In deze publicatie wordt ingegaan op het verbinden van dunne plaat en buis met behulp van de diverse lijmprocessen. Deze publicatie is er een uit een serie van vijf die naast de algemene publicatie (TI.03.13) tevens drie andere verbindingstechnieken behandelen, zoals lassen (TI.03.14), mechanisch verbinden (TI.03.16) en solderen (TI.03.17).
In deze publicatie wordt ingegaan op het verbinden van dunne plaat en buis met behulp van diverse mechanische verbindingsprocessen. Deze publicatie is er een uit een serie van vijf die naast de algemene publicatie (TI.03.13) tevens drie andere verbindingstechnieken behandelen, zoals lassen (TI.03.14), lijmen (TI.03.15) en solderen (TI.03.17).
In deze publicatie wordt ingegaan op het verbinden van dunne plaat en buis met behulp van de diverse soldeerprocessen. Deze publicatie is er een uit een serie van vijf die naast de algemene publicatie (TI.03.13) tevens drie andere verbindingstechnieken behandelen, zoals lassen (TI.03.14), lijmen (TI.03.15) en mechanisch verbinden (TI.03.16).
Dit voorstel is gericht op het vervangen van synthetische materialen zoals schuim (polyurethaan) en carbon-epoxy door mycelium carboncomposiet. Het toepassingsgebied is luchtvaart en de specifieke constructie waarvoor deze vervanging wordt onderzocht is de vliegtuigstoel. De hele keten (van grondstof tot en met eindgebruikers) is vertegenwoordigd aan de vraagzijde; van de tuinbouw, biocomposiet producent tot en met de vliegtuigbouwer. Dit deel van het project richt zich expliciet op de beginfase: welke materiaaleigenschappen zijn mogelijk bij een ontwerp met een combinatie van materialen zoals textiel, carbon, en mycelium? In deze KIEM worden enkele basis-mechanische eigenschappen van een mycelium-carbon sandwichcomposiet onderzocht. Het is bekend dat de mechanische eigenschappen van een composiet o.a. afhangen van de chemische binding tussen de materialen (in dit geval mycelium en carbon). Deze KIEM-testen geven een referentiekader voor vervolgonderzoek naar de chemische innovaties die wellicht nodig zijn om de binding te verbeteren. Daarnaast geven zij een referentie voor mechanische eigenschappen die bijvoorbeeld onder aanwezigheid van vocht degraderen. De toepassing van bio-based materialen, die bovendien volledig circulair kunnen zijn, is allesbehalve gebruikelijk in de vliegtuigbouw en vele andere toepassingsgebieden. De impact van dit project is in eerste instantie op de kwaliteit van een vervolgvoorstel en op de onderwijsomgeving waarin de resultaten worden gedeeld. De samenstelling van het samenwerkingsverband is hoogst origineel; niet eerder werkten partijen uit de luchtvaart, glastuinbouw en materiaalontwikkeling samen aan een dergelijk circulair thema. De partners afzonderlijk hebben relevante ervaring, proactieve houding, en door korte communicatielijnen wordt een flexibele en effectieve samenwerking verwacht.
In de bouw komt veel sloopafval vrij. Voor een groot aantal materialen bestaan al recyclingroutes die voortdurend door-ontwikkelen. Daarbij valt te denken aan recycling van beton, PVC, metalen en herbruikbaar hout (A-hout). Echter, een substantiële afvalstroom bij sloop waar nog nauwelijks recyclingroutes voor bestaan, is B-hout. Dit bevat coatings, lijmen (zoals in vezelplaten) en bevestigingsmaterialen, maar bestaat voor het overgrote deel uit hout met in beginsel prima eigenschappen. Alleen al bij projectpartner Rouwmaat komt jaarlijks 300 ton B-hout vrij. Om dit af te kunnen voeren, wordt het aangeboden aan afval verbrandingsinstallaties. Bij projectpartner Innodeen is sinds kort een productielijn in bedrijf genomen waarmee extrusieprofielen kunnen worden gemaakt uit houtvezelcomposiet. Deze houtvezelcomposiet bevat tot 70% houtvezels in een thermoplastische matrix. De markt heeft al een grote belangstelling voor deze producten getoond, en er wordt reeds hard gewerkt aan opschaling van het proces. Totnogtoe worden deze houtvezels gewonnen uit ongebruikt maagdelijk hout, waaraan bovendien aanvullende eisen worden gesteld. Het lectoraat Lichtgewicht Construeren beschikt over jarenlange ervaring op het gebied van thermoplastische composieten. Door combinatie van genoemde drie partijen in dit project bestaat een goede basis om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om houtvezelcomposiet te maken uit B-Hout. Dit zou derhalve kunnen leiden tot een veel hoogwaardiger toepassing van deze afvalstroom, hetgeen bovendien als grondstof een gunstiger kostprijs heeft. Doel van dit project is om derhalve op lab schaal houtvezelcomposiet te vervaardigen uit B-hout en daarvan de mechanische eigenschappen te vergelijken met het reeds ontwikkelde houtvezelcomposiet. Indien de maakbaarheid is aangetoond en de mechanische eigenschappen elkaar goed benaderen, zal industrialisatie van dit projectidee door de betrokken partners voor de hand liggen.
Het uitlijnen van optische elementen, zoals hoogwaardige lenzen, is een complexe taak die essentieel is voor de assemblage van diverse fotonische producten. Een circulaire lens moet in vijf vrijheidsgraden worden gepositioneerd, terwijl asymmetrische lenzen in zes vrijheidsgraden uitgelijnd moeten worden. Huidige technieken in de industrie en onderzoeksinstellingen richten zich op het optimaliseren van dit proces, bijvoorbeeld door gebruik te maken van algoritmen die meerdere assen tegelijkertijd kunnen aanpassen in plaats van sequentiële stappen. SuperLight Photonics (SLP), een spin-off van de Universiteit Twente, ontwikkelt breedbandige supercontinuüm lasers die worden toegepast in onder andere spectrometrie en optische coherentietomografie (OCT). Eén van hun producten is een breedbandige lichtbron gebaseerd op een fotonische chip. Om dit licht optimaal te benutten, moet het met een lens worden gecollimeerd, wat momenteel handmatig gebeurt door het analyseren van het bundelprofiel en parameters zoals grootte en circulariteit van de lichtbundel. De uitlijning van de lens is cruciaal voor de prestaties van het systeem, vooral omdat de complexe interacties tussen meerdere optische componenten elkaars uitlijning kunnen beïnvloeden. SLP heeft daarom Saxion's lectoraat Applied Nanotechnology (ANT) benaderd om een geautomatiseerd uitlijnalgoritme te ontwikkelen dat de lens nauwkeurig en consistent positioneert volgens specificaties. Het ANT heeft uitgebreide ervaring met fotonische integratie, precisieassemblage, en heeft samenwerkingen met bedrijven en onderzoeksinstellingen zoals de Universiteit Twente. Dit project onderzoekt nieuwe methoden om het uitlijnproces te automatiseren, met focus op snelheid, kostenefficiëntie en een lage foutmarge. Hoewel vastlijmen buiten de huidige scope valt, zal dit aspect mogelijk in een vervolgproject worden meegenomen. Het project sluit aan bij landelijke innovatiethema's en draagt bij aan de verdere ontwikkeling van geavanceerde productieprocessen binnen de fotonica-industrie.