Toetsing van de kritiek van E. Levinas op het 'heidense denken' van Martin Heidegger
DOCUMENT
Teksten van expertmeeting en rede bij gelegenheid van het afscheid van lector Leo van der Tuin. Er is veel gebeurd in de afgelopen decennia. Religie en godsdienst hebben een transformatie ondergaan. In de oratie bij aanvang van het lectoraat op Fontys, onder de titel 'God droeg zondagavond een blauwe trui' is op die veranderingen ingegaan. De vraag is nu hoer het met die trui is. Is die inmiddels van kleur verschoten en begint hij wat te slijten, moet er aan die blauwe trui verder gebreid worden? Of heeft religie nieuwe kleren nodig? Of zijn er al nieuwe kleren en zijn die slechts schijn, een illusie. Er zijn auteurs die zeggen dat het knispert en zindert van religie, er zijn er ook die zeggen dat religie aan het verdwijnen is. Of verbergt religie zich achter die kleren, in beelden, woorden, rituelen en plaatsen die nauwelijks nog als zodanig herkend worden? Begint zich achter die kleren nieuwe religiositeit te ontwikkelen? Dus maar onder die kleren kijken, is niet zo netjes misschien, de beeldspraak gaat hier verder mank. In de bijdragen aan de expertmeeting en in het afscheidscollege wordt een poging gewaagd.
DOCUMENT
In dit onderzoek bekijken we of de keuze voor bepaalde zorgmotieven samenhangt met ervaren stress en vreugde van mantelzorgers en met hun achtergrondkenmerken. Motieven die gericht zijn op gevoelens van verantwoordelijkheid voor de zorgontvanger en waarin de relatie met de zorgontvanger hoog gewaardeerd wordt, worden vaker door mantelzorgers als eerste gekozen dan motieven die zijn afgeleid van plichtgevoelens, individuele verlangens of een algemeen gevoel van geluk. Twee groepen mantelzorgers kunnen van elkaar worden onderscheiden, een groep met gemengde zorgmotieven en een groep met motieven gericht op wederkerige en gelijkwaardige relaties. De laatste groep bestaat vooral uit vrouwen die voor een partner of een kind zorgen. De eerste groep ervaart een sterke mate van stress. Op basis van de resultaten wordt een systeemgerichte aanpak voorgesteld bij het ondersteunen van mantelzorgers, gericht op de relatie tussen de mantelzorger en de zorgontvanger.
DOCUMENT
"In den beginne is de relatie", opent de nieuwe lector Mantelzorg, dr. Deirdre Beneken genaamd Kolmer, dit boekje. En daarmee geeft ze in één zin aan waar het lectoraat Mantelzorg om draait. Het lectoraat Mantelzorg is tot stand gekomen op initiatief van de gemeente Den Haag in samenwerking met De Haagse Hogeschool. De gemeente Den Haag is al jaren actief - met diverse partners in de stad - gericht op het verbeteren van de ondersteuning van mantelzorgers. Den Haag staat bekend als een stad met vele contrasten: arm-rijk, zand-veen, Hagenaer-Hagenees, autochtoon-allochtoon. Eén ding is echter helder: ondanks deze contrasten zijn wij mensen en worden wij in meerdere of mindere mate geconfronteerd met de kwetsbaarheden van het leven. Soms leiden die tot een afhankelijkheidsrelatie van een ander: een mantelzorger of een beroepskracht. De zorgverlening heeft zich inhoudelijk sterk ontwikkeld. De Haagse Hogeschool kent diverse opleidingen waarin het verlenen van zorg centraal staat. In de Academie voor Gezondheid en de Academie voor Sociale Professies is vakbekwaamheid een kernwoord. Maar er is een risico dat de balans in het uitoefenen van het vak doorslaat naar het “volgens protocol” uitvoeren van het vak. Dit is voor de zorgpraktijk niet wenselijk. In die praktijk ontmoeten onze zorgprofessionals de zorgvrager en diens naasten, de mantelzorgers. In Den Haag zijn naar schatting 79.000 mantelzorgers boven de 16 jaar. Hiervan zijn ongeveer 12.000 mantelzorgers zwaar- tot overbelast. Dat is vijftien procent. En dat is veel. Dat betekent dat één op de zeven mensen die hun naaste verzorgen zwaar- tot overbelast is. Veel mantelzorgers hebben naast de zorg ook vaak nog hun werk, gezin sociale leven en andere activiteiten. Voor mantelzorgers is het vanzelfsprekend dat zij zorg verlenen. Zij zullen niet snel klagen. Maar het feit blijft dat de combinatie van zorg met gezin en werk zwaar is. Daarom is het belangrijk dat deze mantelzorgers af en toe tijd voor zichzelf kunnen nemen en de zorg tijdelijke aan anderen kunnen overlaten. De gemeente Den Haag vindt het belangrijk hier iets aan te doen. In het Haags Mantelzorgakkoord 2011-2014 “Mantelzorg : samen zorgen” is het vergroten van de toegankelijkheid van respijtzorg een belangrijk thema. De gemeente Den Haag is één van de twaalf partners van dit Mantelzorgakkoord. In het Collegeakkoord 2010-2014 “Aan de slag” wordt eveneens aandacht besteed aan deze problematiek en worden middelen hiervoor gereserveerd. Dankzij mantelzorgers kunnen zorgsystemen overeind blijven. Mantelzorgers vormen een belangrijke taak in de samenleving. Mantelzorgtaken kunnen niet volledig vervangen worden door de professionele zorg, dit betekent dat mantelzorgers onbetaalbaar zijn. Het is belangrijk dat er een goede afstemming plaatsvindt tussen zorgvrager, mantelzorger en professional, de zogenoemde zorgtriade. (voorwoord van Rob Brons, voormalig voorzitter van het College van Bestuur van De Haagse Hogeschool en Karsten Klein, wethouder Jeugd, Welzijn en Sport gemeente Den Haag)
