Adversarial thinking is essential when dealing with cyber incidents and for finding security vulnerabilities. Capture the Flag (CTF) competitions are used all around the world to stimulate adversarial thinking. Jeopardy-style CTFs, given their challenge-and-answer based nature, are used more and more in cybersecurity education as a fun and engaging way to inspire students. Just like traditional written exams, Jeopardy-style CTFs can be used as summative assessment. Did a student provide the correct answer, yes or no. Did the participant in the CTF competition solve the challenge, yes or no. This research project provides a framework for measuring the learning outcomes of a Jeopardy-style CTF and applies this framework to two CTF events as case studies. During these case studies, participants were tested on their knowledge and skills in the field of cybersecurity and queried on their attitude towards CTF education. Results show that the main difference between traditional written exam and a Jeopardy-style CTF is the way in which questions a re formulated. CTF education is stated to be challenging and fun because questions are formulated as puzzles that need to be solved in a gamified and competitive environment. Just like traditional written exams, no additional insight into why the participant thinks the correct answer is the correct answer has been observed or if the participant really did learn anything new by participating. Given that the main difference between a traditional written exam and a Jeopardy-style CTF is the way in which questions are formulated, learning outcomes can be measured in the same way. We can ask ourselves how many participants solved which challenge and to which measurable statements about “knowledge, skill and attitude” in the field of cybersecurity each challenge is related. However, when mapping the descriptions of the quiz-questions and challenges from the two CTF events as case studies to the NICE framework on Knowledge, Skills and Abilities in cybersecurity, the NICE framework did not provide us with detailed measurable statements that could be used in education. Where the descriptions of the quiz-questions and challenges were specific, the learning outcomes of the NICE framework are only formulated in a quite general matter. Finally, some evidence for Csíkszentmihályi’s theory of Flow has been observed. Following the theory of Flow, a person can become fully immersed in performing a task, also known as “being in the zone” if the “challenge level” of the task is in line with the person’s “skill level”. The persons mental state towards a task will be different depending on the challenge level of the task and required skill level for completing it. Results show that participants state that some challenges were difficult and fun, where other challenges were easy and boring. As a result of this9 project, a guide / checklist is provided for those intending to use CTF in education.
Met de gewijzigde inzichten en bouweisen is de positie van de installatietechniek in het bouwproces grondig gewijzigd. Met name bij het ontwerp van passiefhuizen blijkt het niet altijd even makkelijk om de installatietechniek een juiste plaats te geven in de veranderde (bouwkundige) context. De nadruk moet liggen op een goede ventilatietechniek en het voorkomen van oververhitting.
MULTIFILE
Met de gewijzigde inzichten en bouweisen is de positie van de installatietechniek in het bouwproces grondig gewijzigd. Met name bij het ontwerp van passiefhuizen blijkt het niet altijd even makkelijk om de installatietechniek een juiste plaats te geven in de veranderde (bouwkundige) context. De nadruk moet liggen op een goede ventilatietechniek en het voorkomen van oververhitting.
MULTIFILE
Wetenschappers gebruiken bioorthogonale klikreacties tussen trans-cyclooctenen (TCOs) en tetrazines (Tz) om geheel nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen waarmee heel gericht cruciale biologische doelmoleculen kunnen worden geraakt, zodat ziektes op een veel selectievere manier kunnen worden behandeld. Recentelijk heeft de Radboud Universiteit een nieuw TCO-derivaat ontwikkeld en geoctrooieerd dat beschikt over twee orthogonale handvatten, goede stabiliteit, een snelle klik-kinetiek en een biocompatibele “click-to-release” functionaliteit. Bovendien kan deze TCO in een efficiënte synthese met hoge zuiverheid geproduceerd worden in tegenstelling tot vergelijkbare gepubliceerde stoffen. Binnen dit KIEM project zullen ‘ready-to-use’ TCO-producten ontwikkeld worden, gebaseerd op dit nieuwe TCO-derivaat. Dit is belangrijk om de drempel te verlagen voor onderzoekers om deze nieuwe technologie te benutten in hun toepassingen en versnelt daarmee de ontwikkeling van “slimme” geneesmiddelen of materialen. De werkzaamheden in dit project zullen bestaan uit literatuuronderzoek, synthetisch ontwerp van TCO-derivaten, chemische synthese, onderzoek naar de eigenschappen van de stoffen en contact leggen met potentiele gebruikers. De beoogde projectresultaten zijn chemische methoden om geactiveerde TCOs te synthetiseren, 5–10 geactiveerde eindproducten, inzicht in de chemie van TCOs, inzicht in de kinetiek en stabiliteit van de nieuwe TCOs en nieuwe samenwerkingen. In dit project wordt samengewerkt tussen de Radboud Universiteit en het biotechnologiebedrijf Synvenio. Binnen de synthetisch organische chemie afdeling van de Radboud Universiteit is de eerdergenoemde nieuwe TCO ontwikkeld. Synvenio is een jong biotechnologiebedrijf dat bioactieve stoffen beschikbaar maakt voor biochemisch- en biomedische onderzoekers. Het team bestaat uit chemici met veel affiniteit met biochemie, waaronder een van de uitvinders van de nieuwe TCO.
De kunstgrasberg in Nederland is groeiende. In april 2019 hebben een aantal bedrijven, zijnde ketenpartners, de handen in een geslagen om dit te doen veranderen, en hebben GBN Artificial Grass Recycling (GBN-AGR) opgericht. Dit heeft in juni 2020 geresulteerd in een fabriek voor de recycling van de kunstgrasmatten. De eindproducten van deze fabriek zijn circulair grondstoffen zoals circulair zand, circulair SBR, circulair TPE en RTA. Deze grondstoffen worden op traditionele productiewijze in mallen geperst en waaruit rubbertegels, kantplanken, picknicksets worden vervaardigd. Gezien de hoeveelheid aan kunstgrasmatten is er behoefte vanuit de ketenpartners om meer en hoogwaardige producten te realiseren. In dit onderzoek wordt een verkenning gedaan naar de mogelijkheid om gerecycled kunstgras te gaan 3D printen. Zo dat er in de toekomst hoogwaardige en vernieuwde producten uit te vaardigen zijn. Ook zijn de huidige 3D printbedrijven nog niet bekend zijn met circulaire grondstoffen uit gerecycled kunstgras, aangezien het 3D printfilament daarvan nog niet voor handen is. Via materiaalonderzoek, ontwikkeling van 3D printfilament, testen van het filament wordt de eerste aanzet gegeven om tot een grondstof te komen die voor hoogwaardige producten kan worden ingezet. Tevens wordt een productontwerp voor een product gecreëerd. En wordt er een prototype, eventueel op schaal gefabriceerd met het 3D printfilament afkomst van de circulaire grondstoffen van het gerecycled kunstgras. Het einddoel is om de kunstgrasberg in Nederland te doen krimpen, door: - Aantoonbaar te maken aan de maakindustrie dat gerecycled kunstgras een basisgrondstof kan zijn voor producten. - 3D printen een productiemethode is dat voor bepaalde toepassingen voordelen kan hebben om hoogwaardige producten van gerecycled kunstgras mee te maken, naast de al bestaande traditionele productiemethoden.