Artikel student Facility Management. Beoordeling: 9.
MULTIFILE
Abstract Although organizations, both shippers and logistics service providers, are convinced of the potential of collaboration, it is still not successful in many cases. Therefore, collaboration in logistics is chosen as central theme for this paper. The contribution to this topic is twofold. First, the paper classifies different types of collaboration. This makes clear that collaboration between organizations differ in scope, objective, horizon and dimension. Secondly, the paper provides a framework that can be used to understand collaboration decisions. In this framework four base elements of collaboration are distinguished: drivers, objectives, variables and actions. The framework shows that there is a strong cohesion between these elements, and that collaboration is a continuous process. A deeper analysis of the third element (variables) results in the proposition that a lot of variables influence a collaboration decision, and that these variables are interrelated. These two observations deepen the complex character of collaboration. The analysis also identifies trust and commitment as dominant variables.
Bedrijven en organisaties uit de KWD-sector (Kantoren, Winkels en Dienstverlening) vertegenwoordigen maar liefst 5,3 miljoen ton bedrijfsafval per jaar. De inzameling van bedrijfsafval wordt door verschillende verwerkers grootschalig en laagfrequent uitgevoerd met dieselwagens, waardoor slechts de helft van de KWD-afvalstroom wordt gerecycled. Overheden en inzamelbedrijven zijn daarom op zoek naar nieuwe logistieke concepten die, in lijn met de ambities voor een Circulaire Economie, een lage milieudruk en positieve sociale impact hebben. Een consortium bestaande uit de gemeente Amsterdam afdeling bedrijfsafval, afvalverwerker Renewi, logistiek bedrijf ZOEV City, sociaal leer- en werkbedrijf Pantar en HvA Centre of Expertise Urban Technology (CoE UT) realiseert een pilot om een nieuw logistiek afvalinzamelingsconcept te testen. Inzameling door verschillende dieselvuilnisauto’s wordt vervangen door collectieve inzameling op aanvraag door kleine elektrische auto’s die het afval naar een nabijgelegen overslagpunt brengen, waarna het afval per schip naar de verwerker gebracht wordt. Het consortium wil onderzoeken hoe en in welke mate het vernieuwende logistieke concept bijdraagt aan een combinatie van logistieke, milieukundige en sociale impact. Naast de voorgenoemde kennisontwikkeling, wil het consortium de kennis ook delen en het netwerk uitbreiden, om de transitie naar een circulaire stad te versnellen. In overleg met het consortium monitoren de onderzoekers van de HvA, gedurende de implementatie van het nieuwe logistieke concept, de logistieke en milieukundige impact, en de beleving onder deelnemers. Het project levert de volgende deliverables op: • Datasets van de impact van het oude en het nieuwe logistieke inzamelconcept • Tussen- en eindrapportage van het monitoringsonderzoek inclusief inzicht in sociaal-technische implicaties die impactresultaten op grotere schaal kunnen beïnvloeden • Bijdrage aan netwerkvorming, vraagarticulatie en onderzoeksplan ten behoeve van een RAAK-pro onderzoeksvoorstel rondom circulaire afvallogistiek in de stad. • Bijdrage aan HvA onderwijs en onderzoek (stadslogistiek en circulaire business modellen)