DOCUMENT
Kim Meijer, zelf werkzaam als docent, onderzoeker en trainer in de bedrijfsethiek, is in december 2023 gepromoveerd op het proefschrift ‘Impossible and Inevitable: Reconstructing the Critique of Business Ethics’. Voor toegepast filosofen is dit een belangrijk proefschrift, omdat het de modderigheid van bedrijfsethiek in een transparanter kader stelt en omdat het niet alleen over bedrijfsethiek gaat. Het onderzoek van Meijer gaat over de spanningen die horen bij het toepassen van filosofie in een concrete context. Daarmee is het mijns inziens ook relevant voor beoefenaars van bijvoorbeeld de bio-ethiek (die zij bespreekt in haar proefschrift), de publieksfilosofie en de levenskunst. Hieronder heb ik een aantal inzichten uit het proefschrift weergegeven en voorzien van mijn eigen reactie.
MULTIFILE
Nurse managers play an important role in implementing patient safety practices in hospitals. However, the influence of their professional background on their clinical leadership behaviour remains unclear. Research has demonstrated that concepts of Bourdieu (dispositions of habitus, capital and field) help to describe this influence. It revealed various configurations of dispositions of the habitus in which a caring disposition plays a crucial role. Objectives: We explore how the caring disposition of nurse middle managers' habitus influences their clinical leadership behaviour in patient safety practices.
DOCUMENT
Angst, schaamte en verlegenheid. Het zijn niet de thema’s waarvoor je als schoolleider direct warm loopt. Dan kan ik beter de tegenpolen van die trits noemen: moed, onbevangenheid en bekwaamheid. Aan de hand van deze drie tegenstellingen zet ik in dit essay uiteen wat de verhouding is tussen leiderschap en identiteitsontwikkeling in de school. De benadering die ik beschrijf, noem ik ‘identificerend leiderschap’. Die term hoeft de lezer maar half serieus te nemen. Hiermee wil ik aan de ene kant de draak steken met alle bijvoeglijke naamwoorden die met leiderschap geassocieerd worden. Daar kan deze dan nog wel bij. Aan de andere kant bedoel ik het serieus. Uit onderzoek komen sterke aanwijzingen naar voren dat identificatieprocessen in organisaties in belangrijke mate de binding van medewerkers met de organisatie bepalen, en daarmee ook hun inzet voor de doelen van de organisatie.
DOCUMENT
A Magnet-related program has been recently adopted in the Netherlands. Support for staff nurses from nurse middle managers (NMMs) is a key component of such a program. A Bourdieusian ethnographic organizational case study in four hospitals in the Netherlands and the United States (Magnet, Magnet-related and non-Magnet) was conducted to explore NMMs’ supporting role behavior. Bourdieus concepts of habitus, dispositions, field and capital guided the analysis. Eight dispositions constitute NMMs habitus. A caring, clinical and scientific disposition enhance NMMs’ capital in particular organizations-as-fields. Further research is necessary to link Magnet (related) program characteristics to various configurations of dispositions of NMMs habitus.
DOCUMENT
In deze inaugurele rede wordt in het eerste hoofdstuk het concept 'Pedagogiek van Hoop' behandelt en worden de sleutelthema's van pedagogisch leiderschap en inclusiever onderwijs verkent. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op pedagogisch leiderschap en de verantwoordelijkheid om duurzame veranderingen te bewerkstelligen. Hoofdstuk 3 bespreekt inclusiever onderwijs, waarbij een brede definitie wordt gehanteerd die zich richt op mensen en niet-menselijke dingen. Het belang van gelijkwaardigheid in een diverse samenleving wordt benadrukt. In hoofdstuk 4 wordt het onderzoek in het lectoraat besproken, gevolgd door een conclusie in hoofdstuk 5 met de titel 'Een hoopvolle toekomst. Hoe dan?'. Elk hoofdstuk begint met een citaat dat de essentie van het thema weergeeft. De tekst benadrukt ook het belang van ervaringen en beelden, met name in relatie tot onderwijspraktijken, om reflectie mogelijk te maken.
DOCUMENT
Het rapport Naar een inclusieve werkomgeving. Inzichten vanuit (levens)verhalen en paradoxen uit de praktijk dat door onderzoekers van Hogeschool Inholland en de Vrije Universiteit Amsterdam in de periode mei 2019 – november 2021 is uitgevoerd, met een subsidie van Instituut Gak, biedt op een bijzondere manier inzicht in het fenomeen ongelijke kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt.
DOCUMENT