties van de komende jaren –zelfrijdende auto’s, spraakgestuurde virtuele assistenten, autodiagnose systemen, robots die autonoom complexe taken uitvoeren – zijn datagedreven en hebben een AI-component. Dit gaat de rol van professionals in alle domeinen, gezondheidzorg, bouwsector, financiële dienstverlening, maakindustrie, journalistiek, rechtspraak, etc., raken. ICT is niet meer volgend en ondersteunend (een ‘enabling’ technologie), maar de motor die de transformatie van de samenleving in gang zet. Grote bedrijven, overheidsinstanties, het MKB, en de vele startups in de Brainport regio zijn innovatieve datagedreven scenario’s volop aan het verkennen. Dit wordt nog eens versterkt door de democratisering van AI; machine learning en deep learning algoritmes zijn beschikbaar zowel in open source software als in Cloud oplossingen en zijn daarmee toegankelijk voor iedereen. Data science wordt ‘applied’ en verschuift van een PhD specialisme naar een HBO-vaardigheid. Het stadium waarin veel bedrijven nu verkeren is te omschrijven als: “Help, mijn AI-pilot is succesvol. Wat nu?” Deze aanvraag richt zich op het succesvol implementeren van AI binnen de context van softwareontwikkeling. De onderzoeksvraag van dit voorstel is: “Hoe kunnen we state-of-the-art data science methoden en technieken waardevol en verantwoord toepassen ten behoeve van deze slimme lerende ICT-producten?” De postdoc gaat fungeren als een linking pin tussen alle onderzoeksprojecten en opdrachten waarbij studenten ICT-producten met AI (machine learning, deep learning) ontwikkelen voor opdrachtgevers uit de praktijk. Door mee te kijken en mee te denken met de studenten kan de postdoc overzicht en inzicht creëren over alle cases heen. Als er overzicht is kan er daarna ook gestuurd worden op de uit te voeren cases om verschillende deelaspecten samen met de studenten te onderzoeken. Deliverables zijn rapporten, guidelines en frameworks voor praktijk en onderwijs, peer-reviewed artikelen en kennisdelingsevents.