Het living lab is gericht op de ontwikkeling van een zero-emission multimodale circulaire hub voor aan- en afvoer van bouw- resp. sloopmateriaal in de industriële havenzone Lage Weide voor de stad Utrecht. Nadruk ligt op elektrisch en waterstof aangedreven zelfvarende scheepvaart. Het betrokken praktijknetwerk bestaat o.a. uit logistieke, bouw- en sloopbedrijven op Lage Weide, gemeente Utrecht en Rijkswaterstaat. Bouwtransporten van en naar de stad worden gebundeld, en verzameling en bewerking van bouw- en sloopafval worden gecombineerd. De circulaire hub wordt ontwikkeld als een innovatieve onderzoeks- en testlocatie voor multimodale stadsdistributie, bundeling en bewerking van bouw/sloopmaterialen, en zero emission energie. Voor dit living lab wordt een voorstel gedaan om op Lage Weide een Zero Emission PoRt Of Circular Utrecht (ZERO-CU) te ontwikkelen voor gebundelde coördinatie en uitvoering van multimodale transporten m.n. ten behoeve van langjarige bouw- en sloopwerkzaamheden in grote binnenstedelijke ontwikkellocaties. De ZERO-CU legt nadruk op zelfvarend elektrisch en waterstof aangedreven scheepvaart. Eveneens wordt aandacht besteed aan zero emission wegtransport: Lage Weide wordt aldus een toekomstbestendige logistieke hotspot. Het living lab ZERO-CU richt zich in fase 1 concreet op verkenning van de volgende ontwikkelingen, vooruitlopend op beoogde doorontwikkeling daarvan in fase 2: 1.Ontwikkelen van elektrische en waterstof infrastructuur op Lage Weide voor scheepsvaart en vrachtvervoer. 2.Ontwikkelen van logistieke en kadefaciliteiten en dienstverlening voor circulaire aan- en afvoer van bouw- en sloopmaterialen naar binnenstedelijke bouwprojecten in Utrecht. 3.Ontwikkelen van benodigd robuust en flexibel inzetbaar (zelf)varend materieel voor bouw/sloopafval, elektrisch en waterstof aangedreven. Alsmede uniforme/afgestemde ladingdragers voor zowel aan- als afvoer van bouw- en sloopmateriaal voor multimodale toepassing in scheepsvaart en wegtransport, die hanteerbaar zijn op bouwprojecten. 4.Invulling van benodigde economische, organisatorische, institutionele randvoorwaarden: zoals o.a. haalbare business case, opbouw van een netwerkorganisatie van dragende bedrijven voor gezamenlijk afstemming/inzet van logistieke capaciteit, benodigd kader/regelgeving/toestemmingen.
De behoefte aan woningbouw staat helder op het Haagse netvlies. Beleidsmatig gaat de voorkeur daarbij vooralsnog uit naar binnenstedelijke locaties, bijvoorbeeld in de vorm van transformatie van (voormalige) werklocaties. Een onderbelicht aspect is echter dat er ook voor werken nog steeds ruimte nodig is. Deels voor de bedrijvigheid die door woningbouw verdreven wordt, maar ook vanwege eigen dynamiek en veranderende locatiefactoren van verschillende economische sectoren die samenhangt met bijvoorbeeld het toenemend belang van logistieke dienstverlening en het nieuwe werken. In dit project willen we die ontwikkelingen op een rij zetten in een verklarende analyse over de afgelopen 20 jaar en richten we ons op twee basisvragen: waar verdwijnt werken en waar verschijnt het? De eerste vraag moet duidelijk maken waar werklocaties nu omgezet worden in andere functies zoals wonen en om hoeveel areaal dat gaat. Dit brengt de transformatiepotentie van huidige werklocaties in beeld en geeft tevens zicht op de potentiële vervangingsvraag voor werklocaties. Voor de tweede vraag gaan we na hoeveel ruimte de afgelopen 20 jaar voor werken is vrijgemaakt. Voor welke sectoren was dat? Welke locatiefactoren waren dominant? Deze analyse verklaart veranderingen in de ruimtelijke wensen voor werklocaties. De resultaten zijn belangrijke input voor het regionaal-economisch beleid van rijk en regionale overheden. Ecorys/MRDH zijn geïnteresseerd in de succesfactoren voor de herbestemming van bedrijventerreinen, terwijl PBL wil weten hoe de ruimtevraag voor werken zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en hoe op basis daarvan uitspraken over omvang en locaties voor de toekomstige ruimtebehoefte kunnen worden gedaan.