Corporate reputation is becoming increasingly important for firms; social media platforms such as Twitter are used to convey their message. In this paper, corporate reputation will be assessed from a sustainability perspective. Using sentiment analysis, the top 100 brands of the Netherlands were scraped and analyzed. The companies were registered in the sustainable industry classification system (SICS) to perform the analysis on an industry level. A semantic search tool called Open Semantic Desktop Search was used to filter through the data to find keywords related to sustainability and corporate reputation. Findings show that companies that tweet more often about corporate reputation and sustainability receive overall a more positive sentiment from the public.
That expressive writing can be a beneficial response to trauma or grief is well-established in the literature. Grief research also shows that the majority of people are resilient in the face of the death of loved ones. That said, traditional rituals around loss are no longer ubiquitous, well-known phase models of bereavement are contested, and ‘unfinished business’ can create difficulties in the face of loss. Increasingly, bereavement scholars speak of a need for individuals in western society to make meaning of their own grief through narrative construction, though little is said about what constitutes a beneficial story. The author takes an autoethnographic approach to write and reflect on her spouse’s illness and death and explores through a multi-voiced expressive dialogue a personal issue around her bereavement. In an analysis of her writing, using Dialogical Self Theory, she identifies markers which may be indicative of the development of a beneficially constructed narrative. The model of writing-for-transformation is used to describe the overall intent of the process, while the dialogical markers show how progress may be identified. Reinekke Lengelle (2020) Writing the Self and Bereavement: Dialogical Means and Markers of Moving Through Grief, Life Writing, 17:1, 103-122, DOI: 10.1080/14484528.2020.1710796
De zogenoemde “21th century skills” worden, aldus het Ministerie van Onderwijs, steeds belangrijker. Het zijn eigenschappen die we terugvinden in de eindtermen van vrijwel alle hbo-opleidingen en die – in de woorden van Donald Schön – de kern zijn van een “reflective practitioner” : een vakvrouw of –man, die zichzelf in complexe situaties kan sturen en daardoor productief blijft. Eerder onderzoek van het lectoraat Pedagogiek van de Beroepsvorming heeft aangetoond dat een leeromgeving gericht op zelfsturing aan drie condities moet voldoen: er moet sprake zijn van praktijkgestuurd onderwijs, studenten moeten de kans krijgen een dialoog aan te gaan over de zin en betekenis van hun ervaringen in het praktijkgestuurde onderwijs en studenten moeten medezeggenschap hebben over hun eigen leerproces. Met name het realiseren van een dialoog blijkt echter heel moeilijk te zijn. Zowel docenten als studenten (en ook de onderwijsmanagers) zijn gewend aan onderwijs waarin zin en betekenis nauwelijks ter discussie staat. Het gevolg is dat ze vooral gericht zijn op reproductief en niet op betekenis-gericht leren. Zelfsturing vereist evenwel deze laatste vorm van leren. Zelfsturing vereist een dialoog over de zin en betekenis van ervaringen die de student “raken”. Dergelijke ervaringen roepen veelal emoties op die in eerste instantie niet begrepen worden. Zin en betekenis zijn “geen dingen in een doosje”; ze worden gaandeweg duidelijk in een gesprek waarin de docent verklaart noch verheldert, maar samen met de student op zoek gaat naar de juiste woorden. Dat zijn woorden waarvan de student voelt dat ze haar in staat stellen iets uit te drukken dat voorheen nog niet onder woorden gebracht kon worden. In dit boek wordt vanuit verschillende perspectieven en op basis van empirisch onderzoek ingegaan op de vraag in hoeverre het hbo er in slaagt een dergelijke dialoog met haar studenten te realiseren. Tevens wordt stilgestaan bij methoden om zo’n dialoog te realiseren.