De Nederlandse kenniseconomie is in hoge mate een kenniseconomie geworden. Daarom is het van cruciaal belang dat arbeidsorganisaties slim gebruik maken van de kennis die ze in huis hebben en dat ze tijdig nieuwe kennis moeten ontwikkelen. In aansluiting op hun eerder onderzoek (1997) over het gebruik van denkkracht en kennisproductiviteit presenteren Ton Bruining, Teun van Aken en Bert Jurgens in hun boek 'Kennis Maken met Denkwerk, Return on Thinking Revisited' de resultaten van hun vervolgonderzoek onder bijna 700 organisaties in de sectoren Industrie, Zakelijke Dienstverlening, Overheid & Non-Profit en Onderwijs. Hun boek is onder meer gebaseerd op een model voor kennis- en organisatieontwikkeling (het 'Denkballonnenmodel') dat vanuit KPC Groep werd ontwikkeld. In dit tweede onderzoeksverslag staan veel wetenswaardigheden over kennis, denken, denkvoorkeuren en (re)produceren van kennis. Daarnaast stimuleert hun boek de lezer om naast het denken ook tot actie over te gaan. De aanbevelingen en adviezen die in het boek worden gegeven, zijn gericht op het bevorderen van de denkkracht in organisaties om impulsen te geven aan de Nederlandse kenniseconomie. Ze zijn vooral bedoeld voor wetenschappers en praktijkmensen als organisatieadviseurs, P&O-managers, bedrijfsopleiders, beleidsmakers en managers in het onderwijs. Fontys auteur: t.van
Het ROC zou in de kennismaatschappij als loopbaancentrum moeten fungeren in plaats van als opleidingenfabriek. Daarbij ondersteund door de kwalificatiestructuur, één van de peilers onder de WEB. Maar de evaluatie van de WEB, juni 2000, laat zien dat dit nog veel te weinig het geval is. De kwalificatiestructuur (KSB) lijkt noodzakelijke vernieuwingen eerder te belemmeren dan te bevorderen. De auteur geeft aan hoe het systeem van produceren, overbrengen en vernieuwen van kennis beter georganiseerd kan worden in het beroepsonderwijs.
Opleiden en leren zijn van strategisch belang voor arbeidsorganisaties omdat een duurzaam concurrentievoordeel niet langer te realiseren is op basis van bestaande producten, diensten en markten, maar alleen nog door middel van kennis. Weggeman (1997) verklaart de radicale wijziging in de betekenis van kennis door een verband te leggen tussen de globaliseringstendens en de als gevolg daarvan toegenomen druk op organisaties om concurrerend te zijn. Deze concurrentiestrijd kan door de hogelonenlanden alleen succesvol worden gevoerd als zij erin slagen voortdurend nieuwe producten en diensten aan te bieden die zich onderscheiden door hun hoge toegevoegde waarde. Om tegemoet te komen aan de eis van continue innovatie, is state of the art (technologische) kennis nodig.